Grondwettelijk Hof buigt zich over de fiscale regularisatie – de Belgische inkeerregeling, (GwH 19 september 2014, 130/2014)

In Archiefby robert

Op 19 september 2014 heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over het vernietigingsberoep tegen de Wet die de laatste wijzigingen aanbracht aan het regime van de fiscale regularisaties. Het betreft de regularisaties die konden worden ingediend bij het Contactpunt Regularisaties tussen 15 juli 2013 en 31 december 2013. Momenteel bestaat het Contactpunt enkel nog voor de afhandeling van de regularisatie-aanvragen die (al dan niet provisoir) werden ingediend voor 31 december 2013.
Tegen de wet van 11 juli 2013 werden meerdere gronden tot vernietiging aangevoerd, in hoofdzaak gebaseerd op de verschillen tussen het oude (meer gunstige) en het nieuwe (duurdere) regime. Het Grondwettelijk Hof heeft de meeste argumenten van tafel geveegd, met uitzondering van het argument van de bevoegdheidsoverschrijding. Vanaf 1989 vormen de registratie- en successierechten een regionale materie (de Gewesten zijn bevoegd). Het Grondwettelijk Hof besluit dat de federale wetgever in de wet van 11 juli 2013 geen regeling had mogen opnemen omtrent de verjaarde en niet-verjaarde successie- en registratierechten. De praktische gevolgen van het arrest zijn beperkt. Om geen afbreuk te doen aan de rechtszekerheid handhaaft het Grondwettelijk Hof de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor het verleden.
Personen die reeds een regularisatie-attest hebben verkregen hoeven zich geen zorgen te maken. Ook wat de betreft de nog niet-afgehandelde regularisatie-aanvragen die successie- of registratierechten betreffen, zou zich geen probleem mogen stellen.

hits=77= / id=3705=