Inkeerregeling: samenloop wel en niet ontdekt vermogen

In Archiefby robert

De belastingdienst komt er achter dat X een bankrekening aanhoudt bij de KB-Luxemburg. X heeft het inkomen uit deze bankrekening nooit in zijn aangifte inkomstenbelasting opgenomen.
In eerste instantie stuurt de belastingdienst aan X een brief met het verzoek om informatie aan te leveren over tegoeden die worden aangehouden in het buitenland. X schakelt daarop een adviseur in. X gaat er vervolgens toe over om informatie aan te leveren over de gelden bij de KB-Luxemburg staan en over gelden die hij aanhoudt bij de Dresdner Bank. Voor beide rekeningen doet X een beroep op de inkeerregeling. Dat zou betekenen dat de belastingdienst geen boetes op kan leggen over de alsnog te betalen belasting.

De belastingdienst wijst de toepassing van de inkeerregeling af. De belastingdienst stelt dat zij op de hoogte was van het feit dat er vermogen in het buitenland werd aangehouden. Op het moment dat de belastingdienst hiervan op de hoogte is, is een beroep op de inkeerregeling niet meer mogelijk. De belastingdienst legt met betrekking tot beide rekeningen boetes op.

X tekent hiertegen beroep aan en krijgt uiteindelijk voor een deel gelijk. Omdat de belastingdienst al op de hoogte was van de bankrekening bij de KB-Luxemburg kan voor die rekening geen beroep worden gedaan op de inkeerregeling. In zoverre kan er een boete worden opgelegd. Echter voor de bankrekening bij de Dresdner Bank kan wel beroep op de inkeerregeling worden gedaan. De belastingdienst was namelijk met deze bankrekening niet bekend. Er mogen dan geen boetes worden opgelegd.

Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 december 2013

hits=62= / id=3569=