Opletten bij lijfrentegift

In Archiefby robert

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 augustus 2015

 

Het doen van schenkingen door particulieren wordt in Nederland fiscaal gesteund. Zo kunnen giften onder bepaalde voorwaarden worden afgetrokken bij de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting.

Voor de giftenaftrek geldt een drempel (minimumbedrag) en ook een maximum aftrekbaar bedrag. Ook moet de gift verplicht aan een goed doel (ANBI of SBBI) worden gedaan om aftrekbaar te zijn.

Daarnaast kan er ook worden gekozen voor het doen van een gift voor een aantal jaren achter elkaar: dit wordt ook wel de lijfrentegift of periodieke schenking genoemd. Deze gift moest vroeger bij de notaris worden gedaan, maar dat is sinds 2014 niet meer nodig. Een gewone overeenkomst met de begiftigde is al voldoende, mits die wordt voorzien van een specifiek transactienummer. Een andere voorwaarde is dat de lijfrentegift ten minste vijf jaar loopt.

 

Als er wordt gekozen voor een lijfrentegift dan gelden de drempel en het maximumbedrag niet meer. Daardoor kan deze mogelijkheid interessanter zijn, dan de “gewone gift”.

Er is echter een voorwaarde bij de lijfrentegift die vaak wordt vergeten. Het is namelijk nodig dat er een statistische kans bestaat dat de vijfjaarstermijn niet wordt gehaald door een voortijdig overlijden. Deze “sterftekans” moet op zijn minst 1% zijn.

 

In deze zaak deden man en vrouw samen een lijfrentegift aan een ANBI. In de voorwaarden was opgenomen dat als één van beide zou overlijden, de gift door de langstlevende zou worden voortgezet. Doordat zij per saldo allebei de verplichting voor de schenking hadden, kon worden uitgerekend dat de kans dat de vijfjaarstermijn niet zou worden gehaald, minder was dan 1%. Zij hadden daarom geen recht op onbeperkte aftrek als lijfrentegift.

 

In de praktijk kan het dus verstandig zijn om niet gezamenlijk een lijfrentegift te doen. Beter doet ieder dan een eigen gift ter hoogte van de helft van het totale bedrag. Op die manier kan wel aan de 1%-sterftekans worden voldaan.

Ook nog heel jonge personen kunnen zo’n kleine sterftekans hebben, dat zij soms (nog) niet in aanmerking kunnen komen voor de lijfrentegift. De 1%-sterftekans is niet echt bekend en de eis wordt ook nergens duidelijk aangegeven. Toch kan deze voorwaarde er soms voor zorgen dat aftrek als lijfrentegift niet wordt toegestaan.