Deel bestuursleden Belgische VNGB stopt. Internationale stichting gepensioneerden in het buitenland gaat door

In Archiefby robert

Vorige maand sprak de rechtbank in Amsterdam zich negatief uit over de vrije keus van zorgverzekering voor personen met een wettelijk pensioen uit Nederland, die in een ander EU land of verdragsland wonen. Ook de meer gunstige berekening van de woonlandfactor werd afgewezen. Voor vier van de zes bestuursleden van de VNGB is dit reden om hun werkzaamheden na ruim twee jaar procederen als beëindigd te beschouwen.

Oud VNGB (Verontruste vanuit Nederland Gepensioneerden in België) voorzitter Jan Steenkist is één van de bestuursleden die zijn werkzaamheden neerlegt. Als reden geeft hij aan, dat door deze negatieve uitslag van de Amsterdamse rechtbank de uitvoerende stichting SBNGB als laatste mogelijkheid uitsluitend nog een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht kan instellen. Na dit hoger beroep is er voor de stichting geen enkele juridische mogelijkheid meer om voor zowel het zogenaamde keuzerecht en de berekeningswijze van de woonlandfactor verder te procederen. Aan dit allerlaatste proces, zo vinden de scheidende VNGB bestuurders, kunnen zij niets meer toevoegen, daar dit volledig door de stichting zal worden uitgevoerd. De dubbele zorgheffingen – via de Nederlandse Zvw-bijdrage maar ook nog eens via de Belgische personenbelasting – stonden door de grote gecompliceerdheid niet op de agenda. De ECAS (European Citizen Action Service) kijkt hier wel naar en door de stichting zijn er contacten gelegd met de ECAS.

Solidair
Vlak voor de introductie van het nieuwe Zorgstelsel, dat door Nederland op 1 januari 2006 werd ingevoerd, ontstond eind 2005 spontaan de VNGB. Deze werd opgericht met een ad hoc bestuur om de belangen van de Belgische pensionado’s te behartigen. In de afgelopen twee en een half jaar heeft de VNGB vele personen kunnen helpen bij het oplossen van hun individuele zorgwetproblemen. Terwijl voor het voeren van de noodzakelijke juridische processen steeds de benodigde donatiegelden bijeen werden gebracht. Hiervoor zijn de bestuursleden van de VNGB alle gulle gevers bijzonder dankbaar.
Jan Steenkist: “De VNGB bestuursleden en haar achterban achten het zogenaamde keuzerecht voor België van weinig belang, maar toch zijn zij solidair met de stichting SBNGB en zullen de overgebleven donatiegelden ter beschikking van de stichting stellen. Deze kunnen dan worden aangewend voor het hoger beroep ten aanzien van de woonlandfactor die ook voor België van belang is”.

Stichtingsbestuur SBNGB
Zoals reeds gezegd legt slechts een deel van de bestuursleden zijn werkzaamheden neer. De heren Andriessen en Ramaer (A&R) gaan door. Zij waren oorspronkelijk ook bestuurders van de VNGB, maar hadden (en hebben nog steeds) tevens zitting in het stichtingsbestuur SBNGB als vertegenwoordigers voor de Belgische zaken. In het bestuur van de SBNGB zitten ook leden van de actiegroepen uit Frankrijk, Portugal en Spanje. Medio 2007 traden Andriessen en Ramaer terug als bestuurders van de VNGB daar zij zich niet meer konden vinden in het standpunt van de overige VNGB bestuurders dat het keuzerecht voor België van weinig of geen belang zou zijn. In een persoonlijke brief van 19 februari 2008 aan de donateurs lichten de twee heren hun beweegredenen toe. Een citaat uit de brief: ‘Het moge waar zijn dat het keuzerecht voor velen in België minder belangrijk is, het blijft voor ons een onaanvaardbaar uitgangspunt van Nederlands beleid dat ook met het oog op de toekomst uit de wereld moet’.

Wat en waarom
Ramaer legt uit: “Wij willen blijven ijveren voor de vrije keus van verzekering en medische behandeling. En ook voor de berekening van de woonlandfactor volgens het EU systeem gebaseerd op de 65+ bevolking. Deze factor zou in principe tot 0,0 gereduceerd moeten worden, in overeenstemming met het door de minister bepleite solidariteitsbeginsel. Verder willen we het recht op voorzieningen in Nederland hersteld zien voor diegenen die zich inschrijven bij CVZ en tevens herstel van de eenzijdig opgezegde particuliere verzekeringen met terugwerkende kracht per 1 januari 2006. Tot slot is er nog, om de huidige chaos te beperken, onze wens dat er een beter orgaan komt dan het huidige CVZ voor het doen van inhoudingen en deze uitsluitend toepast op wettelijke pensioenen van diegenen die kiezen voor inschrijving”.
Voor dit alles blijven A&R zich inzetten, omdat de gepensioneerden buiten Nederland worden gediscrimineerd in vergelijking met hen woonachtig in Nederland en in een zelfde situatie. Ongeveer zestigduizend ziekenfondsverzekerden in het buitenland zagen hun recht op voorzieningen in Nederland alsmede het recht op AWBZ (Algemene Wet Buitengewone Ziektekosten) met één pennestreek geschrapt worden. Daarvoor in de plaats werden zij gedwongen zich in te schrijven bij het CVZ om tegen een hogere ‘bijdrage’ aanspraak te kunnen maken op de vaak veel lagere basisvoorzieningen in hun woonland.
Ook de ongeveer veertigduizend voormalig particulierverzekerden werden zonder pardon uit hun Nederlandse verzekeringen gezet en konden geen aanspraak meer maken op de daaraan verbonden solidariteitsrechten. Ook zij werden gedwongen zich in te schrijven bij CVZ om tegen een hogere ‘bijdrage’ verdragsgerechtigd te worden op een basisvoorziening in het woonland. Voor gepensioneerden boven de 65 jaar bracht dat meestal nog de beperking met zich mee dat een noodzakelijke aanvullende verzekering op het basispakket nodig was.
Gezien hun leeftijd of medische geschiedenis konden ze die meestal óf niet óf enkel tegen een exhorbitant hoog tarief afsluiten. Vanuit de visie van het woonland was dat wel begrijpelijk, want men kan moeilijk verwachten dat de veel hogere kosten van medische voorzieningen van de oudere expats zonder meer door hen zou worden overgenomen. A&R noemen het door Nederland opgelegde Zorgstelsel in strijd met het basisrecht van de EU-burger waar vrijheid van verkeer, verankerd in het verdrag, bovenaan behoort te staan. Door dit zorgsysteem werden mensen recentelijk gedwongen na vele jaren te remigreren naar Nederland.

Conclusie van beide partijen
Voormalig voorzitter Jan Steenkist deelt de mening van zijn oud bestuursgenoten niet, want zegt hij: “De heren Ramaer en Andriessen gaan in deze volledig voorbij aan het feit dat er na het aanstaande hoger beroep geen enkele mogelijkheid voor de stichting meer bestaat om juridisch verder te strijden voor zowel het zogenaamde keuzerecht als voor de woonlandfactor. De stichting SBNGB kan geen rechtstreekse procedure bij het Hof van Justitie in Luxemburg aan spannen. Uitsluitend de nationale rechter kan, indien hij dat althans nodig vindt, één of meerdere prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie ten aanzien van de toepassing van het Europees recht stellen”. Andere processen staan niet op de agenda van de stichting. Wel zijn er nog enkele juridische procedures van het zogenaamde Tweede Front. Dat zijn zelfstandig werkende advocaten vanuit de achterban, die momenteel buiten de stichting en Andriessen en Ramaer om gaan. Ook zou de stelling in de brief aan de donateur verzonden door A&R niet kloppen. Citaat van Steenkist: het is niet het streven van de stichting SBNGB om te strijden tegen het zogenaamde recht van de Nederlandse overheid om verplicht te zijn zich te melden bij lokale instanties voor de dekking van gezondheidsrisico’s. De stichting strijdt voor het keuzerecht dat wil zeggen dat wanneer men zich niet met een E-121 formulier bij een ziekenfonds aanmeldt er geen verplichte zorgbijdragen aan Nederland betaald hoeven te worden betaald.
Jan Steenkist besluit: “Na het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht en eventuele prejudiciële vragen aan het Europese Hof behoort men zich bij de uitspraak van de hoogste rechter neer te leggen, wat de uitspraak ook moge zijn”.
Ramaer: “Wij moeten altijd doorgaan zelfs als er maar 5% kans is dat de beslissing van het Hoger Beroep in Utrecht ons kan brengen tot het Hof van Justitie te Luxemburg. De enige manier om daar achter te komen is om het te proberen. We beschikken gelukkig nog over voldoende middelen voor ‘Utrecht’. Fondsenwerving zal eerst nodig zijn, als wij verwezen worden en het bestuur het besluit neemt om naar Luxemburg te gaan. Speculeren over de kosten heeft nu geen zin”.

hits=0= / id=1580=