Inkomens- en vermogensgegevens mogen worden opgevraagd bij woonplaatsonderzoek

In Archiefby robert

Hof ’s-Hertogenbosch, 26 september 2019

Je betaalt in hoofdregel belasting in het land waar je woont. Als je inkomen ontvangt van buiten het woonland, dan kan het inkomen soms (ook) belastbaar zijn in het bronland. Vaak regelt een belastingverdrag welk land mag heffen of hoe de heffingsrechten exact verdeeld zijn.

In de Nederlandse nationale belastingwet wordt een verschil gemaakt tussen inwoners en niet-inwoners: de inwoners zijn voor al hun inkomen belast en niet-inwoners voor een aantal nauw met Nederland verbonden bronnen van inkomen. Als je in het buitenland woont, dan hoeft Nederland in beginsel dus niet je wereldinkomen te kennen.

In deze zaak was de belanghebbende verhuisd, eerst naar België en vervolgens naar Monaco. In Nederland bleef er onder meer een woning ter beschikking staan, een manage en bankrekeningen. Ook was er een Nederlandse dienstbetrekking. De Nederlandse belastinginspecteur was mede daardoor er blijkbaar niet helemaal van overtuigd dat de belanghebbende ook daadwerkelijk in het buitenland woonde en stelt een onderzoek in. Bij dat onderzoek vraagt de inspecteur naar alle inkomens- en vermogensgegevens.

De belanghebbende geeft deze gegevens niet en stelt dat de inspecteur daar ook niet om mag vragen: als buitenlands belastingplichtige mag Nederland helemaal niet heffen over het wereldinkomen. En daarom zou hij de gegevens niet hoeven te verstrekken.

Het Hof overweegt dat de inspecteur naar Nederlands recht bevoegd is om alle gegevens op te vragen die “voor zijn belastingheffing van belang kunnen zijn”. Het Hof vindt het in dit geval niet te ver gaan dat de inspecteur, in het kader van het vaststellen van de woonplaats, ook de inkomens- en vermogensgegevens opvraagt. Dit kan in zoverre worden begrepen omdat ook het middelpunt van de economische levensbelangen (met welk land is iemand economisch verbonden/ waar verdient hij zijn inkomen) een relevante factor kan zijn om de fiscale woonplaats te bepalen. Het kan daarentegen natuurlijk niet zo zijn, dat als de gegevens worden overgelegd, Nederland daarover automatisch belasting kan heffen. Eerst moet op basis van alle relevante feiten en omstandigheden de woonplaats worden bepaald en pas dan kan worden bepaald waarover Nederland eventueel kan heffen.

Hoewel het opvragen van alle inkomens- en vermogensgegevens ver gaat, kan dit dus van belang zijn om de woonplaats te bepalen. Ook kan met de buitenlandse aangiftegegevens aan Nederland aangetoond worden dat er in het buitenland als inwoner belasting wordt betaald. Het overleggen van de gegevens kan dus ook in het voordeel van de belanghebbende uitpakken.