Gesplitste aankoop van onroerend goed: de Minister vraagt zijn administratie om haar standpunt te herbekijken

In Archiefby robert

In het vorige nummer van dit magazine werd stil gestaan bij de recente evoluties inzake de behandeling op vlak van successierechten van de gesplitste aankoop van vastgoed en de financiering van de koopprijs van de blote eigendom met geld dat door de vruchtgebruiker voorafgaandelijk aan de aankoop werd geschonken aan de blote eigenaar.

Pro memorie: Bij gesplitste aankoop wordt een onroerend goed voor het vruchtgebruik verkregen door de toekomstige erflater en voor de blote eigendom door een toekomstige erfgenaam of legataris. Een op die manier aangekocht onroerend goed wordt bij het overlijden van de vruchtgebruiker voor de toepassing van de Belgische successierechten geacht in volle eigendom tot de nalatenschap van de erflater te behoren en door de blote eigenaar als legaat te zijn verkregen, waardoor er bij het overlijden van de vruchtgebruiker in principe successierechten verschuldigd zijn over het onroerend goed. Zo wil het artikel 9 van het Belgische Wetboek der successierechten. Hetzelfde wetsartikel voegt er echter aan toe dat dat niet geldt wanneer men kan bewijzen dat de aankoop geen bedekte bevoordeling vormt. Slaagt de blote eigenaar er met andere woorden in om aan te tonen dat hij geen bedekte bevoordeling heeft verkregen van de erflater/vruchtgebruiker, dan zijn er geen successierechten verschuldigd bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Om het tegenbewijs te leveren, moet de blote eigenaar aantonen dat hij de nodige gelden had om de blote eigendom aan te kopen en dat hij de gelden ook voor de aankoop heeft aangewend. In de praktijk worden de gelden vaak voorafgaandelijk door de toekomstige vruchtgebruiker aan de toekomstige blote eigenaar geschonken.

In het verleden heeft de fiscale administratie deze populaire techniek voor de planning van onroerend goed lange tijd aanvaard, waarbij zij een aantal keer bevestigd heeft dat een voorafgaande schenking aan de blote eigenaar van een geldsom waarmee deze zijn deel van de koopprijs kan betalen, geen bedekte bevoordeling vormde. Bijgevolg waren er dan ook geen successierechten verschuldigd bij het overlijden van de vruchtgebruiker.
Daar kwam in de zomer van 2012 verandering toen de fiscus naar aanleiding van de nieuwe fiscale antimisbruikbepaling deze techniek op haar befaamde ‘zwarte lijst’ van verdachte handelingen plaatste. Begin april 2013 maakte de fiscus een nieuwe versie van deze zwarte lijst bekend, en bleek de techniek ineens niet langer voor te komen op de zwarte lijst van verdachte handelingen. Maar amper een goede week later raakte een nieuwe administratieve beslissing bekend waarin de fiscus bevestigde dat zij een voorafgaande schenking door de vruchtgebruiker aan de blote eigenaar om deze toe te laten zijn deel van de koopprijs te betalen vanaf 1 september 2013 niet langer zal aanvaarden als een geldig tegenbewijs.
Naar aanleiding van deze opeenvolgende wijzigingen, de bijhorende rechtsonzekerheid en de striemende kritiek die dit opleverde van juristen, werd de Minister van Financiën hierover in het parlement ondervraagd door verschillende parlementsleden. In zijn antwoord bevestigde de Minister dat hij zijn administratie zou verzoeken het geheel van de problematiek aan een bijkomend nieuw onderzoek te onderwerpen en om haar standpunt bij te stellen, mocht daar aanleiding toe bestaan. Wanneer de resultaten van dit bijkomend onderzoek mogen worden verwacht, is niet duidelijk, maar het laatste woord is in deze discussie dus zeker nog niet gezegd …

hits=143= / id=3137=