Reactie op antwoorden Nederlandse staatssecretaris van Financiën over dubbele belastingheffing over pensioenen Nederlanders in België

In Archiefby robert

In het kader van de antwoorden van de Nederlandse staatssecretaris van Financiën op vragen van het Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) over dubbele belastingheffing over pensioenen van grensarbeiders uit België.

Het is onbegrijpelijk dat de Belgische Belastingadministratie zich weigert neer te leggen bij de uitspraken van de hoogste Belgische rechter waarbij is beslist dat pensioenuitkeringen op basis van definitief verworven pensioenrechten opgebouwd vóór 2004/2006 in België worden belast als ware het lijfrente-uitkeringen (kapitaal maal 3% maal 30% Personenbelasting in plaats van heffing tegen progressief tarief). België kent toch ook een Trias Politica – scheiding der machten? Het is te hopen dat het overleg tussen Brussel en Den Haag hier verandering in brengt.

Heffen over volledige pensioenuitkering

Interessant is het antwoord op vraag 4 (heft de Nederlandse Belastingdienst alleen over pensioenen opgebouwd vóór 2004?). De staatssecretaris beantwoordt deze vraag negatief. Hij wil dus heffen over de volledige pensioenuitkering, zelfs als een deel is opgebouwd vanaf 2004, terwijl België daar in beginsel over heft tegen progressief tarief. Hij wil dus niet ‘knippen’(in een deel opgebouwd vóór 2004/2006 en vanaf 2004/2006). Het is ons inziens de vraag of Nederland mag weigeren de pensioenuitkeringen te knippen. De ratio achter het pensioenartikel in het belastingverdrag is immers dat Nederland slechts mag heffen indien aan alle drie de voorwaarden van artikel 18 paragraaf 2 wordt voldaan waaronder de eis dat in België niet tegen het progressieve tarief wordt geheven. Voor zover de pensioenuitkering in België wel tegen progressief tarief wordt belast, mag Nederland ons inziens niet heffen. In België is in de rechtspraak beslist dat het toegestaan is te knippen. Volgens de Belastingdienst Heerlen zou de Belgische Belastingadministratie het standpunt huldigen dat er voor toepassing van het verdrag niet geknipt mag worden o.a. getuige een Belgische circulaire uit 2004. Door Belgische fiscale pensioendeskundigen wordt dit betwist. Hoe het ook zij, het is een alleszins redelijke uitleg van het belastingverdrag om wel te knippen (in een deel opgebouwd vóór 2004/2006 en vanaf 2004/2006), want indien en voor zover België heft tegen progressief tarief mag Nederland niet heffen. De tekst van artikel 18 paragraaf 2 bevat immers de bepaling dat Nederland slechts mag heffen ‘indien en voor zover’ aan de 3 voorwaarden wordt voldaan.

Een diensttijdevenredige benadering of exacte berekening?

Verder adviseren wij u na te gaan wat er in Nederland nu precies aan werknemerspremies is afgetrokken en aan werkgeverspremies onbelast is gebleven of anderszins voor fiscale faciliëring in aanmerking is genomen. Ook als de gehele pensioenuitkering wordt ontvangen van een in Nederland gevestigd pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij. Slechts indien en voor zover sprake was van fiscale faciliëring mag Nederland heffen (1 van de 3 voorwaarden). In veel gevallen heeft iemand gewerkt in meerdere landen zoals in situaties van detachering binnen concernverband of indien iemand na een aantal jaren in Nederland heeft gewerkt emigreerde naar een ander land. In dergelijke gevallen is Nederland slechts bevoegd te heffen als de pensioenuitkering – in verband waarmee Nederland een fiscale faciliëring verleende – een bruto bedrag van € 25.000 per jaar te boven gaat. De Belastingdienst Heerlen heeft bevestigd dat hier wel mag worden geknipt omdat op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 Nederland slechts kan heffen als sprake is van pensioen uit Nederlandse bron. Maar let op, de Belastingdienst hanteert daarbij een diensttijdevenredige benadering, en dus niet een knip op basis van wat er daadwerkelijk aan fiscale faciliëring door Nederland is verleend. Bij een eindloonregeling wordt in de visie van de Belastingdienst gelijkmatig het pensioen opgebouwd, ook al waren de pensioenpremies in de eerste jaren – toen in Nederland arbeid werd verricht – relatief laag en in de latere jaren – toen buiten Nederland werd gewerkt – relatief hoog. Ons inziens is dit in strijd met de tekst en met doel en strekking van het verdrag. Kortom, ook hier lopen de meningen uiteen.

Het is verder van belang om een gedegen berekening te maken om te bezien of de grens van € 25.000 wordt overschreden. Blijft u onder deze grens, dan mag Nederland niet heffen.

Snelle oplossing wenselijk

We kunnen niet genoeg benadrukken dat ieder geval weer net iets anders is, waardoor de fiscale behandeling van uw pensioen geheel anders kan uitpakken dan de fiscale behandeling van de pensioenuitkering van uw vriend, kennis of buurman die ook pensioen uit Nederland ontvangt. Laat u zich dus vooral bijstaan door een deskundige.

Het zou de Nederlandse staatssecretaris van Financiën, genaamd Menno Snel, sieren als hij op korte termijn met een concrete oplossing komt in goed overleg met zijn Belgische ambtsgenoot. In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft hij ‘dat een snelle oplossing wenselijk is’. Heel grappig. Laten we hopen dat het niet blijft bij mooie woorden maar dat de staatssecretaris zijn achternaam daadwerkelijk eer aan doet.

Meijburg & Co Breda
Cees Nijman