Neder Belgisch Magazine1

*** Mogen inwoners van Nederland toch gratis met De Lijn?

(U leest hier de volledige tekst. In het septembernummer is de verkorte versie van dit artikel gepubliceerd)

U woont in Lanaken (België) en bent gepensioneerd en besluit daarom van uw vrije dagen te genieten door leuke bezienswaardigheden en culturele attracties te bezoeken in Vlaanderen.  Zo bent u dit weekend van plan om samen met uw in Maastricht wonende vriend naar het Jenevermuseum in Hasselt te gaan.  U bent beide Nederlander en ouder dan 65 jaar.  U besluit niet met de auto te gaan doch gebruik te maken van het openbaar vervoer. U gaat er immers van uit dat u als ‘oudere’ gratis mag meereizen met de Vlaamse busmaatschappij ‘De Lijn’.   Toch blijkt er zich een probleem voor te doen wanneer u en uw vriend gebruik wensen te maken van dit recht o.w.v. uw woonplaats… 

De Omnipas 65+
Zoals wordt vermeld op de website van ‘De Lijn’ kan u dankzij een initiatief van de Vlaamse Overheid vanaf uw 65-ste verjaardag gratis reizen met alle bussen en trams van de Lijn en de TEC, op vertoon van uw Omnipas 65+.  Indien u in het bezit bent van deze pas en deze toont aan de chauffeur, kan u dus gewoon meereizen met de bus.  Dit voordeel werd middels het Besluit van 14 mei 2004 betreffende de exploitatie en de tarieven van de Vlaamse Vervoermaatschappij vastgesteld door de Vlaamse Regering en nader uitgewerkt via Ministeriële besluiten, waaronder het Ministerieel besluit tot goedkeuring van de Algemene Reisvoorwaarden en de tarieven van de Vlaamse Vervoermaatschappij vastgesteld door de Vlaamse Overheid van 21 januari 2011. Dit brengt met zich mee dat de Vlaamse wetgever er dus voor heeft gezorgd dat personen die de pensioenleeftijd bereikt hebben -en hierdoor met grote waarschijnlijkheid een lager inkomen genieten dan wanneer zij nog werkten- zich gratis kunnen verplaatsen.
Uit het Ministerieel besluit blijkt evenwel dat dit voordeel enkel wordt toegekend aan personen die in Vlaanderen gedomicilieerd zijn én die zijn opgenomen in het bevolkingregister (Belgen en vreemdelingen die een permanente verblijfsgunning hebben) of in het vreemdelingenregister staan ingeschreven (vreemdelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning).  Enkel zij krijgen immers ten laatste een week vóór hun 65-ste verjaardag een Omnipas 65+ toegestuurd door vervoermaatschappij De Lijn. Ingeval een rechthebbende de Omnipas 65+ toch niet zou hebben ontvangen, kan men deze aanvragen via de Dienst Abonnementen van De Lijn. Daarvoor moet men een recent attest van woonst aanleveren (maximum twee maanden oud). De 65-plussers die in Vlaanderen gedomicilieerd zijn hebben ook recht op gratis vervoer op de lijnen van de TEC (Waalse vervoersmaatschappij) en de MIVB (Brusselse Vervoersmaatschappij). Bij de TEC kan men meerijden op vertoon van de Omnipas 65+. Bij de MIVB dient men een MOBIB-kaart aan te vragen.
Indien u niet aan bovenvermelde vereisten voldoet dient u een betalend abonnement aan te schaffen, t.b.v. 190 Euro per jaar. De Omnipas 65+  is een vervoerbewijs op naam en is dus strikt persoonlijk: alleen de houder mag hem gebruiken. Dit heeft tot gevolg dat er regelmatig controles plaatsvinden door controleurs en dat ook de buschauffeurs de geldigheid van de vervoerbewijzen in het oog houden. Bij elke controle moet u uw Omnipas 65+ en uw identiteitskaart tonen.

Als niet in Vlaanderen wonende Nederlander kan u zich dus geen Omnipas 65+ aanschaffen, zelfs niet als u reeds op pensioen bent. U stelt zich vragen over de overeenstemming van het Vlaams Ministerieel Besluit met de regels van het vrij verkeer van personen en de vrije dienstverlening die werden vastgesteld door de Europese Unie.
Volgens artikel 56 VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) zijn de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan die, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht.  Dit houdt in dat zij die een dienst wensen te verstrekken in een andere lidstaat hierbij op geen enkele manier gehinderd mogen worden.  Het betreft zowel diensten van commerciële en industriële aard, alsook ambachten en vrije beroepen.  Artikel 56 VWEU is echter niet enkel van toepassing op zij die diensten verstrekken doch ook op de dienstenontvangers. Dit brengt met zich mee dat personen die zich van het ene land naar het andere land verplaatsen om een dienst te ontvangen zich ook op voornoemd artikel kunnen beroepen. Zo kunnen dus ook in Nederland wonende personen die in Vlaanderen gebruik wensen te maken van het openbaar vervoer, artikel 56 VWEU inroepen aangezien zij als dienstontvanger dienen te worden beschouwd en de  Lijn als dienstverlener. Ook het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft  in belangrijke zaken zoals Gebhard en Kraus,  geoordeeld dat nationale maatregelen die de uitoefening van de in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden, waaronder het vrij ontvangen van diensten, kunnen belemmeren of minder aantrekkelijk kunnen maken, in principe verboden zijn.
Aangezien personen die reeds ouder zijn dan 65 jaar en niet in Vlaanderen woonachtig zijn geen gebruik kunnen maken van de Omnipas 65+ en hierdoor de diensten aangeboden door de Lijn minder aantrekkelijk voor hen zijn, dient er te worden gesteld dat het Vlaams Ministerieel Besluit niet in overeenstemming is met het EU-recht.  Het is immers vaste rechtspraak dat nationale maatregelen die een woonplaatsvereiste opleggen als indirect discriminerende -en dus in principe verboden- maatregelen dienen te worden beschouwd.  Personen die niet op het grondgebied van een of andere staat (of deelstaat) wonen worden op die manier immers in een minder gunstige positie gesteld dan zij die wel in Vlaanderen wonen.
Toch heeft het Hof van Justitie ruimte gelaten voor uitzonderingen. Zo werd in de zaak Gebhard gesteld dat nationale maatregelen die het vrije verkeer minder aantrekkelijk maken toch geaccepteerd kunnen worden indien zij aan volgende vier voorwaarden voldoen: zij moeten zonder discriminatie worden toegepast, zij moeten hun rechtvaardiging vinden in dwingende redenen van algemeen belang, zij moeten geschikt zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen, en zij mogen niet verder gaan dan nodig is voor het bereiken van dat doel.  De vraag die thans dus van belang is, is of de Vlaamse overheid, wanneer zij het gratis busvervoer beperkt tot inwonende 65 plussers, hetgeen een indirecte vorm van discriminatie inhoudt en bijgevolg strijdig is met het EU-recht, zich toch kan beroepen op een of andere rechtvaardigingsgrond zoals bepaald in Gebhard.  In dit verband dient er dus te worden nagegaan waarom er een onderscheid wordt gemaakt tussen de inwonende en niet inwonende 65 plussers.  Allereerst kan dan de vraag worden gesteld waarom personen die ouder zijn dan 65 jaar en wonen in Vlaanderen gratis busvervoer genieten.

Zoals blijkt uit de beleidsnota 2004-2009 van de Vlaamse Minister van Mobiliteit , maakt een uniforme tarievenpolitiek op het niveau van het Vlaams Gewest, gericht op diverse
doelgroepen, het gemeenschappelijk vervoer georganiseerd door De Lijn
aantrekkelijker in Vlaanderen. De abonnees, de minder gegoeden en de sociaal
zwakkeren genieten een tariefvermindering; kinderen jonger dan 12 jaar en 65-plussers
krijgen gratis vervoer. Hieruit kan worden afgeleid dat tariefverlagingen en dus ook gratis openbaar vervoer worden aangeboden vanuit een sociaal oogpunt, nl. om bepaalde categorieën van personen tegemoet te komen die het o.w.v. financiële en eventueel sociale redenen doorgaans moeilijker hebben om zich te verplaatsen.   Op basis van deze gedachte werd op 1 april 2007 in België eveneens de regeling van de verhoogde verzekerings-tegemoetkomingen hervormd door de invoering van het Omnio-statuut.  Personen met een laag gezinsinkomen kunnen zulk statuut verkrijgen en hebben hierdoor onder meer recht op een hogere terugbetaling van hun ziektekosten. Met de invoering van het Omnio-statuut wil België de strijd aan binden met  socio-economische ongelijkheid en  vermijden dat economisch kwetsbare personen van het gezondheidszorgsysteem en andere voordelen worden uitgesloten en de werkloosheidsvallen vermijden.  65-plussers voldoen niet per definitie aan dit Omnio-statuut omdat het mogelijk is dat zij hogere inkomsten hebben dan deze die door de wetgever werden bepaald. Desalniettemin zijn zij doorgaans gepensioneerd met als gevolg dat zij normaliter een lager inkomen genieten dan wanneer zij werkten met als gevolg dat de wetgever ook voor hen voorzien heeft in goedkopere vervoertarieven, maar enkel indien zij in Vlaanderen woonachtig zijn.

Zoals hierboven reeds aangehaald is de volgende vraag dan: is het toegestaan dat zulke voordelen worden voorbehouden aan personen die op het eigen grondgebied wonen? Over zulke kwesties heeft het Hof van Justitie reeds eerder geoordeeld. In de zaak Ciola oordeelde het Hof dat de Oostenrijkse beperking van het aantal ligplaatsen in een lokale jachthaven voor in het buitenland woonachtige booteigenaren onverenigbaar was met het EU-recht.  Zelfs al betrof het hier geen directe discriminatie op basis van nationaliteit, werkt een woonplaatscriterium hoofdzakelijk ten nadele van inwoners van andere lidstaten, waardoor het om indirecte discriminatie gaat. Oostenrijk beriep zich bij het stellen van een maximum aan het aantal plaatsen voor buitenlandse booteigenaren op 'dwingende redenen van algemeen belang', namelijk de noodzaak om (goedkopere) ligplaatsen open te houden voor plaatselijke booteigenaren.  Het Hof stelde evenwel dat nationale regelingen die niet zonder onderscheid van toepassing zijn op dienstverrichtingen, ongeacht de woonplaats van degene te wiens behoeve de dienst wordt verricht, en die aldus discriminerend zijn, slechts verenigbaar zijn met het EU-recht, indien zij onder een uitdrukkelijke afwijkende bepaling kunnen vallen, zoals redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid die staan opgesomd in het Verdrag als mogelijke rechtvaardigingsgronden. Doelstellingen van economische aard kunnen echter nooit een reden van openbare orde vormen. Bijgevolg is de Oostenrijkse regelgeving in strijd met het beginsel van vrije dienstverrichting.
Ook in de zaak Commissie tegen Italië over kortingen die werden verleend op basis van een inwonercriterium stelde het Hof dat er sprake was van discriminatie. In deze zaak kregen personen jonger dan 17 jaar en ouder dan 60 of 65 met de Italiaanse nationaliteit of ingezeten van een bepaalde regio in Italië tariefvoordelen bij de toegang tot musea, historische gebouwen, parken ,enz.  Het Hof oordeelde dat het woonplaatsvereiste gekwalificeerd moet worden als een (indirecte) discriminatie op grond van nationaliteit. Ook Italië haalde verschillende redenen van algemeen belang aan ter rechtvaardiging van deze tariefvoordelen. Zo stelde het land dat gelet op de kosten die aan het beheer van het cultureel erfgoed verbonden zijn, bij de gratis toegang ertoe enerzijds rekening moet worden gehouden met overwegingen van economische aard. Daarenboven verwees Italië naar redenen van samenhang van het belastingstelsel, aangezien genoemde voordelen de tegenprestatie vormen voor de betaling van belastingen waardoor die onderdanen of ingezetenen bijdragen aan de kosten van het beheer van de betrokken locaties. Het Hof herhaalde dat economische redenen nooit een rechtvaardiging kunnen vormen voor discriminerende maatregelen. Wat betreft de fiscale redenen stelde het Hof dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen enigerlei belastingheffing enerzijds en de toepassing van tariefvoordelen voor de toegang tot de musea en openbare monumenten anderzijds.

Uit bovenstaande rechtspraak volgt dat hetzelfde kan gesteld worden i.v.m. bepaalde goedkopere tarieven voor openbaar vervoer.  Het beperken van voordelen tot bepaalde personen die woonachtig zijn in Vlaanderen kan immers ook als indirect discriminerend worden beschouwd.  Zoals hierboven omschreven heeft men gedurende de afgelopen jaren een aantal maatregelen genomen in België om de strijd aan te binden met de socio-economische ongelijkheid en om mensen die zich in een precaire financiële situatie bevinden te ondersteunen.  Ook de Omnipas 65+ werd in het leven geroepen vanuit een sociaal oogpunt en dus niet vanuit een fiscaal oogpunt waarbij zij die belastingen betalen worden beloond.  Indien dit anders zou zijn, zouden personen die vrijwel nooit of zeer weinig belastingen betalen o.w.v. een laag inkomen net geen recht hebben op een tariefvoordeel omdat zij nooit hebben bijgedragen terwijl het omgekeerde zou gelden voor personen met een hoog inkomen die veel belastingen betaald hebben. Om recht te hebben op de Omnipas 65+ wordt er overigens geen rekening gehouden met hoeveel belastingen men in het verleden heeft betaald maar kijkt men enkel naar de leeftijd van de betrokkene. Het ziet er dus naar uit dat Vlaanderen zich niet kan beroepen op enige economische of fiscale rechtvaardigingsgronden en zich aldus schuldig maakt aan een indirecte discriminatie van buitenlanders.
Uit het bovenstaande volgt dat Nederlanders die in Nederland wonen dienen te volharden en hun rechten als inwoners van Nederland dienen af te dwingen op basis van de hierboven geciteerde rechtspraak.
Indien u als Nederlander in Vlaanderen woont doen er zich overigens geen problemen voordoen.  Aangezien u aan het woonplaatsvereiste voldoet, heeft u ook recht op een Omnipas 65+.  Dit recht werd evenwel pas erkend door de Lijn nadat er  een klacht bij de Vlaamse Ombudsdienst werd ingesteld.
Interessant is dat de Waalse Vervoermaatschappij TEC geen woonplaatsvereiste stelt en alle 65-plussers gratis vervoert (zie tevens website TEC).  Enkel zij die woonachtig zijn in het Waals Gewest mogen zich met hun TEC-kaart tevens gratis laten vervoeren door De Lijn of de MIVB.  Indien u als Nederlander in Wallonië woont en wil reizen in Vlaanderen, kan u dus best een TEC-kaart aanvragen (die men u sowieso zal verstrekken omdat u ouder bent dan 65 jaar) en deze vervolgens, indien u zich wil verplaatsen in Vlaanderen, gebruiken op De Lijn. Aangezien u niet in het Vlaanderen woont, krijgt u immers niet rechtstreeks een Omnipas om te reizen in Vlaanderen.  Begrijpe wie begrijpen kan…

Mr. iur. Dr. Sarah Schoenmaekers, LL.M
Docent - Lecturer in European Law - Advocaat (Belgium)
Department of International and European Law
Faculty of Law
Maastricht University

 

copyright 2010. all right reserved