Bevestiging belastbaarheid AOW in België als pensioen!

In Archiefby robert

Het Hof van Cassatie heeft zich in een kort arrest van 15 maart 2013 nogmaals uitgesproken over de belastbaarheid van een Nederlands AOW pensioen in België als uitgesteld beroepsinkomen tegen progressieve tarieven conform artikel 34, §1, 1° van het Wetboek Inkomstenbelastingen.

De heer S., met de Nederlandse nationaliteit, werkte gedurende tien jaar in Nederland en was als dusdanig verplicht verzekerd overeenkomstig artikel 6.1.a AOW-wet. De heer S. zette vervolgens zijn tewerkstelling voort in het buitenland, zonder nog in Nederland enige beroepsactiviteit uit te oefenen. Hij bleef wel gedurende dertig jaar vrijwillig pensioenopbouwende bijdragen betalen overeenkomstig artikel 35 AOW-wet. De bijdragen werden in geen enkele staat in mindering gebracht van bruto beroepsinkomen en werden derhalve volledig vrijwillig uit privévermogen betaald. Op het einde van zijn loopbaan is de heer S. Belgisch rijksinwoner geworden. Vanaf de leeftijd van 65 jaar wordt hem een AOW-pensioen uitgekeerd, dat door de Belgische belastingadministratie wordt gekwalificeerd als uitgesteld beroepsinkomen, belastbaar tegen progressieve tarieven.

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen oordeelde dat het vrijwillige karakter van de bijdragen er niet voor zorgde dat de uitkeringen geen verband houden met de beroepswerkzaamheid, en bevestigde de opgelegde aanslagen. Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde echter dat men als ingezetene van Nederland van een AOW-uitkering kan genieten, ongeacht of men enige beroepswerkzaamheid heeft verricht of niet. In een arrest van 17 maart 2009 oordeelde het Hof dat er geen verband zou bestaan tussen de uitkering en de beroepswerkzaamheid, waardoor een progressieve belastbaarheid van het AOW-pensioen in België niet kan.

Het Hof van Cassatie oordeelt in het arrest van 15 maart 2013 dat de omstandigheid dat het AOW-pensioen in bepaalde gevallen ook wordt toegekend aan personen die geen beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend, niet tot gevolg heeft dat het pensioen dat wordt toegekend aan personen die wel een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend, geen pensioen is dat rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid en als dusdanig progressief belastbaar is in België. Meer in het bijzonder spreekt het Hof zich uit over de periode van tien jaar waarin de heer S. werkzaam was in Nederland en als dusdanig verplicht verzekerd was: voor deze periode staat vast dat er wel degelijk een verband bestaat tussen de uitkering en een eerdere beroepswerkzaamheid.
Het Hof spreekt zich echter niet uit over de dertigjarige periode van vrijwillige pensioenopbouw.
 

hits=170= / id=3118=