Parlementaire vraag over de antimisbruikbepaling in registratie- en successierechten

In Archiefby robert

De nieuwe antimisbruikbepaling in registratie- en successierechten heeft intussen aanleiding gegeven tot vele parlementaire vragen omdat men meer duidelijkheid wil over deze nieuwe bepaling. Zo sprak de Minister van Financiën zich onlangs uit over het tijdstip van inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in registratie- en successierechten in geval van een combinatie van rechtshandelingen.
Een voorbeeld: een inbreng door één echtgenoot van goederen in de huwelijksgemeenschap, gevolgd door een schenking door beide echtgenoten, mits er eenheid van opzet aanwezig is, wordt beschouwd als fiscaal misbruik. Maar wat als de inbreng gebeurde voor 1 juni 2012 en de schenking na 1 juni 2012? Kan de administratie de nieuwe antimisbruikbepaling dan toepassen?
De Minister heeft geantwoord dat de bepaling van toepassing is op de rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen gesteld vanaf 1 juni 2012. In het geval dat er verschillende rechtshandelingen plaatsvinden die éénzelfde verrichting tot stand brengen, dienen alle rechtshandelingen te dateren van na 31 mei 2012 opdat de nieuwe bepaling van toepassing kan zijn. In het aangehaalde voorbeeld zal de nieuwe bepaling slechts worden toegepast wanneer de inbreng van de goederen in de huwelijksgemeenschap eveneens na 31 mei 2012 gebeurde.
(Schriftelijke Vraag Devlies nr. 0101 dd. 17 december 2012, Antwoord: B 107 dd. 2 april 2013)

hits=330= / id=3121=