Conclusie Advocaat-generaal over BPM-naheffing: prejudiciële vragen stellen

In Archiefby robert

De Nederlandse BPM-heffing staat de laatste tijd sowieso flink in de belangstelling van de diverse gerechtelijke instanties. Zo ook in een casus waarover Rechtbank en Gerechtshof Leeuwarden zich eerder hebben gebogen en alvorens de Hoge Raad hierover arrest zal wijzen, de Advocaat-generaal onlangs een conclusie heeft uitgebracht.
Het gaat daarbij om een Nederlandse inwoner van België, die sinds eind jaren ’90 een onderneming exploiteert in Nederland via een B.V. Op de dagen dat belanghebbende in Nederland werkzaam is, verblijft zij in Nederland (in een eigen woning). De overige dagen verblijft ze in haar huurwoning in België. Voor het rijden op de Nederlandse weg in een auto met Belgisch kenteken is aan haar een BPM-naheffingsaanslag plus boete opgelegd.
Volgens rechtbank Leeuwarden woont belanghebbende in België en mag zij derhalve in Nederland rijden in een auto met Belgisch kenteken. Het Gerechtshof Leeuwarden oordeelt vervolgens dat belanghebbende echter in Nederland woont, met name omdat zij meer dagen per jaar in Nederland verblijft. De Advocaat-generaal heeft nu geconcludeerd dat prejudiciële vragen gesteld moeten worden aan het Europese Hof van Justitie om meer duidelijkheid te krijgen over de invloed van het EG-verdrag op deze situatie. Met name is de Advocaat-generaal van mening dat niet duidelijk is of sprake is van duurzaam gebruik in Nederland als met dezelfde auto ook in België geruime tijd wordt doorgebracht.

hits=3= / id=1801=