Krijgt Nederland ook notionele interestaftrek?

In Archiefby robert

Motie Tweede Kamer

Zoals in de meeste landen het geval is, kent ook de Nederlandse vennootschapsbelasting een verschil in behandeling van eigen vermogen (aandelenkapitaal) ten opzichte van vreemd vermogen (leningen) van een vennootschap. De vergoeding op vreemd vermogen, rente, is wel aftrekbaar van de winst. De vergoeding op eigen vermogen, dividend, is juist niet aftrekbaar. Dit maakt dat het voor een bedrijf interessanter kan zijn om zich te financieren door leningen dan door aandelenkapitaal. Om misbruik van dit verschil in behandeling te voorkomen moet door de wetgever dan weer specifieke wetgeving worden gemaakt die de renteaftrek in bepaalde situaties beperkt of zelfs uitsluit.

De Tweede Kamer heeft in dat verband een motie aangenomen op grond waarvan wetsvoorstellen moeten worden gedaan om eigen vermogen en vreemd vermogen meer gelijk te behandelen. Feitelijk zou dat in hoofdlijn op twee manieren kunnen gebeuren. De eerste mogelijkheid zou zijn om de aftrekbaarheid van rente op leningen principieel te beperken of zelfs af te schaffen. Echter, dat zou tot gevolg kunnen hebben dat Nederland internationaal een stuk minder aantrekkelijk wordt om een bedrijf te vestigen in een vergelijking met de meeste andere landen. Als in andere landen renteaftrek wel mogelijk is en in Nederland niet, dan kan dat een reden zijn om een bedrijf toch maar niet in Nederland te vestigen. De kans dat Nederland eenzijdig zal besluiten om renteaftrek te beperken of uit te sluiten is daarom niet erg groot.

Een tweede mogelijkheid is een oplossing waarvoor België al heeft gekozen, een aftrek op eigen vermogen. In België wordt dit de notionele interestaftrek genoemd. Hoewel deze Belgische regeling ons inziens succesvol is, heeft de notionele interestaftrek ook haar eigen aandachtspunten. Voor invoering van een dergelijke aftrek op eigen vermogen in Nederland is verder nog en aandachtspunt dat een aftrek op zowel eigen als op vreemd vermogen zal leiden tot een lagere belastbare winst. Dit is enerzijds goed voor de concurrentiepositie ten opzichte van andere landen, maar zou ook kunnen betekenen dat de opbrengst van vennootschapsbelasting lager wordt (immers, de winsten waarover wordt geheven worden fiscaal lager door de aftrek over eigen vermogen). Dat zou dus per saldo betekenen dat de Nederlandse belastingopbrengst lager wordt, en dat zal vermoedelijk ook weer niet de bedoeling zijn.

Het is dus afwachten of er maatregelen gaan worden genomen en welke dat dan exact zullen zijn. Met de Belgische notionele interestaftrek ligt er in ieder geval al een mooi voorbeeld voor Nederland om naar te kijken.