Hof beperkt boete voor de laat ingediende aangifte Vennootschapsbelasting

In Archiefby robert

In Nederland zijn de boetes voor (relatief) kleine overtredingen de laatste jaren aanzienlijk omhoog gegaan. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de boete voor het te laat indienen van een aangifte. Overigens wordt een boete voor een te laat ingediende aangifte niet meteen opgelegd. Hier gaat in ieder geval nog een schriftelijke herinnering aan vooraf.
Maar als het éénmaal zo ver is, is het de wet die het maximum van de boetes bepaald. Vervolgens heeft de Staatssecretaris in een Besluit vastgesteld welke boetes de inspecteur op moet leggen. Op dit moment is bijvoorbeeld de boete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting gesteld op € 2.460, terwijl dit voor de inkomstenbelasting veel minder is namelijk € 226. Hoewel de Staatssecretaris in een Besluit richtlijnen heeft gegeven over de hoogte van de boete, is het aan de inspecteur van de belastingdienst om bij het opleggen van de boete te bepalen hoe hoog de boete in een concreet geval behoort te zijn. De belastingdienst moet dus bepalen welke boete in een concreet geval passend en geboden is.
Helaas blijkt het in de praktijk vaak zo te zijn dat de inspecteur deze afweging niet duidelijk maakt en de richtlijnen van de Staatssecretaris lijkt te volgen. Als hiertegen bezwaar wordt aangetekend, wordt de boete soms wel en soms niet verminderd. Uiteindelijk kan de boete dan nog worden voorgelegd aan de rechter zoals hier ook is gebeurd.

In deze zaak verlaagt de Rechtbank in eerste instantie de boete al van € 2.460 tot € 452. Dit is al een aanzienlijke vermindering. Tegen deze uitspraak wordt beroep aangetekend. Het Hof komt vervolgens tot de conclusie dat een boete van € 50 passend en geboden is en verlaagt de boete dus nog verder.
Deze boeteverlaging kan aanzienlijk worden genoemd, zeker als dit wordt vergeleken in verhouding tot het oorspronkelijke bedrag van de boete. Het is op zijn minst opvallend dat de boete die de inspecteur oplegt en de boete die door de rechter uiteindelijk wordt vastgesteld zo ver uit elkaar kunnen liggen.
Hof ’s-Hertogenbosch, 21 februari 2013

hits=212= / id=3143=