Europese Hof van Justitie: is de Nederlandse BPM-heffing gerechtvaardigd bij korte privé-ritten?

In Archiefby robert

De Nederlandse BPM is in beginsel verschuldigd, indien met een auto gebruik wordt gemaakt van de weg in Nederland. In dat geval is ook meteen het volledige BPM-bedrag verschuldigd. Slechts voor een beperkt aantal situaties gelden uitzonderingen. De BPM-heffing en met name ook deze robuustheid ligt de afgelopen jaren onder flinke druk, niet in het minst door enkele uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Daar komt binnenkort weer een nieuwe uitspraak bij, want de Nederlandse Hoge Raad heeft op 12 november 2010 voor een drietal situaties zogeheten prejudiciële vragen voorgelegd aan het Europese Hof. Het gaat in alle drie de gevallen om de vraag of bij kortstondig privégebruik van een auto met een niet-Nederlands kenteken, het al dan niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel om voor het volledige bedrag een BPM-aanslag op te leggen.
De eerste situatie ziet op een in Nederland woonachtige vrouw, die tweemaal is aangehouden als bestuurder van een auto met Belgisch kenteken. Bij de tweede aanhouding verklaarde ze dat ze haar vaders auto heeft gebruikt om vriendinnetjes van haar dochter naar huis te brengen, omdat haar eigen auto niet startte. Ze kreeg een BPM-naheffingsaanslag opgelegd. In de tweede casus is sprake van een Duitse vrouw, die in Nederland woont. Ze is tweemaal aangehouden in een auto met Duits kenteken van haar in Duitsland woonachtige vriend. De tweede keer omdat ze, nadat ze bij haar vriend had overnacht, met zijn auto medicijnen is gaan ophalen bij een apotheek in Nederland, voor haar zieke vriend. Ten slotte de derde situatie. Hierbij gaat het om iemand die twee keer is aangehouden in een auto met Duits kenteken, de tweede keer in de auto van een familielid om zijn in Duitsland woonachtige moeder naar een dagopvang te brengen. Omdat hij zijn moeder later die dag weer moet ophalen in Duitsland, besluit hij in de tussentijd naar huis in Nederland te rijden en wordt hij aangehouden.
In alle drie de gevallen oordeelt Hof ’s-Hertogenbosch dat de opgelegde naheffingsaanslagen in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. Volgens het Hof is de belasting niet evenredig aan de duur van het gebruik van de auto in Nederland. Daarmee belemmert dit deze personen te veel om vrij met de auto in Nederland te reizen en met de auto in Nederland te (ver)blijven.

hits=1= / id=1753=