Dubbelbelastingverdag België – Nederland: geen schending vrij verkeer bij loutere toepassing interne wetgeving

In Archiefby robert

Volgens de Belgische personenbelasting heeft de echtgenoot met het hoogste inkomen recht op de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste. In deze zaak was de echtgenoot met het hoogste belastbaar inkomen werkzaam in Nederland, met als gevolg dat zijn beroepsinkomsten in de werkstaat (Nederland) belast werden en hij – wegens gebrek aan belastbaar inkomen in de woonstaat (België) – niet kon genieten van de Belgische maatregel van verhoogde belastingvrije som voor kinderen ten laste.
De echtgenoten waren van mening dat België door de aanrekening van de verhoogde belastingvrije som op de vrijgestelde inkomsten handelt in strijd met het vrije verkeer van personen, maar zij konden niet op veel bijval rekenen van de rechter.
Het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland bepaalt namelijk dat wanneer de werkstaat (Nederland) rekening houdt met de gezinstoestand van de belastingplichtige, de woonstaat (België) daartoe niet langer verplicht is. Het mislopen van de Nederlandse combinatie- en kinderkorting wegens het niet vervullen van de wettelijke voorwaarden is voldoende voor de rechter om te besluiten dat de werkstaat wel degelijk rekening hield met de gezinstoestand van de belastingplichtige. Het feit dat de Nederlandse voorwaarden inzake de combinatie- en kinderkorting niet gelijklopen met de Belgische belastingvrije som voor kinderen ten laste levert als dusdanig geen schending op van de verdragsrechtelijke vrijheden, maar is louter een toepassing van de interne wetgeving van de heffingsbevoegde staat (Rechtbank eerste aanleg Hasselt 27 april 2011).
hits=3= / id=1881=