Politiek akkoord over de doorkijkbelasting

In Archiefby robert

In het kader van de begrotingscontrole bereikten de regeringspartijen in het weekend van 28 maart 2015 een politiek akkoord over de zogenaamde doorkijkbelasting of Kaaimantaks. De doorkijkbelasting werd aangekondigd in het Regeerakkoord op 9 oktober 2014. De plannen voor een doorkijkbelasting zijn zeker niet nieuw. De vorige regering voerde reeds een meldplicht in voor oprichters en potentiële begunstigden van buitenlandse juridische constructies in de aangifte personenbelasting. De vorige regering had ook plannen om de inkomsten van buitenlandse constructies rechtstreeks te belasten alsof de oprichter zelf de inkomsten zou hebben ontvangen. Daarover kon toen geen politiek akkoord worden bereikt, maar dat is nu dus wel gelukt.
Na het akkoord op de Ministerraad zal het voorontwerp worden bezorgd aan de Raad van State om opmerkingen te formuleren, waarna de tekst eventueel nog wordt aangepast. Daarna dient het federaal parlement de tekst nog goed te keuren. Bemerk dat onderstaande analyse is gebaseerd op voorlopige teksten. Wijzigingen zijn dus niet uitgesloten.

Ter herinnering – de bestaande meldplicht
In de aangifte personenbelasting (vanaf inkomsten 2013) dient men reeds melding te maken van sommige juridische constructies. Trusts worden altijd geviseerd door de meldplicht, en dit ongeacht het land waar de trust is gevestigd. Buitenlandse entiteiten met rechtspersoonlijkheid (zoals buitenlandse vennootschappen en foundations), werden tot nu toe enkel geviseerd als zij opgenomen zijn op een lijst die bij koninklijk besluit (KB) wordt vastgesteld. In april 2014 werd het KB gepubliceerd met een lijst van 69 geviseerde rechtsvormen (uit verschillende landen). Daarop zijn o.m. terug te vinden: Luxemburg: Société de gestion de patrimoine familiale (SPF) ; Jersey: Company en Foundation; Guernsey: Company en Foundation; Britse Maagdeneilanden: Company; Kaaimaneilanden: Exempt Company; Eiland Man: Company; de voormalige Nederlandse Antillen (Curaçao): SPF; Liechtenstein: Stiftung en Anstalt; Panama: Foundation en International Business Company; Zwitserland: Foundation; Monaco: Foundation. In de wet werd voorzien dat de lijst uit het KB regelmatig zou worden aangepast.

Krachtlijnen van de nieuwe doorkijkbelasting
Toepassingsgebied
Het KB met de bestaande zwarte lijst zal wordt afgeschaft en vervangen door twee KB’s met nieuwe lijsten. Er komt een lijst die rechtspersonen viseert die gevestigd zijn buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Deze lijst heeft niet langer een limitatief karakter. Op een andere lijst zullen buitenlandse rechtspersonen uit EER-landen worden opgenomen (op onweerlegbare wijze) omdat zij niet aan een inkomstenbelasting zijn onderworpen of aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan in België. De EER-landen zijn de landen van de EU, inclusief Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.
Voorheen was het toepassingsgebied van de meldplicht beperkt tot rijksinwoners (natuurlijke personen). In het voorontwerp wordt het toepassingsgebied van de meldplicht en de doorkijkbelasting uitgebreid tot entiteiten onderworpen aan de rechtspersonenbelasting (bijvoorbeeld VZW’s en Belgische private stichtingen).

Belasting van (fictieve) inkomsten
Er zal een (al dan niet fictieve) toerekening gebeuren van de inkomsten van de juridische constructie aan de oprichter/settlor/aandeelhouder of de derde begunstigde.
De inkomsten zullen hun normaal belastingregime ondergaan, afhankelijk van de aard die ze zouden hebben gehad indien ze rechtstreeks werden ontvangen door de oprichter. Zo zullen roerende inkomsten worden belast aan 25%, beroepsinkomsten worden progressief belast (met een toptarief van 50%, te verhogen met de tarieven van de gemeentebelasting) etc.

Tegenbewijs
De doorkijkbelasting zal niet van toepassing zijn op de inkomsten van een buitenlandse rechtspersoon (foundation/vennootschap) als men bewijst dat de juridische constructie een belastingdruk ondergaat van minstens 15 procent op een belastbare basis zoals vastgesteld volgens de regels van de Belgische inkomstenbelastingen.
Voor de beoordeling van de minimale belastingdruk van 15 procent wordt de belasting vergeleken met de belastbare grondslag die in België van toepassing zou zijn indien de juridische constructie een inwoner van België zou zijn. Het tegenbewijs dient jaarlijks te worden geleverd.
Trusts en trustachtige rechtsfiguren worden niet toegelaten om enig tegenbewijs te leveren. Zij zijn in principe altijd onderworpen aan het toepassingsgebied van de doorkijkbelasting.

Liquidatie van een buitenlandse rechtspersoon (vennootschap/foundation)
Bij liquidatie van een buitenlandse rechtspersoon, of bij gehele of gedeeltelijke overdracht van de activa van de buitenlandse rechtspersoon aan de oprichter of derde begunstigde zonder een evenwaardige tegenprestatie, wordt de juridische structuur geacht een liquidatiedividend uit te keren.
Het uitgekeerd bedrag wordt als een liquidatiedividend aangemerkt voor het gedeelte dat het bedrag aan ingebrachte activa overschrijdt, als die activa reeds in België hun belastingregime hebben ondergaan. Het belastingtarief bedraagt 25%.

Antimisbruikbepaling
Om het doel van de doorkijkbelasting te bereiken wordt een specifieke antimisbruikbepaling ingevoerd.
Daarnaast zullen vanaf 9 oktober 2014 wijzigingen aan de oprichtingsakte van een geviseerde buitenlandse rechtspersoon met het oog op de omzetting in een trust (of een trustachtige rechtsfiguur) niet tegenstelbaar zijn aan de fiscus. Hetzelfde geldt voor omzettingen van een trust (of trustachtige rechtsfiguur) in een geviseerde buitenlandse rechtspersoon.

Inwerkingtreding
De doorkijkbelasting zal van toepassing zijn op de inkomsten van de juridische constructie vanaf 1 januari 2015. De roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing zullen ten vroegste van toepassing zijn op de eerste dag van de maand na die waarin de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

hits=28= / id=3859=