Zorg Zorgen. Na vijf jaar: nieuwe kansen

In Archiefby robert

Na de uitspraak van het Hof hebben de expats een gerede kans op onderhandelingen met de Nederlandse staat over een zogenaamde “collectieve compensatie”. Dit geldt met name voor de circa 40.000 expats wiens particuliere verzekeringscontract eenzijdig werd opgezegd per 1 januari 2006. Onder hen zijn er ook die wegens hun gevorderde leeftijd zelfs niet meer in aanmerking kwamen voor een hospitalisatie-verzekering. In deze gevallen is de discriminatie het meest flagrant. Het zij herhaald: zij worden gediscrimineerd omdat zij sterk worden benadeeld vergeleken met gepensioneerde ingezetenen van Nederland – al vijf jaren dank zij een Nederlandse wet.

Verjaringstermijn
Er moet onderhandeld worden op basis van een claim van de getroffenen. Hiertoe heeft de Stichting expat-gepensioneerden opgeroepen een door onze advocaat opgestelde brief met een claim aan de minister te zenden. Onze advocaat heeft eveneens een wat uitvoeriger schrijven tot de minister gericht met de eis om binnen twee weken te antwoorden. Dit alles moest snel gebeuren omdat de verjaringstermijn waarbinnen een claim mogelijk is per 1 januari aanstaande afloopt.
Alle 500 donateurs in België zijn per brief of e-mail benaderd, terwijl de websites in België en andere landen voor een algemene bekendmaking hebben gezorgd. De tekst van de brief gaat hierbij. Het ANP, de Wereldomroep en vele andere media ontvingen een persbericht en toelichting. Inmiddels is de stichting SBNGB ook doende om massaal bewijsmateriaal te verzamelen ter staving van de stelling dat de expats gediscrimineerd worden.

Vragen van het EU-Hof
De ondernomen actie naar aanleiding van de uitspraak van het Hof zal nog een ander gevolg kunnen hebben: de staat en de verzekeraars zullen voortaan zorgvuldiger moeten zijn en discriminatie dienen te vermijden. Dat heeft vooral te maken met de zeer concrete vragen van het Hof aan de Nederlandse rechter (de Centrale Raad van Beroep):
– “Zijn op grond van de wet van 2006 verzekeringsovereenkomsten die door ingezetenen waren afgesloten eveneens van rechtswege geëindigd (punt 119 van het arrest)”;
– “Heeft die eindiging van rechtswege dezelfde gevolgen gehad voor ingezetenen en niet-ingezetenen (punt 120)”; (niet dus!)
– “Is de verzekeringsmaatschappijen een acceptatieplicht opgelegd voor niet-ingezetenen (punt 122)”; (niet dus!)
– “Hebben de verzekeringsmaatschappijen zich ertoe verbonden, op verzoek van de Nederlandse regering, ervoor te zorgen dat de globale dekking voor en na 2006 behouden bleef, en zo ja gold die verbintenis alleen voor ingezetenen of ook voor niet-ingezetenen (punt 127)”. (niet voor niet-ingezetenen dus!)
Bron: Persverklaring van het Hof

Onderhandelingen behoeven niet zo kostbaar en tijdrovend te zijn als gerechtelijke procedures, zo leerde blijkbaar de ervaring. Dit zou zeer welkom zijn, want uit het financieel verslag moge blijken dat de kas bijna leeg is. Wij zien ons dus genoodzaakt om andermaal een beroep te doen op de lezer dezes om het werk van de stichting te steunen. Ook wij doen dit alles zeker niet voor ons plezier, maar het stichtingsbestuur meent unaniem dat juist nu dóórgezet moet worden nu er nieuwe kansen zijn.

Teken en verzend een brief en steunt onze stichting!

Mr. F.H. J.J. Andriessen en Dr. J.C. Ramaer (Bestuursleden SBNGB)

Toelichting
De vordering tot schadevergoeding door de Staat zal op 1 januari 2011 verjaren. De Stichting roept in het buitenland wonende gepensioneerden die menen als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet te zijn benadeeld op de verjaring van hun mogelijke vordering tot schadevergoeding door de Staat massaal te stuiten. De verjaring kan gestuit worden door het sturen van een ‘stuitingsbrief’ aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onderstaande modelbrief kunt u ook digitaal overnemen via www.nbu.be, “Nieuws”, “Actueel”.

Model stuitingsbrief:

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ Den Haag

Excellentie,
Op 1 januari 2006 is de Zorgverzekeringswet (“Zvw”) in werking getreden. De inwerkingtreding van de Zvw heeft uiterst nadelige gevolgen gehad voor Nederlandse gepensioneerden met een particuliere ziektekostenverzekering die in een andere lidstaat van de Europese Unie woonachtig zijn. Zij zijn immers als gevolg van de wettelijke regelingen rond de invoering van de Zvw – meer in het bijzonder artikel 2.5.2 Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (“IZvw”) hun bestaande particuliere verzekering kwijtgeraakt, zonder dat daarvoor een dekking uit hoofde van de Zvw in de plaats is gekomen. Aldus zijn zij gediscrimineerd ten opzichte van Nederlandse ingezetenen.

Op 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (het “Hof”) naar aanleiding van door de Centrale Raad van Beroep aan hem voorgelegde prejudiciële vragen in zaak C-345/09 een arrest gewezen over de verenigbaarheid van de betreffende Nederlandse wetgeving met het gemeenschapsrecht.

In zijn arrest heeft het Hof uitdrukkelijk geoordeeld dat het beginsel van het vrije verkeer van burgers van de Unie als bedoeld in artikel 21 lid 1 VWEU in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die een ongerechtvaardigd verschil in behandeling inhoudt voor wat betreft het behoud van de globale dekking tegen ziektekosten die ingezetenen en niet-ingezetenen hadden in het kader van vóór de inwerkingtreding van die wettelijke regeling (waarmee gedoeld wordt op de Zvw) gesloten ziektekostenverzekeringen. Het Hof laat het in het kader van de taakverdeling tussen de gemeenschapsrechter en de nationale rechter aan de laatste over om definitief de feiten vast te stellen op basis waarvan kan worden beoordeeld of van een dergelijke ongelijke behandeling sprake is. De nationale rechter zal aan de hand van zeer concrete aanwijzingen van het Hof moeten nagaan of ingezetenen en niet-ingezetenen bij de invoering van de Zvw inderdaad verschillend zijn behandeld. Intussen heeft het Hof in zijn verwijzingsarrest duidelijk aan dat de hem bekende feitelijke gegevens erop duiden dat daadwerkelijk sprake is van een verboden discriminatie.

Hierbij deel ik u mee dat ik van oordeel ben dat sprake is van verboden discriminatie. Ik verwacht dat de Nederlandse rechter dit in een rechtens bindende uitspraak zal bevestigen. Als gevolg van deze discriminatie heb ik ernstige schade geleden. Voorzover ik mij opnieuw particulier heb verzekerd, laat deze schade zich becijferen op het verschil tussen de kosten die ik sedert 1 januari 2006 heb moeten maken voor een ziektekostenverzekering met vergelijkbare dekking als de dekking die de basisverzekering plus aanvullende verzekering onder de Zvw biedt en de gemiddelde premie die een ingezetene van Nederland met dezelfde leeftijd en inkomenspositie in de periode vanaf 1 januari 2006 heeft moeten maken. Voor zover ik mij niet opnieuw particulier heb verzekerd, bestaat mijn schade uit het nadeel dat ik heb geleden doordat ik was verstoken van adequate zorg. Ik heb eveneens gevolgschade geleden. Deze schade loopt thans nog onverminderd door.

Langs deze weg stel ik de Staat aansprakelijk voor de door mij geleden en nog te lijden schade. Ik behoud mij hierbij ondubbelzinnig het recht voor op nakoming door de Staat van zijn schadevergoedingsverbintenis jegens mij. Deze brief moet worden beschouwd als stuitingshandeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW.

Hoogachtend, uw naam, adres en woonplaats, België
hits=0= / id=1960=