De offshore structuur van vader en de Nederlandse belastingdienst. De nalatenschap van Erik

In Archiefby robert

Angeline woont al jaren met haar man in België. Onlangs is Erik, de vader van Angeline, overleden. Erik heeft zijn hele leven in Nederland gewoond. Bij het opruimen van het huis van haar vader vond Angeline, naast de bekende zaken ook iets onbekends. Erik bleek een persoonlijke bankrekening in Zwitserland te hebben aangehouden en eigenaar te zijn van een offshore structuur in de Kaaimaneilanden die een Luxemburgse rekening bezat. Ook zijn belastingadviseur wist hierover niets. De saldi van de rekeningen waren dan ook nooit in de aangifte inkomstenbelasting van Erik opgenomen. Het bleek dat de Zwitserse bankrekening destijds was geopend door Jaap, de vader van Erik die in 1980 was overleden. De offshore structuur was in het begin van het eerste decennium van 21ste eeuw opgezet door een bestaande Luxemburgse bankrekening aan een offshore vennootschap in de Kaaimaneilanden over te dragen.

Nalatenschap aanvaarden
Voordat Angeline verder wou gaan met de afwikkeling van de nalatenschap, liet zij zich informeren door de belastingadviseur over de fiscale positie van haar vader en zij zelf. De belastingadviseur vroeg eerst of zij de nalatenschap zuiver of beneficiair had aanvaard. Bij beneficiair aanvaarden laat de erfgenaam eerst een boedelbeschrijving opmaken, zodat de erfgenaam niet verplicht is de schuld van de nalatenschap uit zijn eigen vermogen te voldoen. In deze situatie was dat handig geweest omdat de nalatenschap een schuld heeft aan de Nederlandse Belastingdienst van een onbekende omvang. Angeline had echter al een deel van Erik’s huis opgeruimd en weggegooid, zodat er sprake is van zuivere aanvaarding. De zuivere aanvaarding kan niet meer worden teruggedraaid, behalve als een onbekend testament opduikt na de zuivere aanvaarding. In dat geval is wel een machtiging nodig van de kantonrechter.
Hoewel de nalatenschap van Erik een aardige omvang heeft, begon Angeline zich na deze introductie toch zorgen te maken. Uit publicaties in een Belgisch vakblad wist zij dat de Nederlandse Belastingdienst bij het opleggen van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting tot 12 jaar terug kon gaan in de tijd. Dus voor de jaren vanaf 1999 t/m 2010 heeft de belastingdienst de tijd tot 31 december 2011 om navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op te leggen. Naast de belasting komt daarbij ook heffingsrente en voor ieder jaar een boete, zodat de totale schuld heel fors zou kunnen uitvallen.

Navorderingstermijn
De belastingadviseur kon een deel van de zorg wegnemen, aangezien na het overlijden van de belastingplichtige aan hem geen boete kan worden opgelegd. Volgens het (mensen-)recht moet namelijk iedereen zich persoonlijk kunnen verdedigen tegen de opgelegde straf en dat is na zijn overlijden niet meer mogelijk, zodat het vermoeden van onschuld moet gelden. Ook aan de erfgenamen kan in dat geval geen boete worden opgelegd, aangezien zij geen schuld hebben aan de onjuiste aangiften inkomstenbelasting van de erflater. Hiervoor geldt namelijk het adagium “zonder schuld geen straf”.
Wel noemde de belastingadviseur nog iets wat Angeline zorgen baarde. Ook voor de erfbelasting is de navorderingstermijn 12 jaar, maar per 1 januari 2012 vervalt deze beperking in de tijd en kan de Belastingdienst onbeperkt navorderen, zelfs met terugwerkende kracht. Vanaf die datum zijn erfgenamen gehouden alsnog aangifte te doen zodra “nieuw” vermogen van de erflater bekend wordt. Deze maatregel heeft onbeperkte terugwerkende kracht, zodat vanaf 2012 de onbeperkte navorderingstermijn ook geldt voor nalatenschappen die vóór deze datum zijn opengevallen. Opa Jaap is in 1980 overleden en hij had een geheime bankrekening in Zwitserland, waarvan destijds geen aangifte erfbelasting was gedaan door Erik. Voor deze verkrijging kan vanaf 2012 dus ook een navorderingsaanslag worden opgelegd.

Bankgeheim
Angeline vroeg aan de belastingadviseur om een overzicht te maken van de te verwachten inkomstenbelastingschuld, zodat zij de juiste omvang van de nalatenschap zou weten en vervolgens de aangifte erfbelasting kon indienen. De belastingadviseur vertelde dat de Nederlandse Belastingdienst in de afgelopen jaren informatie heeft gekregen over bankrekeningen die Nederlandse Rijksinwoners aanhielden bij banken in onder meer Luxemburg en Liechtenstein. In beide gevallen was er sprake van een lek van voormalige medewerkers van de banken. In 2009 is het dubbelbelastingverdrag van Nederland met België en Luxemburg aangepast. Op grond hiervan kan de Belastingdienst informatie opvragen bij de Belastingdienst in België en Luxemburg. In Luxemburg geldt echter een wettelijk bankgeheim, zodat het onduidelijk is of de Luxemburgse banken op verzoek van de Belastingdienst gegevens zullen vrijgeven.
In België bestaat er geen wettelijk bankgeheim. Bovendien heeft België in het kader van de Europese Spaarrichtlijn besloten om met ingang van 1 januari 2010 spontaan bancaire informatie uit te wisselen met andere Europese landen. De interesten en dividenden die vanaf 1 januari 2010 door banken in België aan inwoners van een andere Lidstaat van de Europese Unie worden betaald, zullen door België aan die Lidstaat spontaan worden gecommuniceerd.
Inmiddels heeft Nederland informatieuitwisselingsverdragen met onder andere Antigua, Barbuda, Bermuda, Guernsey, Jersey, Kaaimaneilanden, Liechtenstein en het eiland Man afgesloten. Op grond van deze verdragen kan op verzoek informatie worden uitgewisseld, maar dit moet wel een onderbouwd verzoek zijn, met bijvoorbeeld de namen van de rekeninghouders met het bankrekeningnummer. Uit de praktijkervaring van de belastingadviseur bleek dat de Nederlandse Belastingdienst zelfs al informatie had ontvangen uit Liechtenstein, naar aanleiding van een concreet verzoek.

Zwitserland
Nederland krijgt binnenkort een nieuw dubbelbelastingverdrag met Zwitserland, waarin ook de uitwisseling van informatie is opgenomen, mits hiertoe een concreet geïndividualiseerd verzoek wordt gedaan. Automatische uitwisseling van inlichtingen is dus niet mogelijk. Zwitserland houdt nadrukkelijk vast aan zijn wettelijke bankgeheim.
Een andere ontwikkeling is dat Zwitserland met Duitsland en Groot-Brittannië afspraken heeft gemaakt over belastingheffing op spaartegoeden van Duitse en Britse ingezetenen. De Zwitserse overheid zal via de banken een eerder afschrikwekkende bronbelasting inhouden op beleggingsopbrengsten van inwoners uit Duitsland en Engeland. Bij deze afspraak blijft het Zwitserse bankgeheim gehandhaafd, zodat de identiteit van de spaarder voor de belastingdienst onbekend zal blijven. Het is momenteel onbekend of Nederland besprekingen voert over een vergelijkbare regeling.

Gecorrigeerde aangifte
Over deze ontwikkelingen hoefde Angeline zich niet druk te maken. Na het opstellen van het overzicht van te betalen inkomstenbelasting over de afgelopen jaren, liet zij een gecorrigeerde aangifte inkomstenbelasting over de afgelopen jaren indienen ten name van haar vader en vervolgens de aangifte erfbelasting. Zij hoefde zich geen zorgen meer te maken over een dreigende belastingschuld in verband met de voor de belastingdienst verborgen gehouden bankrekeningen.
Vervolgens besloot Angeline om de buitenlandse beleggingen over te brengen naar haar Belgische effectenportefeuille. Vanaf dan zal de belasting over interesten en dividenden rechtstreeks door de Belgische bankinstelling worden geïnd, zodat zij niet verplicht is om de buitenlandse rekening aan te geven in de Belgische personenbelasting. Deze wijze van belastingheffing via de bank biedt meer discretie dan een aangifte die naar de lokale controle wordt verzonden, en zorgt voor minder administratieve rompslomp voor de belastingplichtige.
Zwitserse, en ook Luxemburgse, bankinstellingen zijn op grond van de Spaarrichtlijn trouwens verplicht om een bronheffing in te houden op de interesten en dividenden die zij aan Belgische ingezetenen uitbetalen. Het tarief van deze bronheffing is op 1 juli van dit jaar nog verhoogd naar 35%. Dit is hoger dan de 15% of 25% die verschuldigd zijn op Belgische interesten en dividenden, maar de Belgische fiscus zal het meerdere deel wel teruggeven wanneer de belastingplichtige hierom vraagt in zijn aangifte. De belastingplichtige heeft trouwens geen keuze. De aangifte is in ieder geval verplicht. Het niet aangeven van een buitenlandse bankrekening wordt als fiscale fraude beschouwd.
De Belgische belastingadviseur van Angeline merkt trouwens op dat niet alleen de fiscus maar ook de strafrechter een toegenomen aandacht hebben voor offshore beleggingen in een exotisch belastingparadijs. Steeds strengere boetes en zelfs regelrechte gevangenisstraffen kunnen het gevolg zijn. Dit risico wil Angeline zeker niet lopen.
hits=34= / id=1998=