Zorg Zorgen. De vragen aan het Europese Hof

In Archiefby robert

Zoals bekend deed de Raad van Beroep te Utrecht afgelopen zomer een uitspraak. Dit geschiedde in de vorm van zogenaamde ‘pre-judiciële’ vragen aan het Europese Hof in Luxemburg over de uitleg van het Europese recht. Eind 2009 lichtten partijen hun standpunten over de vragen nader toe in uitvoerige brieven.

Niet inschrijven ziekenkas
De brief van onze advocaat Pijnacker Hordijk geeft in 35 pagina’s een heldere uiteenzetting waarin het gehele probleem de revue passeert. Hij vertaalt het juridisch jargon in de twee vragen als volgt:
1. “Kort samengevat wenst de Centrale Raad te vernemen of het communautaire recht eraan in de weg staat dat Nederland een bijdrage heft in het geval waarin een gepensioneerde zich niet heeft ingeschreven bij de ziekenkas van zijn woonplaats en bijgevolg niet ten laste komt van Nederland”.
De vraag dient bevestigend beantwoord te worden. Immers indien Nederland met een beroep op art. 33 van de Verordening 1408/71 bijdragen zou achterhouden van pensioentrekkers die niet te haren laste komen, zou dit niet alleen Nederland een ongerechtvaardigd financieel voordeel opleveren, het zou ook het in de Verordeningen besloten liggende keuzerecht doorkruisen.

Inhoudingen
De tweede vraag van de Raad luidt vertaald: 2. “Kort samengevat wenst de Centrale Raad te vernemen of het inhouden van een bijdrage bij een pensioengerechtigde die zich niet op de voet van artikel 29 van verordening 574/72 heeft ingeschreven bij de ziekenkas van zijn woonland, in strijd is met artikel 45 VWEU (oud artikel 39 EG) dan wel artikel 21 VWEU (oud artikel 18 EG)”.
In de genoemde artikelen is het beginsel van vrij verkeer voor personen/werknemers vastgelegd. Hiermee is in strijd Artikel 69 van de Zorg Verz. Wet: “voorzover een bijdrage wordt ingehouden van een pensioengerechtigde zonder dat deze zich op de voet van art. 29 van Verordening 572/74 heeft ingeschreven”. Aldus de stelling van de advocaat over de tweede vraag.
Naar verluidt zou het Hof over circa een jaar uitspraak doen, omdat de zaak als urgent is betiteld. Intussen staan er nog enkele andere dingen te gebeuren.

De nieuwe verordening
Voordat de uitspraak wordt gedaan, zal er een nieuwe Europese verordening van kracht worden, die de opvolger zal zijn van de thans van kracht zijnde 574/72. De verordening heeft het nummer 883/04. Deze zou dit voorjaar van kracht worden. Zij opent de mogelijkheid voor de lidstaten om meer verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken.
Over het uitvoeringsdecreet van de Nederlandse minister is echter nog weinig bekend. Zeker is dat aan expat-pensionado’s de mogelijkheid geboden zal worden zich ook te laten behandelen in Nederland, wat tot nu toe verboden was.
De minister zou een nieuwe bijdrage gaan instellen, die uniform zou zijn voor alle expat-gepensioneerden (motto: ‘solidariteit’). Deze zou ook worden geheven als men niet kiest voor behandeling in Nederland, omdat men België prefereert. Er is nog weinig of niets bekend – en dan te bedenken dat zijn decreet in mei reeds in werking zou moeten zijn!
Een deel van de uitvoering bestaat uit – wat men zou kunnen noemen – een nieuw E121 formulier. Dat is ook van belang omdat men op vertoning daarvan in EU landen buiten België aanspraak kan maken op medische behandeling. Hiervoor moet CVZ zorgen. De ervaringen met
E121 voorspellen niet veel goeds.

Op vragen aan een mutualiteit kwam het antwoord dat zij nog niets definitief wisten. En zo blijft de sociale ‘zekerheid’ van expat gepensioneerden hoogst onzeker. Het spijt ons zeer dat wij nog steeds geen houvast kunnen bieden.

hits=0= / id=1675=