Arbeidsongeschiktheidspensioen onder Belastingverdrag

In Archiefby robert

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2020

Een inwoner van Frankrijk ontvangt AOW en twee uitkeringen van het ABP: een arbeidsongeschiktheidspensioen en een nabestaandenpensioen. De vraag is welk land over het ABP-pensioen mag heffen: Nederland of Frankrijk.
Vaak zijn uitkeringen van het ABP ambtenarenpensioenen. Voor dergelijke pensioenen geldt niet de hoofdregel (belast in het woonland) uit het Verdrag met Frankrijk, maar een uitzondering (belast in het bronland: Nederland). Maar het komt ook voor dat een ABP pensioen (deels) geen ambtenarenpensioen is.
De Rechtbank maakt in de eerste plaats uit dat een arbeidsongeschiktheidspensioen ook een “pensioen” is in de zin van het belastingverdrag. Voor dit pensioen geldt vervolgens dat het recht op de uitkering is ontstaan toen hij ambtenaar was. Daarom moet het arbeidsongeschiktheidspensioen in dit geval worden gezien als een ambtenarenpensioen en is het heffingsrecht aan Nederland toegewezen.
Voor het nabestaandenpensioen moet er worden gekeken of het is toe te rekenen aan een tijdvak waarin door de overleden partner wel of niet bij de overheid werd gewerkt. In dit geval was dat deels zo, zodat een deel van dit pensioen in Nederland werd belast en het resterende deel in Frankrijk. In zoverre wordt er door Nederland een vrijstelling gegeven.