Prinsjesdag en de Belastingplannen voor 2019 en volgende

In Archiefby robert

De traditioneel op Prinsjesdag aangekondigde Nederlandse belastingplannen kennen relatief weinig verrassingen. De meeste voorstellen waren al genoemd in het regeerakkoord en worden nu zo snel mogelijk gepresenteerd. Dit om te voorkomen dat de plannen niet meer uitgevoerd zouden kunnen worden als na de Eerste Kamerverkiezingen volgend jaar de coalitie daar haar huidige meerderheid kwijt zou raken. We noemen enkele van de belangrijkste voorstellen:

Box 1

In hoofdlijn wordt de belastingheffing op werken en ondernemen (box 1) stapsgewijs verlaagd. Uiteindelijk blijven er per 2021 slechts twee tarieven over namelijk 37,05% over de eerste € 68.507 en 49,5% over het meerdere.

Voor het jaar 2019 worden de tarieven 36,65% voor de eerste € 20.384, daarna 38,1% tot en met € 68.507 en 51,75% daarboven.

De tarieven gelden voor gecombineerde belasting- en premieplicht in Nederland. Verder blijft voor AOW-gerechtigden een lagere eerste schijf gelden.

Tegelijkertijd met de verlaging van de tarieven zal het maximale tarief waartegen de meeste aftrekposten in box 1 aftrekbaar zijn in stappen worden verlaagd tot uiteindelijk 37,05% vanaf 2023. Voor de hypotheekrenteaftrek is deze beperking al in gang gezet en voor de andere aftrekposten gaat dit beginnen in 2020.

Box 2

Het tarief voor box 2 (inkomen uit een aanmerkelijk belang) wordt verhoogd van 25% nu en in 2019, naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.

Tegelijkertijd is een plan aangekondigd om per 2022 te bepalen dat schulden van een groot-aandeelhouder aan zijn vennootschap boven de € 500.000 fictief als een dividend zullen worden gezien. Voor al bestaande leningen die zijn gebruikt door de groot-aandeelhouder om een eigen woning te kopen komt er overgangsrecht. Aangezien van dit plan nog geen wetsvoorstel is gepresenteerd is nog niet geheel duidelijk hoe deze regeling er exact uit komt te zien. Een wetsvoorstel hierover kan worden verwacht in 2019.

Deze voorgenomen aanpak van schulden aan de eigen vennootschap kan het aantrekkelijk maken om in 2019 dividend uit te keren: het tarief in box 2 blijft voor dat jaar nog 25% en zal pas daarna stijgen naar 26,9%.

Vennootschapsbelasting

De bovenstaande maatregelen betekenen wel een belastingverhoging voor de groot-aandeelhouders in privé. Daar gaat tegenover staan dat de vennootschapsbelasting zal worden verlaagd. Het tarief over de eerste schijf van € 200.000 wordt volgend jaar 19% en over het meerdere 24,3%. Uiteindelijk in 2021 zal het tarief over de eerste schijf 16% worden en 22,25% over het meerdere.
Dividendbelasting
Ondanks grote weerstand van de oppositiepartijen is ook het voorstel om de dividendbelasting af te schaffen gehandhaafd. Overigens zal de dividendbelasting zelfs dan niet volledig eindigen. Er zal een bronheffing blijven bestaan op uitgaande dividenden in situaties die als misbruik worden gezien, bijvoorbeeld de dividenduitkering naar een ontvanger in een belastingparadijs. Ook voor rente en royalty’s komt er een bronheffing.

Het afschaffen van de dividendbelasting zal in ieder geval gunstig zijn voor inwoners van België die beleggen in Nederlandse fondsen die dividend uitkeren, bijvoorbeeld Shell of Unilever.

30%-regeling

Zoals al was aangekondigd wordt de looptijd van de 30%-regeling voor gekwalificeerde werknemers verkort van 8 naar 5 jaar. Er komt nauwelijks overgangsrecht voor bestaande situaties: alleen eventuele schoolgelden voor het schooljaar 2018/2019 kunnen voor bestaande situaties nog onbelast worden vergoed.

Conserverende aanslag

Door de Hoge Raad is in 2017 beslist dat conserverende aanslagen voor pensioenen en lijfrentes over bepaalde periodes in het verleden niet rechtsgeldig kunnen worden opgelegd omdat dit in strijd kan komen met de goede verdragstrouw ten opzichte van landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten.

De wet wordt zodanig gewijzigd dat de beslissing van de Hoge Raad wordt gevolgd en dat de betreffende periodes in het verleden (waarover volgens de Hoge Raad geen conserverende aanslag op kan worden gelegd) uitgesloten worden voor de berekening van de conserverende aanslag.

Heffingskortingen

Vorig jaar is de loonbelasting gewijzigd zodat geen rekening meer wordt gehouden met een aantal heffingskortingen bij buitenlands belastingplichtigen aangezien zij er meestal geen recht op hebben en de heffingskortingen dan later weer zouden moeten terugbetalen.

Om de diverse regelingen zo goed mogelijk bij elkaar aan te laten sluiten wordt voor de inkomstenbelasting nu geregeld dat inwoners van de EU/ EER, Zwitserland en de BES-elanden altijd recht hebben op het belastingdeel van de arbeidskorting en de combinatiekorting.