De administratieve standpunten van de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel)

In Archiefby robert

De administratieve standpunten van Vlabel kunnen sinds kort geraadpleegd worden via een nieuwe rubriek op de volgende website: http://belastingen.vlaanderen.be, tab Publicaties, Administratieve standpunten Erfbelasting. Hieronder lichten wij twee standpunten van Vlabel toe die onze aandacht trokken.

 

  1. Schenking onder opschortende voorwaarde of termijn

Met de invoering van de nieuwe Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna VCF), heeft de Vlaamse decreetgever de fictie overgenomen waardoor alle schenkingen van roerende goederen (vb. geld) onder de opschortende voorwaarde of termijn van overlijden van de schenker, vanuit fiscaal oogpunt gelijk worden gesteld met een legaat. Dit wil zeggen dat wanneer u roerend vermogen schenkt, maar de overdracht uitstelt tot uw overlijden, er toch erfbelasting verschuldigd zal zijn.

Recent heeft Vlabel een administratief standpunt gepubliceerd omtrent dergelijke schenkingen. De federale fiscale administratie had immers in haar beslissing van 26 april 2005 nog meegedeeld dat het oude artikel, dat een gelijkaardige bepaling bevatte, enkel van toepassing was op schenkingen die spontaan in België ter registratie werden aangeboden (vb. handgift, bankgift), en op schenkingen die verplicht in België registreerbaar zijn (zijnde de schenking voor een Belgische notaris). Met de publicatie van het nieuw administratief standpunt van 19 juni 2015 op haar website lijkt Vlabel het geweer van schouder te hebben veranderd. Voortaan zou de fictiebepaling ook de schenking onder opschortende voorwaarde of termijn (van het overlijden van de schenker) viseren die voor een Nederlandse notaris verleden wordt, en zodoende onderworpen aan de Vlaamse erfbelasting.

 

  1. Vlabel viseert het omgekeerd duolegaat

Een duolegaat is eigenlijk een testament met een dubbel legaat. Het ene legaat is bestemd voor een vriend of verwant, het andere geeft u aan een instelling of een organisatie van een goed doel onder de last om ook de successierechten op het eerste legaat te betalen. In het klassieke duolegaat wordt het goede doel als algemene legataris aangesteld. Het goede doel betaalt ook de erfbelasting, zelfs die op het gedeelte van de erfenis dat naar de andere erfgenaam gaat. Maar omdat liefdadigheidsinstellingen lage erfbelastingen moeten betalen – 8,5 % in het Vlaams Gewest – moet er minder erfbelasting worden betaald en blijft er meer over om te verdelen onder de erfgenamen. De techniek van het klassieke duolegaat wordt algemeen aanvaard als manier om de hoge erfbelasting tussen verre verwanten of vreemden te milderen (ook door Vlabel).

Een nadeel van een klassiek duolegaat is dat de VZW als algemene legataris wordt aangesteld en dus de nalatenschap moet vereffenen, maar ook aangifte van de nalatenschap moet doen. Vooral de fiscale aansprakelijkheid als algemene legataris is voor het goede doel een risico. Om zulke problemen te vermijden werd de techniek van het omgekeerd duolegaat ontwikkeld. De verre verwant wordt dan de algemene legataris en hij moet het goede doel een bijzonder legaat uitkeren. De besparing op de erfbelasting zou gelijk moeten blijven, maar de verre verwant heeft wel het beheer over de nalatenschap en moet zelf voor de aangifte ervan zorgen.

 

Volgens de fiscale Administratie echter, is het omgekeerd duolegaat slechts aanvaardbaar indien het toegekende bedrag aan de bijzondere legataris, “bepaald” is. De rechtbank van Gent keurde deze zienswijze af op 30 juni 2014 omdat de fiscale Administratie hiermee ongeoorloofd een voorwaarde toevoegt aan de wet en handelt in strijdt met het legaliteitsbeginsel. Volgens de rechter is het voldoende dat het toegekende kapitaal “bepaalbaar” is op de dag van het overlijden op basis van in het testament vermelde objectieve criteria.

Vlabel kan zich niet vinden in de visie van de rechtbank en heeft dus hoger beroep aangetekend. Bovendien heeft Vlabel deze betwistbare visie recent hernomen in een administratief standpunt, gepubliceerd op 9 juli 2015. Vlabel haalt daarin onterecht aan dat de erfbelasting in hoofde van de bijzondere legataris “enkel berekend moet worden op het minimum bedrag” en niet op het bepaalbare bedrag, waardoor enkel dit minimum bedrag in mindering komt van het belastbaar erfdeel van de erfopvolgers die de last dragen om het bijzondere legaat uit te keren.

Wij menen dat er geen verschil zou mogen bestaan tussen de fiscale behandeling “klassiek” en het “omgekeerd” duolegaat. Voorlopig is het afwachten wat het Hof van Beroep zal beslissen. Tot die tijd doet men er goed aan rekening te houden met het (weliswaar) betwistbare standpunt van de Vlabel bij het opstellen van een testament met een duolegaat.