Afkoop pré-Brede Herwaarderingslijfrenten niet belast in Nederland, Hoge Raad 25 februari 2011

In Archiefby robert

Dit is een zeer belangrijke uitspraak van de Hoge Raad. De vraag die al langer speelt is of Nederland eigenlijk wel belasting mag heffen over uitkeringen uit en/of afkoopsommen van oudregimelijfrenten (pré-Brede Herwaardering), waarvan de begunstigde in het buitenland woont. Onder het vorige belastingverdrag met België van voor 2003 is al langer duidelijk dat dit niet kan. Voor het nieuwe belastingverdrag met België echter nog niet. Er zijn al diverse uitspraken gedaan door lagere rechters en ook de Advocaat-generaal had zich er al over uit gelaten (zie de nieuwsbrief van november 2010), maar het was wachten op een arrest van de Hoge Raad. Dat arrest is er op 21 januari 2011 gekomen.
Kort nog even de casus: iemand heeft voor 15 oktober 1990 twee kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule afgesloten. Op 23 december 2002 dient hij, als inwoner van België, voor beide verzekeringen een verzoek tot declausulering in. Het verzoek heeft de verzekeringsmaatschappij nog in 2002 bereikt, maar wordt pas in 2003 afgewikkeld. Fiscaal is van belang dat declasulering in de Nederlandse wet (bij fictie) gelijk wordt gesteld met afkoop. Daarnaast is belangrijk dat per 1 januari 2003 een nieuw belastingverdrag tussen Nederland en België van toepassing.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van de overgangsregeling bij de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964 (de voorloper van de huidige Wet Inkomstenbelasting 2001) het pre-Brede Herwaarderingsregime van toepassing is gebleven. Omdat het hier een buitenlands belastingplichtige betreft, kan de declausulering (fictieve afkoop) niet gerekend worden tot enig in Nederland belastbaar inkomen. Het maakt daarbij ook niet uit of de declausulering in 2002 of 2003 heeft plaatsgevonden.
hits=2= / id=1758=