Opgaaf Wereldinkomen

In Archiefby robert

Onder de Verdragsgerechtigden leeft de vraag (i) op basis waarvan de Belastingdienst bevoegd is deze informatie te vragen en (ii) wat de eventuele consequenties zijn van het niet invullen van de opgaaf.
De Belastingdienst Heerlen heeft onlangs aan veel Verdragsgerechtigden een formulier Opgaaf Wereldinkomen 2006 verzonden. Met dat formulier verzoekt de Belastingdienst de Verdragsgerechtigden om zowel het in 2006 genoten Nederlands als het niet-Nederlands inkomen aan de Belastingdienst op te geven. De Belastingdienst geeft op het formulier aan dat hij de informatie over het wereldinkomen nodig heeft om de hoogte van de zorgtoeslag of de bijdrage op grond van art. 69 van de Zorgverzekeringswet (“Zvw “) (de “Zvw-bijdrage”) vast te stellen.

Onder de Verdragsgerechtigden leeft de vraag (i) op basis waarvan de Belastingdienst bevoegd is deze informatie te vragen en (ii) wat de eventuele consequenties zijn van het niet invullen van de opgaaf.
Bij de beantwoording van die vragen zal onderscheid moeten worden gemaakt tussen enerzijds de Verdragsgerechtigden die in 2006 een zorgtoeslag hebben aangevraagd / ontvangen en anderzijds de Verdragsgerechtigden die geen zorgtoeslag hebben aangevraagd / ontvangen en alleen de Zvw-bijdrage betalen.

2 Opgaaf in verband met aanvraag zorgtoeslag

2.1 Bevoegdheid tot het doen van een verzoek om inlichtingen
De Wet op de zorgtoeslag voorziet zelf niet in een regeling op basis waarvan van de Verdragsgerechtigde gegevens kunnen worden verlangd. De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (“AWIR”) voorziet daarentegen wél in een regeling op grond waarvan begunstigden van een financiële bijdrage van het Rijk om (inkomens)gegevens kunnen worden verzocht. De Wet op de zorgtoeslag is aan te merken als een inkomensafhankelijke regeling in de zin van art. 1 lid 3 van de AWIR en valt binnen de reikwijdte van de AWIR.
Onder het begrip inkomensafhankelijke regeling vallen alleen financiële bijdragen van het Rijk die aan burgers worden betaald als tegemoetkoming in bijdrageverplichtingen (zoals de Zvw-bijdrag) (noot 1). De Zvw is dus geen inkomensafhankelijke regeling in de zin van de AWIR, omdat de Zvw zelf niet voorziet in een bijdrage (lees: tegemoetkoming) van het Rijk, maar slechts in een bijdrage aan CVZ; paradoxaal genoeg is de Zvw-bijdrage wel inkomensafhankelijk. De AWIR is dus niet van toepassing op de berekening en inhouding van de bijdrage van art. 69 Zvw.
De AWIR is van toepassing op de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die een zorgtoeslag hebben aangevraagd / ontvangen.
Op grond van art. 18 lid 1 AWIR verstrekt de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die een zorgtoeslag hebben aangevraagd / ontvangen aan de Belastingdienst/Toeslagen (noot 2) desgevraagd alle (inkomens)gegevens die nodig zijn voor (i) de beoordeling of aanspraak kan worden gemaakt op de zorgtoeslag en zo ja, (ii) voor de bepaling van de hoogte van de zorgtoeslag.
Het formulier is dus een verzoek om inlichtingen op grond van art. 18 lid 1 AWIR.
Op grond van art. 15 lid 6 AWIR kan de Belastingdienst ook op eigen initiatief een aanvraagformulier toezenden aan degene die vermoedelijk voor een tegemoetkoming in aanmerking komt waarop ook de benodigde gegevens kunnen worden vermeld.
Het formulier Opgaaf Wereldinkomen lijkt echter niet aan te merken te zijn als een aanvraagformulier zorgtoeslag in de zin van art. 15 lid 6 AWIR waarop ook de inkomensgegevens moeten worden vermeld. Dit valt af te leiden uit het feit dat met het formulier geen zorgtoeslag kan worden aangevraagd en de zinsnede in de toelichting dat het wereldinkomen benodigd is voor “de definitieve vaststelling van een toeslag of bijdrage”.
Op grond van art. 15 lid 8 AWIR zijn de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die niet-Nederlands inkomen genieten, verplicht aan de Belastingdienst/Toeslagen een opgaaf te verstrekken van dat inkomen (inclusief het “wereldinkomen uit aanmerkelijk belang” en het “voordeel uit sparen en beleggen” – het zogenaamde Box 2 respectievelijk Box 3 inkomen).

2.2 Consequentie van het niet voldoen aan het verzoek om inlichtingen
Op de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die in 2006 zorgtoeslag hebben aangevraagd en / of ontvangen en nu het formulier Opgaaf Wereldinkomen hebben ontvangen is de AWIR van toepassing. Indien die Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner niet aan het verzoek om voldoen om opgaaf van hun wereldinkomen te doen, staat het de Belastingdienst/Toeslagen vrij ambtshalve de hoogte van de zorgtoeslag vast te stellen (art. 18 lid 4 AWIR). Het risico bestaat dan dat de zorgtoeslag bij de definitieve vaststelling lager uitvalt en het in 2006 teveel ontvangen bedrag – inclusief rente –zal worden teruggevorderd of ingehouden op de nog in 2007 uit te betalen zorgtoeslagen.
Daarnaast is de Belastingdienst op grond van art. 40 lid 1 AWIR bevoegd om die Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner een boete van maximaal EUR 1.500,- op te leggen wanneer niet of niet tijdig aan het verzoek om inlichtingen gehoor wordt gegeven of zelfs tot maximaal EUR 5.000,- wanneer door het achterwege laten van de opgaaf de zorgtoeslag (onterecht) te hoog wordt vastgesteld.

3 Opgaaf wereldinkomen zonder recht op zorgtoeslag

3.1 Bevoegdheid tot het doen van een verzoek om inlichtingen
Wanneer de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner in 2006 geen zorgtoeslag hebben aangevraagd en / of ontvangen valt het verzoek tot opgaaf van het wereldinkomen buiten het bereik van de AWIR.
Het formulier Opgaaf Wereldinkomen is verstuurd om “de definitieve vaststelling van een toeslag of bijdrage” mogelijk te maken. De uitvoering van de heffing van de bijdrage is op grond van art. 69 lid 4 Zvw opgedragen aan het College zorgverzekeringen (“CVZ”) (en niet aan de Belastingdienst).

3.1.1 Wie is bevoegd om om (inkomens)gegevens te verzoeken?
Op grond van art. 88 lid 1 Zvw geldt de verplichting dat éénieder
“op verzoek aan de zorgverzekeraars, het College zorgverzekeringen, de zorgautoriteit, Onze Minister, de rijksbelastingdienst, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het gemeentebestuur, of aan een daartoe door of vanwege een van deze zorgverzekeraars of instanties aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens [vestrekt], waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet.” (onderstreping toegevoegd)
De Belastingdienst kan aan art. 88 Zvw rechtstreeks een bevoegdheid ontlenen – dan wel indirect via aanwijzing door CVZ – om om (inkomens)gegevens te verzoeken.
Nu de uitvoering van de heffing aan CVZ is opgedragen, lijkt het niet te stroken met de ratio van art. 88 lid 1 Zvw dat de Belastingdienst ter uitvoering van heffing van de bijdrage die aan CVZ is toebedeeld om (inkomens)gegevens verzoekt. Desalniettemin laat de tekst van het ar. 88 Zvw ruimte over voor de Belastingdienst om rechtstreeks aan die bepaling zijn bevoegdheid te ontlenen. Daarnaast kan er een attributiebesluit zijn van CVZ waarin de Belastingdienst door CVZ wordt aangewezen de (inkomens)gegevens te vragen. Dan bestaat de bevoegdheid van de Belastingdienst om om (inkomens)gegevens te verzoeken ook bij Verdragsgerechtigden en / of bij zijn of haar partner die geen zorgtoeslag hebben aangevraagd en / of ontvangen. Het is mij overigens niet bekend of een dergelijk attributiebesluit bestaat.
Mocht de bevoegdheid van de Belastingdienst (met succes) worden betwist, dan kan het CVZ altijd nog zelf op grond van art. 88 Zvw rechtstreeks om een opgaaf van het wereldinkomen verzoeken. Betwisting zou dan dus slechts tot uitstel van opgaaf leiden.

3.1.2 Tot hoever reikt die bevoegdheid?
Slechts de (inkomens)gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Zvw kunnen op grond van art. 88 Zvw worden opgevraagd bij de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die in 2006 geen zorgtoeslag hebben aangevraagd en / of ontvangen. De opgaaf van het wereldinkomen is volgens de toelichting bij het formulier noodzakelijk voor het (definitief) vaststellen van de Zvw-bijdrage.
In de grondslag van de Zvw-bijdrage wordt alleen het “wereldinkomen uit werk en woning” – het zogenaamde Box 1 inkomen – betrokken (vragen 1 en 2 en 5 van het formulier Opgaaf Wereldinkomen). De informatie waarnaar wordt gevraagd in de vragen 3 en 4 van het formulier Opgaaf Wereldinkomen, het “wereldinkomen uit aanmerkelijk belang” en het “voordeel uit sparen en beleggen” – het zogenaamde Box 2 respectievelijk Box 3 inkomen –, zijn niet noodzakelijk voor de vaststelling van de Zvw-bijdrage.
Noch de Belastingdienst, noch CVZ is bevoegd op grond van art. 88 Zvw om om informatie te verzoeken die niet noodzakelijk is voor het vaststellen van de Zvw-bijdrage. Er lijkt daarom geen bevoegdheid te zijn om de vragen 3 en 4 van het formulier Opgaaf Wereldinkomen te stellen.

3.2 Consequentie van het niet voldoen aan het verzoek om inlichtingen
De Zvw zélf voorziet niet in een boete of enige andere consequentie bij het niet gehoor geven aan het verzoek om inlichtingen.
Desalniettemin staat het CVZ vrij om bij het achterwege blijven van een opgaaf wereldinkomen de hoogte van Zvw-bijdrage vast te stellen op grond van informatie waarover zij (reeds) beschikken, met dien verstande dat de grondslag van de bijdrage voor 2006 nooit hoger kan zijn dan EUR 30.632,-.

4 Conclusie

4.1 Voor personen die zorgtoeslag hebben aangevraagd / ontvangen
De Belastingdienst is bevoegd om van de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die in 2006 zorgtoeslag hebben aangevraagd en / of ontvangen een opgaaf van hun wereldinkomen te verlangen. Wanneer daaraan geen gevolg wordt gegeven, is de Belastingdienst bevoegd om zelf de hoogte van de zorgtoeslag vast te stellen. Het niet opgeven van het niet-Nederlands inkomen kan worden beboet met een boete van maximaal EUR 1.500,-. Wanneer het niet opgeven van het niet-Nederlands inkomen leidt tot een te hoog vastgestelde zorgtoeslag kan de boete oplopen tot maximaal EUR 5.000,-.

4.2 Voor personen die geen zorgtoeslag hebben aangevraagd / ontvangen
Van de Verdragsgerechtigde en / of zijn of haar partner die in 2006 geen zorgtoeslag hebben aangevraagd en / of ontvangen kunnen (inkomens)gegevens worden verlangd teneinde de hoogte van Zvw-bijdrage vast te stellen. Of de Belastingdienst de bevoegdheid heeft om die gegevens op te vragen, kan worden betwist. Het CVZ is echter in ieder geval bevoegd om die gegevens op te vragen. Betwisting zou dan slechts tot uitstel van opgaaf leiden.
Wel kan worden betwist of CVZ / de Belastingdienst bevoegd zijn naar het “wereldinkomen uit aanmerkelijk belang” en het “voordeel uit sparen en beleggen” (de vragen 3 en 4 van het formulier Opgaaf Wereldinkomen) te vragen, aangezien zij niet noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de Zvw-bijdrage.
Op het niet invullen van de opgaaf wereldinkomen ten behoeve van de vaststelling van de Zvw-bijdrage is bij wet geen bestuurlijke boete gesteld. Wel staat het CVZ vrij om bij het achterwege blijven van een opgaaf wereldinkomen de hoogte van Zvw-bijdrage vast te stellen op grond van informatie waarover zij beschikken.

noot 1 MvT, TK 2004–2005, 29764, 3, p. 33 en 34
noot 2 Het organisatieonderdeel van de rijksbelastingdienst dat is belast met het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van tegemoetkomingen.

10 april 2007

hits=29= / id=1550=