Programmawet en lijsten met juridische constructies gepubliceerd

In Archiefby robert

De programmawet werd eind juli goedgekeurd in het federaal parlement en in het Belgisch Staatsblad van 18 augustus 2015 gepubliceerd. De programmawet bevat onder meer de bijzondere liquidatiereserve voor KMO’s, een regeling voor de diamantsector (de zogenaamde ‘karaattaks’) en de langverwachte Kaaimantaks.

 

De Kaaimantaks is ontworpen om fiscale optimalisatie via buitenlandse juridische constructies te ontmoedigen. Ze is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2015 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie. Wat de roerende of bedrijfsvoorheffing betreft, is zij van toepassing op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 september 2015.

Voor de juridische constructies met rechtspersoonlijkheid (vennootschappen en foundations), werden bij KB lijsten opgemaakt van de rechtsvormen die geacht worden onder de Kaaimantaks te vallen. Voor EER entiteiten is de lijst limitatief, voor niet-EER entiteiten is de lijst niet-limitatief en weerlegbaar. Voor een entiteit in een niet-EER land kan de belastingplichtige immers steeds het bewijs leveren dat deze onderworpen is aan belastingdruk van 15% of meer, in dat geval speelt de Kaaimantaks niet.

Op 28 augustus 2015 werden de beide lijsten gepubliceerd. De lijst met EER-entiteiten bevat, zoals verwacht, momenteel slechts 3 entiteiten. Deze zijn in Luxemburg de Société de gestion Patrimoine Familiale (of SPF) en in Liechtenstein de Stiftung en de Anstalt. Tijdens de discussies in het parlement heeft de Minister toegelicht dat momenteel wordt onderzocht of de Luxemburgse ‘fondation patrimoniale’ in de toekomst eveneens op de EER lijst zal worden opgenomen. De lijst met niet EER-entiteiten is veel langer, maar zoals vermeld heeft die lijst slechts een illustratief karakter.

 

Voor juridische constructies zonder rechtspersoonlijkheid, bestaat er geen lijst. Met die categorie worden onder meer trusts en trustachtige rechtsfiguren geviseerd, ongeacht in welk land ze werden opgericht. De Minister preciseert dat voor beleggingsfondsen zonder rechtspersoonlijkheid onderzocht dient te worden of zij kunnen kwalificeren als juridische constructie. Beleggingsfondsen zonder rechtspersoonlijkheid waarvan de houders van delen in de fondsen in onverdeeldheid eigenaar zijn van de activa waarin wordt belegd, zijn volgens de Minister geen juridische constructie in de zin van de wetgeving op de Kaaimantaks.

Naar verluid is de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) intussen gestart met het toezenden van vragenlijsten naar belastingplichtigen die in de aangifte personenbelasting het vakje over het bestaan van juridische constructies hebben aangekruist (voor het inkomstenjaar 2013, aanslagjaar 2014). De vragenlijsten zouden vragen bevatten over de uitgekeerde inkomsten door de juridische constructie, maar ook over de stand van het vermogen van de constructie op verschillende data en naar de samenstelling van de activa.

Bij de recente discussies over de tax shift en de begroting 2016 is de regering uitgegaan van hogere opbrengsten van de Kaaimantaks dan aanvankelijk geraamd. Daarom overweegt men binnen de regering om de nieuwe regeling van de Kaaimantaks al opnieuw aan te passen (zie ook verder).