Zorg Zorgen. Uitspraak Europees Hof positief?

In Archiefby robert

Vijf jaar geleden startte de actie tegen de toepassingswet in België met een bijeenkomst in Brasschaat. De eisen van de stichting S.B.N.G.B. waren:
1. Geen door Nederland opgelegde aansluiting bij een ziekenkas in het woonland en dus ook geen verplichte melding onder dwang van een boete bij CVZ.
2. Voortzetting van de eenzijdig opgezegde particuliere verzekeringen.
3. Geen financieel voordeel ten koste van Nederland, maar ook geen hoge bijdragen voor de Nederlandse zorg waar de expats van zijn uitgesloten.
4. Betere voorlichting.
5. Opschorting van de toepassingswet en toetsing ervan aan het Europese Recht.

Dat laatste is nu dus eindelijk gebeurd. Er is een lange weg gegaan. In 2006 deed de Haagse rechtbank een uitspraak die de minister dwong tot invoering van de zogenaamde “woonlandfactor”. Daardoor gingen de bijdragen van de Nederbelgen met circa 1/3 omlaag. Er volgden drie procedures, waarvan twee vruchteloos. Dat gold ook voor vele stappen bij “politiek Den Haag”.

Tenslotte verwees de Centrale Raad van Beroep te Utrecht ons naar het Hof met twee vragen (kort samengevat):
1. Staat het E.U. recht (verordening 1408/71) eraan in de weg dat Nederland een bijdrage heft in het geval dat een gepensioneerde zich niet heeft ingeschreven bij CVZ ?
2. Is het heffen van een bijdrage in strijd met het beginsel van vrij verkeer (als vastgelegd in de art. 45 en 21 VWEU) ?

Het Hof oordeelde op 14 oktober dat de in ad1 en ad2 genoemde bepalingen niet in de weg staan van een nationale regeling die verplicht tot inhouding van een bijdrage – ook van diegenen die zich niet inschreven, maar:
De betroffen expats mogen niet minder gunstig worden behandeld dan de gepensioneerden die zijn blijven wonen in Nederland. Omdat het gaat om nationale wetgeving, stelt het Hof een vraag aan de verwijzende nationale rechter, in casu de Centrale de Raad van Beroep. Deze moet toetsen:
– of de beëindiging van de verzekeringsovereenkomsten in 2005 dezelfde rechtsgevolgen heeft gehad voor ingezetenen als voor expats;
– of de verzekeringsmaatschappijen een acceptatieplicht is opgelegd voor expats;
– of deze maatschappijen zich ertoe hebben gebonden, op verzoek van de Nederlandse regering, ervoor te zorgen dat de “globale dekking” voor en na 2006 behouden bleef, en zo ja of die verbintenis alleen voor ingezetenen of ook voor expats geldt.

De Centrale Raad van Beroep heeft dus huiswerk opgekregen op een aantal concrete punten. Die raken aan de kern van de zaak en dat is een positief resultaat. Immers, als er sprake is van discriminatie, zou het oordeel van het Hof naar aanleiding van de twee vragen van de Raad van Beroep kunnen luiden dat de “…bepalingen wel in de weg staan van de nationale regeling….”.
– Zoals bekend prevaleert Europees recht boven nationaal recht. Wat zou het gevolg kunnen zijn?
– Zou de toepassingswet gewijzigd dienen te worden?
Of zou de staat kunnen bewijzen dat er niet is gediscrimineerd? Dat lijkt verre van eenvoudig.
– Moeten wij rekening houden met een nieuwe procedure, of kunnen wij volstaan met het verstrekken van gegevens?
– Zouden wij een recht op compensatie kunnen krijgen?
– Of zou de staat kunnen bewijzen dat er niet is gediscrimineerd?
– Hoe lang zou een eventuele procedure gaan duren?

Kortom: na vijf jaren procederen en ruim € 400.000 kosten – waarvan € 120.000 door Nederbelgen bijgedragen – wellicht toch resultaat? De komende maanden moet meer duidelijkheid komen.
Bij dit alles moet worden bedacht dat er sinds 1 mei jongst leden een nieuwe Europese verordening van kracht is. De uitspraak gaat dus over de discriminatie die de expats ondervonden in de periode van 1 januari 2006 tot 1 mei 2010. Deze uitspraak kan ook positieve gevolgen hebben voor een nieuwe toepassingswet.

De uitspraak beslaat niet minder dan 20 moeilijk leesbare pagina’s. In dit artikel volstaan wij met het persbericht van het Europese Hof.

Mr. F.H.J.J. Andriessen Dr. J.C. Ramaer
Zie ook website www.verontrust.be

Persbericht Europese Hof van Justitie

Het Hof van Justitie heeft vandaag 14 oktober 2010 arrest gewezen in zaak C-345/09 Van Delft e.a/College voor zorgverzekeringen

De Nederlandse regeling
Vóór 1 januari 2006 voorzag de Ziekenfondswet in een stelsel van wettelijk verplichte ziektekostenverzekering voor werknemers waarvan het inkomen lager was dan een bepaalde drempel. Andere personen dienden, teneinde verzekerd te zijn tegen ziektekosten, een verzekeringsovereenkomst te sluiten bij een particuliere verzekeringsmaatschappij.
Per 1 januari 2006 is bij de Zorgverzekeringswet (ZVW) een stelsel van wettelijk verplichte zorgverzekering ingesteld voor iedereen die in Nederland woont of werkt.
In het buitenland wonende Nederlanders die, indien zij in Nederland zouden wonen, zouden vallen onder het stelsel van de wettelijk verplichte zorgverzekering, hebben overeenkomstig de Europese regels (verordening nr. 1408/71) voortaan recht op verstrekkingen in hun woonland ten laste van de organen van de staat die het pensioen of de rente uitkeert, te weten Nederland. Zij moeten zich aanmelden bij het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en zich vervolgens inschrijven bij een ziekenfonds in hun woonland (met een formulier E 121 dat het College verstrekt). Zij zijn een bijdrage verschuldigd, en bij niet-aanmelding wordt een bestuurlijke boete opgelegd.

De feiten
Van Delft e.a., allen Nederlandse staatsburgers die wonen in een andere lidstaat van de EU, namelijk in België, in Spanje, in Frankrijk en op Malta, zijn rechthebbenden op hetzij een pensioen krachtens de AOW, hetzij een uitkering krachtens de WAO.
Vóór 1 januari 2006 hadden zij, teneinde verzekerd te zijn tegen ziektekosten, verzekeringsovereenkomsten gesloten met particuliere verzekeringsmaatschappijen, gevestigd in Nederland of in andere lidstaten.
Op diezelfde 1 januari 2006 is voor Van Delft e.a. die een particuliere verzekeringsovereenkomst hadden gesloten met een in Nederland gevestigde maatschappij, die overeenkomst op grond van de ZVW van rechtswege geëindigd. Van diegenen onder hen die een dergelijke overeenkomst hadden gesloten met een in een andere lidstaat gevestigde maatschappij, bleef de overeenkomst echter in stand.
Bij besluiten, genomen in de loop van 2006, respectievelijk in 2007, heeft het CVZ op de aan Van Delft e.a. uitgekeerde pensioenen en renten het bedrag ingehouden van de in de ZVW voorziene bijdrage om in aanmerking te komen voor het bij die wet ingevoerde stelsel van wettelijk verplichte ziektekostenverzekering.
De Centrale Raad van Beroep die deze zaak in hoger beroep behandelt, heeft het Hof van Justitie een aantal vragen voorgelegd over de verenigbaarheid van de Nederlandse regeling met de Europese regels.
Volgens het Hof moeten de Europese regels (verordening 1408/71 en art. 21 VWEU – vrijheid van reizen en verblijven van Europese burgers) aldus worden uitgelegd dat daarmee niet onverenigbaar is de hiervoor beschreven Nederlandse wettelijke regeling.
Artikel 21 VWEU (vrijheid van reizen en verblijven van Europese burgers) moet daarentegen aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een dergelijke nationale wettelijke regeling voor zover deze – hetgeen de verwijzende rechterlijke instantie moet uitmaken – een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen ingezetenen en niet-ingezetenen teweegbrengt of inhoudt voor wat betreft het behoud van de globale dekking tegen ziektekosten die ingezetenen en niet-ingezetenen hadden in het kader van vóór de inwerkingtreding van die wettelijke regeling gesloten verzekeringsovereenkomsten.

Bij zijn onderzoek zal de nationale rechter volgens het Hof rekening moeten houden met een aantal relevante elementen:
– zijn op grond van de wet van 2006 verzekeringsovereenkomsten die door ingezetenen waren afgesloten eveneens van rechtswege geëindigd (punt 119);
– heeft die eindiging van rechtswege dezelfde gevolgen gehad voor ingezetenen en niet-ingezetenen (punt 120);
– is de verzekeringsmaatschappijen een acceptatieplicht opgelegd voor niet-ingezetenen (122).
– hebben de verzekeringsmaatschappijen zich ertoe verbonden, op verzoek van de Nederlandse regering, ervoor te zorgen dat de globale dekking voor en na 2006 behouden bleef, en zo ja gold die verbintenis alleen voor ingezeten of ook voor niet-ingezetenen (punt 127).
hits=0= / id=1952=