Nieuw milder btw-boetebeleid ingevoerd voor welbepaalde inbreuken

In Archiefby robert

De Belgische Minister van Financiën heeft bij zijn aantreden de vereenvoudiging van de btw-wetgeving als een der hoekstenen van zijn beleid naar voren geschoven, waarbij de hervorming van de btw-boetes een van de belangrijke aspecten was. In dat kader heeft de Minister eind juni in een persbericht aangekondigd dat er een nieuw boetebeleid wordt opgezet waarbij wordt uitgegaan van de goede trouw van de ondernemer en waarbij de boetes in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor volledige kwijtschelding. De richtlijn die terzake is uitgewerkt door de btw-administratie is evenwel strenger dan het persbericht doet uitschijnen.

Onder het nieuwe beleid zullen boetes voor overtredingen die onder de betreffende categorie vallen naar de toekomst toe automatisch volledig kwijtgescholden worden als aan de volgende vier voorwaarden tegelijkertijd voldaan zijn:

  1. Het betreft een eerste overtreding van een dezelfde aard, in een referentieperiode van 4 jaar;
  2. De overtreding werd begaan te goeder trouw, wat wordt verondersteld tot bewijs van het tegendeel;
  3. Een individueel en gemotiveerd verzoekschrift wordt ingediend bij de bevoegde administratie;
  4. Op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift heeft de belastingplichtige voldaan aan de gesanctioneerde verplichting en alle periodieke aangiften zijn ingediend.

De kwijtschelding moet verplicht door de belastingdiensten worden toegepast voor alle verzoekschriften tot kwijtschelding die behandeld worden na 1 april 2018 voor boetes die werden opgelegd na 1 januari 2018, en zowel voor de boeten opgelegd door de klassieke btw-controlediensten als door de Bijzondere Belastinginspectie.

Wat op het eerste zicht een aankondiging lijkt van een algemeen milder boetebeleid, dient één en ander toch genuanceerd te worden op basis van de gepubliceerde richtlijnen van de administratie. Zo heeft de administratie een limitatieve lijst uitgewerkt met overtredingen die onder het nieuwe boetebeleid vallen, maar ook een niet-limitatieve lijst van overtredingen die niet in aanmerking komen voor de automatische volledige kwijtschelding.

Voorbeelden van overtredingen die onder het nieuwe boetebeleid vallen, zijn de overtredingen met betrekking tot de klantenlijsten of intracommunautaire opgaven (zoals niet of laattijdige indiening), bepaalde limitatief opgesomde onjuiste invullingen van de btw-aangifte of het uitreiken van facturen die niet voldoen aan een or andere vormvereiste.

Ook bij een eerste inbreuk vastgesteld naar aanleiding van een controle die geen impact hebben op de btw-positie gerapporteerd in (rooster 71 of 72 van) de btw-aangifte, zal de boete integraal worden kwijtgescholden onder toepassing van het nieuw boetebeleid. Een typisch voorbeeld hierbij is de niet rapportering van de verschuldigde btw op intracommunautaire verwervingen van goederen of intracommunautaire diensten maar waarbij de btw volledig aftrekbaar was. Hier geldt wel als bijkomende voorwaarde dat de maatstaf van heffing van de desbetreffende facturen werd opgenomen in de boekhouding en periodieke btw-aangifte. Voor de tweede overtreding wordt de boete in dit geval herleid tot 2% en voor de derde en volgende overtreding tot 5%.

Daarnaast is er een uitgebreide lijst van overtredingen die niet in aanmerking komen voor het nieuwe boetebeleid zoals onder meer de niet of laattijdige indiening van periodieke btw-aangiften, het niet uitreiken van facturen, het niet houden van een geregistreerd kassasysteem, onvolledige documenten die worden voorgelegd om het recht op de btw-vrijstelling te rechtvaardigen (zoals de btw-vrijstelling voor intracommunautaire levering goederen, uitvoer van goederen, enz.), enz.

Indien het nieuwe boetebeleid niet van toepassing is, kan de boete wel nog worden kwijtgescholden op verminderd op grond van overmacht of andere elementen eigen aan het concrete geval.

Het milder beleid wordt dan weer wel benadrukt met de herbevestiging van het zogenaamde ‘substance over form’-principe. Op basis van dit principe laat de administratie het recht op aftrek van btw toe op basis van een niet-conforme factuur op voorwaarde dat ze werd aangevuld en/of gecorrigeerd voor het einde van de belastingcontrole.