AOW in de belastingaangifte, een handleiding

In Archiefby robert

De aangifte van de personenbelasting over de inkomsten van 2016 moet in de papieren versie normaliter op 29 juni 2017 verzonden zijn.
De AOW moet worden aangegeven onder de codes 1211-50 en 2211-20.

Volgens de fiscus moet 100% van het bedrag, dat Jaaropgave van de SVB vermeldt onder “loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen”, worden opgenomen. Voor een gehuwde met een volledige opbouw gaat het om € 10.044. Ook het totaal van “ingehouden bijdrage zorgverzekeringswet buitenland” moet voor 100% worden opgenomen onder code 1223-38 of 2223-08. Voor een gehuwde met een volledige opbouw gaat het om € 1.253.
Is het correct, dat 100% (factor) van beide bedragen moet worden opgenomen? In het navolgende wordt aangegeven, dat de factor meestal lager is dan 100%. Daarbij wordt aangesloten op de arresten van het Hof van Cassatie, meer speciaal het arrest van 5 mei 2017.

Dit artikel is naar beste weten samengesteld, maar de schrijver neemt geen verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of onnauwkeurigheden (disclaimer).

De factor

De AOW aanspraak wordt opgebouwd in een periode van 50 jaar. Voor de meeste AOW ontvangers gaat het om de periode vanaf de eerste van de maand, dat zij 15 jaar werden tot aan de eerste van de maand, dat zij 65 jaar werden.
De opbouwperiode bestaat uit de jaren – in maanden nauwkeurig -, dat opgebouwd wordt :
• jaren, dat in Nederland wordt gewoond en geen betaalde arbeid wordt verricht
• jaren, dat in Nederland betaalde arbeid wordt verricht
• jaren, dat vrijwillig wordt bijgedragen aan de AOW opbouw
Mensen, die gedurende de opbouwperiode noch in Nederland woonden noch in Nederland betaalde arbeid verricht hebben, hebben minder opbouwjaren dan 50, als zij zich niet vrijwillig verzekerd hebben.
De factor, waarmee de bruto AOW uitkering vermenigvuldigd wordt, is:
Jaren, dat in Nederland gewerkt is
Jaren, dat AOW is opgebouwd
Voor de meesten zal de factor kleiner dan 100% zijn, omdat weinig mensen 50 jaar betaalde arbeid in Nederland verricht zullen hebben.
De factor moet worden toegepast op alle hiervoor genoemde codes.

Als nooit betaalde arbeid in Nederland is verricht, is de factor 0%. Er zijn meerdere arresten van het Hof van Cassatie, waaruit duidelijk blijkt, dat de fiscus in die gevallen de AOW niet mag belasten.

Bijkomende informatie

Men kan overwegen een brief met uitleg aan de Administratie, die de aanslag oplegt, te sturen. Het adres is op de achterkant van eerdere aanslagen te vinden onder het hoofd: “Berekening van de belasting”. In die brief wordt dan uitgelegd, hoe de factor berekend is.

Bezint eer gij begint

Ondanks de arresten van het Hof van Cassatie zal de Administratie zich niet kunnen vinden in de factor, als die lager dan 100% is. Hij zal de aanslag aanpassen.
Tegen de aanslag kan bezwaar worden gemaakt. Zoals de zaken nu staan zal de Administratie het bezwaar afwijzen. Men is dan genoodzaakt bezwaar aan te tekenen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg. Daar worden dan in verschillende rondes schriftelijk nota’s uitgewisseld. Alvorens de Rechtbank tot een uitspraak komt, worden partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling van de zaak. Tijdens deze behandeling kunnen alleen de Administratie en de belastingplichtige of zijn advocaat het woord voeren.
Als de Administratie of de belastingplichtige zich niet kan vinden in het oordeel van de Rechtbank, kan in beroep gegaan worden bij het Hof van Beroep. Daarna is kan nog naar het Hof van Cassatie gegaan worden.
Zoals de zaken nu staan, zal de Administratie zeker in beroep gaan bij het Hof van Beroep, als haar de uitspraak van de Rechtbank niet zint.
Het is een lange weg en zonder juridische hulp is het een moeilijk begaanbare weg.

Bewijslast bij de Administratie

Het is wel de Belgische belastingadministratie die bewijzen moet voorleggen om het AOW-recht te kunnen belasten dat is opgebouwd gedurende een periode dat beroepswerkzaamheden werden verricht.

Het Belastingverdrag

Volgens het Belastingverdrag tussen België en Nederland mag België in de meeste gevallen de AOW uitkeringen belasten. In bepaalde gevallen mag België niet belasten, maar is er wel een progressievoorbehoud.
Het toepassen van de factor op de AOW uitkering vindt zijn grondslag niet in het belastingverdrag, maar in de Belgische wet, meer bepaald in artikel 34, § 1, 1° WIB.

Oude aanslagen

Het aanslagbiljet vermeldt, dat na het verstrijken van de bezwaartermijn toch nog een rechtzetting kan geschieden binnen een termijn van 5 jaar. Dat is geen recht, maar een toegeving van de Administratie. Men kan erom verzoeken. Het gaat om aanslagen, waarvan de “Datum van uitvoerbaarverklaring kohier”, dat vermeld is op het aanslagbiljet, niet ouder is dan 5 jaar.

Afsluitende opmerking

Het kan zijn, dat expats met of zonder partner in andere landen dan Nederland en België hebben gewoond en gewerkt. Voor zover zij in die andere landen een wettelijk pensioen hebben opgebouwd, lijken de regels analoog te kunnen worden toepast als in geval van de AOW. Als de partner geen betaalde arbeid heeft verricht, zou ook dan België niet mogen heffen, d.w.z. het pensioen hoeft niet vermeld te worden in code 2211.