Zorg Zorgen. Onderzoek of het ministerie zich inspande om discriminatie te vermijden. Discriminatie door nalatigheid?

In Archiefby robert

Gezien de vragen van het Europese Hof, stelde de Centrale Raad zich tot taak in de zitting van 29 juni 2011 onderzoek te doen naar de feiten: hoe was in 2004 tot 2006 de toepassingswet tot stand gekomen?

De juridische kant van de zaak was voldoende duidelijk, nu ging het uitdrukkelijk om de feiten. De kernvraag was in hoeverre het ministerie zich heeft ingespannen om discriminatie van expat-verzekerden te vermijden. Kort gezegd, officieel: “de rechtspositie van de expat-gepensioneerden te waarborgen”. De Centrale Raad had daarom ter zitting vertegenwoordigers van het ministerie uitgenodigd om hen te ondervragen – een tamelijk unieke gang van zaken overigens.

Belofte van minister
Een belangrijk deel van de vragen gold het overleg tussen het ministerie en de verzekeraars. Het is bekend dat al het nodige gedaan werd om de rechten van de verzekerde gepensioneerden in Nederland te handhaven, want het ging om vijf miljoen burgers. Over de gevolgen daarvan moest natuurlijk worden overlegd met de verzekeraars.
Maar, wat deed het ministerie ten aanzien van de expat-gepensioneerden? De minister had immers in een brief dd. 9 december 2004 aan de vaste commissie in de Kamer beloofd: dat aan alle bestaande verzekerden vóór eind 2005 “een non-select integraal aanbod zal worden gedaan voor de hoofdverzekering en aanvullende verzekering, dat zoveel mogelijk aansluit bij de huidige dekking”. In de Kamer schrok men van de massale eenzijdige opzegging van de verzekeringscontracten van niet-ingezetenen door de verzekeraars. Op 6 december 2005 vond een spoeddebat plaats, waarin op de gevaren voor niet-ingezetenen werd gewezen. De motie was onder andere voorgesteld door mevrouw Schippers, thans opvolger van Hoogervorst. De regering deed niets.

Brief van Wiegel
De grondig voorbereide vragen van de rechters konden niet altijd eenduidig worden beantwoord door de ambtenaren. Zij konden zich niet bemoeien met de privaatrechtelijke relatie van de verzekeraars met hun klanten. Dan zouden zij buiten hun bevoegdheid treden. Zij herinnerden zich eerst niet een brief van Wiegel namens de verzekeraars, als zou het verzekeren van pensionado’s in het buitenland onoverkomelijke problemen met zich meebrengen. Later herinnerde men zich de brief en werd ook gezegd dat er geregeld gecorrespondeerd was.
De Raad van Beroep wist wel beter en onze advocaat hielp een handje. Wij willen hier niet ingaan op de details van de discussie over de historie van de bijzonder slecht doordachte toepassingswet en de vaak rampzalige gevolgen daarvan voor de expat-gepensioneerden: zowel Nederlanders als andere Europeanen die ooit in Nederland werkten. De zitting bevestigde het beeld van een behandeling ‘en bagatelle’ in 2004 tot 2006 door de minister en zijn ambtenaren; volgens de minister ging het om een ‘non-probleem’.

Uitspraak eind september
Na een kort reces liet de Centrale Raad weten dat er niet nog een zitting nodig was en dat de uitspraak eind september zal volgen. Zij liet ook weten dat er twee uitspraken mogelijk zijn: A) een niet-ontvankelijk verklaring. Dan is dus zes jaren procederen vergeefs geweest, op de woonlandfactor na, die overigens besparingen meebracht aanzienlijk groter dan de kosten van alle processen.
B) De Centrale Raad kan ook concluderen, dat de Staat zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan discriminatie van reeds geëmigreerde gepensioneerden bij de invoering van de Zorgverzekeringswet. In dat geval zal de Centrale Raad vaststellen dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld en de zaak doorverwijzen naar een zogenaamde bestuursrechtelijke schadestaatprocedure voor het vaststellen van de hoogte van de schade. Tegen een dergelijke uitspraak waarbij de aansprakelijkheid van de Staat wordt vastgesteld, staat geen hoger beroep meer open.

Wat dan? Daarover valt in dit stadium alleen te speculeren en de ervaring van zes jaren heeft geleerd dat dat weinig zin heeft.

Naar aanleiding van vragen: S.B.N.G.B. en financiën
De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (S.B.N.G.B), werd opgericht in den Haag in begin 2006 op initiatief van verenigingen en groepen in Spanje, Portugal, Frankrijk en België. In België is geen stichting, maar een actie die wordt gevoerd door voormalig EU-commissaris en Nederlands minister van Financiën Frans Andriessen en ondergetekende met hulp van hun echtgenoten.
In de jaren 2006 t/m 2010 werd in totaal tegen de € 400.000,- ingezameld, waarvan € 120.000 uit België. Dit diende praktisch volledig voor het betalen van de rekeningen van het advocatenkantoor De Brauw, dat in zes zittingen de zorg-zaak van de circa 70.000 gepensioneerden verdedigde.
Sedert kort voert de Stichting twee gevechten: de zorg-zaak (zie boven) en die tegen de korting op de AOW-uitkering van de circa 250.000 AOW’ers buiten Nederland.
In België hebben wij thans € 14.000 in kas. Binnenkort verwachten we wederom een forse rekening van de advocaat.
hits=0= / id=1993=