De nieuwe Curaçaose Trust: deel 2

In Archiefby robert

Diverse mogelijkheden met de Trust: een overall oplossing voor financiële vraagstukken

In onze vorige bijdrage hebben wij de algemene principes achter de nieuwe Curaçaose Trust toegelicht. Enkele opvallende conclusies uit dit artikel waren:
– de regeling is ingepast in Curaçaos recht en biedt een Trust in de Nederlandse taal;
– als onderdeel van het Koninkrijk moet Nederland deze Trustregeling aanvaarden;
– het vermogen in de Trust is een juridisch afgescheiden vermogen;
– in Curaçao kan een Trust onbelast blijven of belast worden tegen 10% winstbelasting.
In deze bijdrage zullen wij een aantal concrete mogelijkheden met de Trust uitwerken.

Vermogensbescherming
Een eerste mogelijkheid waar de Trust voor kan worden gebruikt is bescherming van vermogen tegen derden, zoals schuldeisers. Zo kan er worden gedacht aan een ondernemer, die handelt via (bijvoorbeeld) een eenmanszaak of een maatschap. Als de onderneming slecht loopt, dan kan de ondernemer in betalingsproblemen komen. De schuldeisers zullen hun vorderingen willen innen en proberen om al het vermogen van de ondernemer aan te spreken. De ondernemer is aansprakelijk, vaak hoofdelijk (dat wil zeggen: voor de hele schuld). De schuldeisers kunnen in dat geval ook het privévermogen van de ondernemer aanspreken. Dit gaat zelfs zover dat als de ondernemer getrouwd is, ook het gezamenlijke huwelijkse vermogen aangesproken kan worden. De echtgeno(o)t(e) van de ondernemer zal hier zeker niet blij mee zijn……

Oprichting
De ondernemer en zijn echtgeno(o)t(e) kunnen overwegen om een deel van hun vermogen onder te brengen in een Trust. Er wordt een Trust ingesteld waarbij een inwoner van Curaçao en de echtgeno(o)t(e) als Trustees worden benoemd. Zij worden dus de beheerders van het vermogen. Fysiek kan het vermogen blijven waar het tevoren ook al was. Daar verandert dus niets, huis en meubels kunnen blijven staan en geld hoeft niet naar een Curaçaose bankrekening overgemaakt te worden. Wel moet dit afgezonderde vermogen goed worden bijgehouden (geadministreerd).
Als begunstigden tot het vermogen van de Trust kan de echtgeno(o)t(e) worden benoemd en eventueel ook de ondernemer zelf. Dat betekent dat het vermogen uiteindelijk weer aan die begunstigden kan toekomen.

Huwelijks vermogen
Deze inbreng van het vermogen in de Trust kan worden gezien als het plaatsen van een juridische stolp over het ingebrachte vermogen. Door de inbreng in de Trust is een beschermkap over dit vermogen gelegd. Anderen kunnen hier juridisch niet meer aankomen.
Dit zou uiteraard wel anders kunnen worden, als de ondernemer zoiets zou doen met als opzet om schuldeisers te benadelen (bijvoorbeeld als hij al weet dat hij schulden niet gaat (kunnen) betalen). Er is dan sprake van een doelbewuste actie om bepaalde schuldeisers te benadelen. Juridisch blijft de stolp dan niet intact en het gevolg zal dan zijn dat de bescherming via een Trust ongedaan kan worden gemaakt met een beroep op “actio Pauliana”.
Als een inbreng in een Trust daarentegen wordt gedaan om, bijvoorbeeld, het huwelijks vermogen te beschermen zonder intenties om schuldeisers direct te benadelen, dan biedt de Curaçaose Trust hiervoor een goede en eenvoudige mogelijkheid.

Structurering bij een remigratie: variant A
De werking van de Trust kan ook goed gecombineerd worden met de Nederlandse wetgeving omtrent doelvermogens (afgezonderd particulier vermogen), de APV-wetgeving.

Voorbeeld
Stel: De heer A woont in België en is voornemens te verhuizen naar Nederland. De heer A heeft € 1 miljoen aan beleggingen, die hem een jaarlijks rendement opleveren van € 30.000. Dit rendement bestaat vooral uit rente en dividenden. Vanaf 2012 worden deze inkomsten in België vrijwel volledig belast tegen 25%. De jaarlijkse belastingdruk loopt in België op tot € 7.500. Als hij terug zou verhuizen naar Nederland vallen deze beleggingen in box 3. De jaarlijkse heffing kan dan worden berekend op € 1 miljoen * 4% forfaitair rendement * 30% belastingheffing = € 12.000 per jaar.
Voordat de heer A naar Nederland verhuist, brengt hij zijn vermogen in een Trust in. Hij benoemt zichzelf daarbij tot eerste begunstigde van de Trust. De inbreng in de Trust kan onbelast. De Trust opteert vanaf de oprichting om te worden onderworpen aan een belastingheffing van 10% te Curaçao. Dat betekent dat de over de inkomsten uit het vermogen in de Trust jaarlijks belasting wordt betaald in Curaçao. Bij een rendement van € 30.000 per jaar, bedraagt de jaarlijkse belastingheffing slechts € 3.000. Dit is aanzienlijk minder dan in Nederland (€ 12.000) of in België (€ 7.500, in het voorbeeld).

Verschil
Het verschil in belastingheffing tussen Nederland en Curaçao is afhankelijk van het rendement op het vermogen. Pas op het moment dat dit vermogen een cashrendement zou gaan halen van 12% of meer, wordt de Curaçaose heffing hoger dan de Nederlandse heffing in box 3.
De heer A verhuist vervolgens naar Nederland. Het vermogen van € 1 miljoen zit op dat moment in de Trust. Omdat de Trust wordt belast tegen 10%, wordt het vermogen in de Trust voor de inkomstenbelasting niet aan de heer A toegerekend. Hij betaalt hier geen Nederlandse inkomstenbelasting in box 3 over. De jaarlijkse belastingheffing over de inkomsten is € 3.000 geworden in plaats van € 12.000.

Uitgave
Na een aantal jaar in Nederland te wonen, heeft de heer A geld nodig voor een grote uitgave. Hij verzoekt de Trust aan hem, als eerste begunstigde, een uitkering te doen. Te Curaçao wordt hierover geen belasting geheven. Voor Nederland geldt dat ook hier in beginsel geen inkomstenbelasting kan worden geheven. De Nederlandse inkomstenbelasting kent weliswaar een bepaling op grond waarvan een periodieke uitkering kan worden belast in box 1. Echter, een voorwaarde voor de toepassing van deze bepaling is dat de uitkering of (1) afkomstig moet zijn van een rechtspersoon dan wel (2) in rechte afdwingbaar is. Aan deze beide voorwaarden wordt niet voldaan: in de eerste plaats is een Trust nu juist geen rechtspersoon en in de tweede plaats kan en zal in de trustvoorwaarden zijn opgenomen dat de begunstigde geen rechtens afdwingbaar recht heeft op de uitkering. Op grond van de Nederlandse inkomstenbelasting kan dan geen belasting worden geheven over een uitkering uit een Curaçaose Trust.

Schenk- en erfbelasting
Voor de Nederlandse schenk- en erfbelasting werkt dit anders uit. Voor de schenk- en erfbelasting wordt het vermogen wel aan de heer A toegerekend. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij een overlijden van de heer A, zijn erfgenamen belast worden met Nederlandse erfbelasting over dit vermogen.

Structurering bij een remigratie: variant B
De heer B zit in dezelfde situatie als de heer A: een vermogen van € 1 miljoen en het voornemen om naar Nederland te verhuizen. Daarbij heeft de heer B een dochter en die is altijd in Nederland blijven wonen.

Schenking
Voordat hij remigreert doet de heer B een herroepelijke schenking aan zijn dochter. Een herroepelijke schenking is mogelijk naar Nederlands recht en houdt in dat hij de schenking in zijn geheel of deels van zijn dochter terug kan eisen. In België wordt de herroepelijke schenking in beginsel niet aanvaard als een schenking. Dat is in deze geen probleem, omdat de heer B na de schenking toch naar Nederland zal verhuizen.
Aan de herroepelijke schenking aan zijn dochter verbindt de heer B ook een last, en wel om de € 1 miljoen in te brengen in een Trust. De dochter brengt het vermogen dus na ontvangst in een Trust in, die vanaf de oprichting onderworpen is aan een belastingheffing van 10%. De dochter wordt tot eerste begunstigde van de Trust benoemd, zonder dat zij daarbij een rechtens afdwingbaar recht op een uitkering krijgt.

Fiscale gevolgen
Wat zijn hiervan nu de fiscale gevolgen? Voor de inkomstenbelasting worden de werkelijke inkomsten uit het vermogen belast tegen 10% Curaçaose winstbelasting. Daarom is er bij de dochter onder de Nederlandse belastingwetgeving geen heffing in box 3 over dit vermogen. Indien het rendement op het vermogen lager is dan 12%, is de belastingdruk op dit vermogen daarmee lager dan in box 3.
Voor de erfbelasting is het vermogen al bij de schenking overgegaan op de dochter. Vervolgens is het vermogen ingebracht in de Trust. Onder de Nederlandse APV-wetgeving wordt het geschonken vermogen toegerekend aan de persoon die het vermogen in de Trust heeft ingebracht: dit is de dochter van de heer B. Dat betekent ook dat bij een overlijden van de heer B (bij wonen in Nederland) over de eerder geschonken € 1 miljoen geen Nederlandse erfbelasting meer geheven zal worden.
Een belangrijk voordeel is tenslotte nog de herroepelijkheid. Indien de heer B op een gegeven moment een som geld nodig heeft, kan hij een deel van het aan zijn dochter geschonken bedrag herroepen. De dochter is dan verplicht om dit deel van de schenking terug te betalen aan haar vader. Deze terugbetaling is onbelast. Zij kan daarvoor de Trust verzoeken aan haar een uitkering te doen, Met zo’n uitkering kan zij haar vader terugbetalen. Deze uitkering uit de Trust aan de dochter is in Nederland in beginsel onbelast, om de redenen vermeld bij de casus van de heer A.

Misbruik van recht?
Bij het onderwerp “vermogensbescherming” hebben wij toegelicht wanneer er sprake kan zijn van misbruik, waardoor de bescherming niet zal werken. Kan bij de structurering bij emigratie worden gesteld dat er sprake is van misbruik van de fiscale APV-wetgeving? Voorop moet staan dat deze wetgeving nieuw is, zodat er nog weinig of geen rechtspraak over is. Toch kan er het volgende worden opgemerkt

Schenk- en erfbelasting
Voor de Nederlandse schenk- en erfbelasting kan er ons inziens geen sprake zijn van wetsmisbruik. De Trust wordt namelijk als transparant gezien. Indien binnen de Trust vermogen overgaat naar een ander dan de inbrenger, dan wordt dit belast met Nederlandse schenk- of erfbelasting. In ons voorbeeld gaat het vermogen over van de heer B aan zijn dochter op het moment dat hij nog in België woont. Om die reden, en niet door de inbreng in de Trust, kan er geen schenk- of erfbelasting worden geheven.

Inkomstenbelasting
Voor de Nederlandse inkomstenbelasting geldt dat een Trust ook transparant is, tenzij de Trust wordt belast tegen een winstbelasting van minimaal 10%. De Curaçaose Trust heeft de mogelijkheid: 0% of 10%-belastingheffing. De vraag of heffing van 10% gunstiger is dan box 3 hangt volledig af van het gemaakte rendement. Heffing bij de Trust is zeker niet per definitie gunstiger. Daarnaast is de Nederlandse belastingwetgeving zo vormgegeven dat het uitgangspunt geldt dat een buitenlandse heffing van 10% goed genoeg is naar Nederlandse normen. Een onderworpenheid van 10% dan misbruik van recht noemen, is wellicht al lastig.
Voor de inkomstenbelasting zal het ons inziens gaan om de omstandigheden van het geval. Als er duidelijk en bewust puur voor besparing van inkomstenbelasting wordt gegaan, dan bestaat de kans dat de fiscus met succes misbruik van recht kan stellen. In de praktijk echter, zijn er veel meer redenen om vermogen in de Trust in te brengen, die ook veel belangrijker kunnen zijn. Zo is er de bescherming van vermogen tegen beslaglegging door derden of het regelen dat kinderen niet direct de controle hebben over dit vermogen. En als de inbreng in een Trust niet om hoofdzakelijk fiscale motieven plaatsvindt, dan lijkt ons niet dat er snel sprake zal zijn van misbruik van fiscaal recht.

hits=18= / id=2057=