Hypotheekrenteaftrek in Nederland voortaan zonder nadelen?

In Archiefby robert

In de afgelopen jaren hebben wij in dit magazine diverse artikelen geschreven over de mogelijkheid voor u als inwoner van België om (onder meer) de betaalde hypotheekrente in verband met uw Belgische woning fiscaal in aftrek te brengen op het in Nederland verdiende inkomen. Deze mogelijkheid is gebaseerd op de keuzeregeling voor de fictieve binnenlandse belastingplicht (hierna: keuzeregeling).

Deze regeling lijkt alleen maar voordelen te hebben, maar zoals wij daarbij hebben aangegeven, hoeft dat niet altijd het geval te zijn. Wij doelen dan met name op de zogeheten sanctieregeling (ook wel terugploegregeling genoemd) en de inhaalregeling. Deze regelingen zorgen ervoor dat in bepaalde situaties, bijvoorbeeld indien iemand vanuit Nederland oudedagsuitkeringen gaat ontvangen, het eerder genoten voordeel van de aftrek door Nederland alsnog kan worden teruggenomen.

Historie keuzeregeling
De keuzeregeling is in 2001 in de Nederlandse wet gekomen ter vervanging van de 90%-regeling. De 90%-regeling gaf mensen die niet in Nederland woonde, maar tenminste 90% van hun inkomen in Nederland verdienden, de mogelijkheid om bepaalde posten toch in Nederland in aftrek te brengen. Het in aftrek brengen van deze bedragen in (bijvoorbeeld) België had weinig resultaat, omdat er vaak niet of nauwelijks in België te belasten inkomen was. Destijds heeft het Europese Hof van Justitie in het Schumacker-arrest aangegeven dat zo’n 90%-regeling discriminerend werkte. Het Hof zei namelijk dat in de situatie waarin iemand nagenoeg zijn gehele inkomen in een ander land dan zijn woonland verdient, en in het woonland geen rekening gehouden kan worden met aftrekposten op basis van de persoonlijke situatie en de gezinssituatie, het discriminatie is als ook het werkland hiermee geen rekening houdt. Nederland heeft hierop gereageerd door de keuzeregeling in te voeren. Opvallend daarbij was dat deze nieuwe keuzeregeling ruimer leek dan nodig was op basis van de uitspraak van het Europese Hof. Dit gold met name voor de aftrek van de hypotheekrente in verband met de in het buitenland gelegen woning. Velen waren en zijn van mening dat Nederland deze aftrek helemaal niet hoeft af te geven, omdat in ieder belastingverdrag staat dat de belastingheffing over onroerende zaken (en ook de aftrekposten in verband daarmee) toekomt aan het land van ligging van die onroerende zaken. Anders gezegd een woning behoort niet tot de persoonlijke en gezinssituatie, en daarom hoeft het werkland hier bij de belastingheffing ook geen rekening mee te houden.

Stand van zaken op dit moment
Hiermee leek het verhaal lange tijd duidelijk: enerzijds ten tijde van de betaling van de hypotheekrente een aftrek op het inkomen in Nederland en anderzijds eventueel op een later moment het ‘terugbetalen’ op grond van de sanctie- of inhaalregeling. Daarbij gaan wij even voorbij aan de eventuele mogelijkheden die er zijn om de sanctie- of inhaalregeling te ontlopen, zoals bijvoorbeeld het terugverhuizen naar Nederland.

Niet iedereen was het daar echter mee eens. Daarbij werden een tweetal stellingen ingenomen. Enerzijds de stelling dat aftrek van hypotheekrente in Nederland voor de in het buitenland gelegen woning ook mogelijk zou moeten zijn zonder de keuzeregeling. Anderzijds de onrechtvaardigheid van de sanctie- en inhaalregeling, omdat deze voor inwoners van Nederland ook niet van toepassing is.

Voor beide stellingen geldt dat het Europese Hof van Justitie hierover op enig moment duidelijkheid zal moeten geven. De eerste stelling is inmiddels door de Hoge Raad (de hoogste Nederlandse rechter) voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. Het betreft hier de in België wonende heer Renneberg die voor de jaren 1996 en 1997 (dus voor de inwerkingtreding van de keuzeregeling) geprobeerd heeft zijn hypotheekrente in Nederland in aftrek te brengen. In 2000 heeft de Hoge Raad in een gelijksoortige casus nog geoordeeld dat een dergelijke aftrek niet mogelijk was. Het is derhalve opvallend dat de Hoge Raad in de zaak-Renneberg niet tot een zelfde conclusie als in 2000 komt, maar dat ze in dit geval de zaak voorlegt aan het Europese Hof van Justitie. Naar alle waarschijnlijkheid wordt dit beïnvloed door andere Europese rechtspraak die er sinds die periode is gewezen, met name de zaak Ritter-Coulais. Daarin heeft het Europese Hof bepaald dat, mits onder andere voldaan is aan de 90%-norm, het werkland niet alleen fiscaal rekening moet houden met de persoonlijke en gezinssituatie maar ook met de totale inkomsten en verliezen. Het is nog onduidelijk wanneer wij de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in deze kunnen verwachten.

De zaak Lakebrink
Uit onverwachte hoek is echter onlangs een nieuwe dimensie aan het verhaal toegevoegd. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in de zaak Lakebrink een uitspraak gedaan die gevolgen kan hebben voor de Nederlandse regeling. Het betreft hier een echtpaar, inwoner van Duitsland, dat werkt in Luxemburg en een pand verhuurt in Duitsland. De inkomsten uit dat pand zijn negatief. Hun salaris is in de werkstaat Luxemburg belast. In hun Luxemburgse belastingaangifte hebben zij gevraagd om voor de bepaling van het (progressieve) belastingtarief rekening gehouden met de verliezen uit verhuur. De Luxemburgse belastingdienst weigerde dit.
Het Europese Hof van Justitie heeft nu echter besloten dat bij de vaststelling van het belastingtarief over de inkomsten die in Luxemburg zijn verkregen, rekening dient te worden gehouden met de negatieve inkomsten uit verhuur in Duitsland. Ofwel de houding van de Luxemburgse belastingdienst is ongeoorloofde discriminatie.

Gevolgen voor Nederland: einde keuzeregeling?
Daar de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak Lakebrink ziet op de vaststelling van het tarief en niet op de grondslag van de belastingheffing, is het de vraag in hoeverre deze uitspraak gevolgen heeft voor het bestaan van de keuzeregeling in de situatie dat een inwoner van België bijna zijn gehele inkomen in Nederland verdient en gebruik maakt van hypotheekrenteaftrek. Het moge duidelijk zijn dat met name de zaak Renneberg grote gevolgen kan hebben voor de toekomst van de Nederlandse keuzeregeling. De kans lijkt echter steeds groter te worden dat een inwoner van België die bijna zijn gehele inkomen in Nederland verdient, de hypotheekrente van die woning ook zonder keuzeregeling in aftrek kan brengen in Nederland. Bovendien geldt dan dat de sanctie- en de inhaalregeling ook niet langer door de Nederlandse belastingdienst ingeroepen kunnen worden, omdat als de keuzeregeling daarvoor niet langer nodig is.

Ter afsluiting nog het volgende. Het voorgaande betekent overigens niet dat aftrek van hypotheekrente in alle gevallen zomaar mogelijk zal zijn. Mensen bijvoorbeeld van wie hun oudedagsuitkering (zoals AOW en/of pensioen) in België wordt belast, zullen nog steeds niet aan aftrek toekomen, omdat de negatieve inkomsten (de hypotheekrente) worden gesaldeerd met de in België te belasten inkomsten (de oudedagsuitkeringen), zodat er per saldo geen aftrekpost overblijft. Met name echter voor de mensen die in België wonen en in Nederland werken, lijken er voordelige en interessante ontwikkelingen aan te komen.

hits=1= / id=1577=