Vrijheid van vestiging

In Archiefby robert

De Commissie is van mening dat deze exitheffingsregels bedrijven ervan kunnen weerhouden hun recht op vrijheid van vestiging uit te oefenen, en dat zij bijgevolg een beperking van artikel 49 VWEU vormen. De Commissie baseert haar standpunt op het Verdrag zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie in De Lasteyrie du Saillant (zaak C-9/02 van 11 maart 2004) en in N (zaak C-470/04 van 7 september 2006), en op haar mededeling over exitheffingen (COM(2006)825 van 19 december 2006). Het is niet toegestaan om reeds ontstane, maar nog niet gerealiseerde meerwaarden op het tijdstip van vertrek onmiddellijk te belasten, wanneer er geen soortgelijke eindafrekening wordt opgelegd in vergelijkbare binnenlandse situaties. Uit de jurisprudentie volgt derhalve dat de lidstaten de inning van hun belastingen moeten uitstellen tot op het tijdstip dat de meerwaarden daadwerkelijk worden gerealiseerd.
De verzoeken hebben de vorm van een met redenen omkleed advies, de tweede stap in de inbreukprocedure van artikel 258 van het Verdrag. Als de lidstaten binnen twee maanden geen gevolg geven aan het advies dat de Commissie tot hen heeft gericht, kan deze de zaak voor het Hof van Justitie van de Europese Unie brengen.
hits=1= / id=1684=