Starbucks krijgt geen illegale staatssteun van Nederland

In Archiefby robert

Gerecht van de Europese Unie, 24 september 2019

Nederland kan opgelucht ademhalen. Het Gerecht van de Europese Unie heeft geoordeeld dat Nederland geen staatssteun heeft verleend aan Starbucks door de gemaakte belastingafspraken (rulings).

De Europese Commissie (EC) wilde dat Nederland aanvullend belasting zou heffen bij Starbucks omdat Nederland Starbucks te gunstig zou hebben behandeld. Het gaat daarbij om de hoogte van de onderlinge prijzen, de verrekenprijzen, die tussen verschillende onderdelen van de Starbucksgroep werden toegepast. Deze verrekenprijzen waren in een belastingruling tussen Starbucks en de belastingdienst vastgelegd. Volgens de EC was Nederland akkoord gegaan met niet-zakelijke verrekenprijzen. De EC introduceerde daarmee een eigen norm voor wat zakelijk was of niet. Nederland daarentegen heeft de zakelijkheid beoordeeld aan de hand van de OESO-normen, hetgeen internationaal gebruikelijk is en Nederland vond dat de EC geen eigen zakelijkheidsnorm verplicht mag opleggen aan de lidstaten.

Het Gerecht stelt vast dat er geen algemeen Europees zakelijkheidsbeginsel is waaraan lidstaten zich moeten houden. In het algemeen mag de EC bij de beoordeling van een belastingruling wel kijken of een lidstaat haar nationale wetgeving consequent heeft toegepast, en daarbij dus niet een specifieke onderneming een voordeel heeft gegeven door akkoord te gaan met verrekenprijzen die onzakelijk zijn. De norm die dan moet worden gehanteerd, is de nationale wetgeving van een land: als Starbucks daarbij niet werd begunstigd, dan is er in beginsel geen sprake van staatssteun.