Nederland mag gebruikelijk loonregeling toepassen bij Belgische directeur-groot aandeelhouder

In Archiefby robert

In de Nederlandse loonbelasting is de gebruikelijke loonregeling opgenomen. Deze regeling verplicht een directeur-groot aandeelhouder van een Nederlandse BV of NV ertoe zichzelf fiscaal een fictief loon aan te rekenen. De directeur-grootaandeelhouder wordt dus belast met loon- en inkomstenbelasting voor dit loon. Het uitgangspunt is een loon van € 42.000 (2012), maar als het gebruikelijke loon voor zijn functie en werkzaamheden hoger (of lager) is, dan moet groso modo dit hogere of lagere loon worden toegepast.
Het gaat hier dus om een wetsfictie. De directeur-grootaandeelhouder hoeft dit loon ook niet daadwerkelijk op te nemen. Er moet hierover daarentegen wel loon- en inkomstenbelasting worden betaald. De vraag is dan vervolgens hoe deze wetsfictie uitwerkt naar het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en België. Het oude verdrag tussen Nederland en België was ouder dan de gebruikelijke loonregeling. Daarom werd de fictief loonregeling in principe gezien als een schending van de goede verdragstrouw. Onder het oude belastingverdrag kon de fictief loonregeling niet worden toegepast. Omdat het nieuwe verdrag met België natuurlijk wel nieuwer is dan de gebruikelijke loonregeling, werd over het algemeen al in Nederland aangenomen dat deze fictie nu wel doorwerkt en dat Nederland nu wel mag heffen.
In deze uitspraak van de Hoge Raad wordt dit ook bevestigd. Nederland mag dan ook belasting heffen over een gebruikelijk loon bij een in België wonende directeur-groot aandeelhouder van een Nederlandse vennootschap.
Hoge Raad, 9 november 2012
hits=2= / id=1486=