Neder Belgisch Magazine

Hot News

*** Laatste nieuws jaarafrekeningen van het CVZ

De huidige stand van zaken met betrekking tot de jaarafrekeningen van het CVZ

Zoals bekend heeft het CVZ de afgelopen tijd de definitieve jaarafrekeningen voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (ZVW) over 2006 en 2007 verstuurd. BDO heeft voor een aantal klanten hiertegen bezwaar gemaakt. Op een aantal bezwaren heeft BDO inmiddels een reactie ontvangen van het CVZ. Het CVZ geeft aan niet tegemoet te willen komen aan de bezwaren. Hierbij wordt als argument gegeven dat de termijnoverschrijding door het CVZ niet fataal is. Voor een aantal klanten is BDO bezig om beroep in te stellen bij de rechtbank. Het eerste beroepschrift is inmiddels de deur uit. Hoewel voor iedere afwijzing op bezwaar afzonderlijk een beroepschrift moet worden ingediend, verzoekt BDO de rechtbank om de diverse zaken samen te behandelen. Dit om kosten te besparen inzake het procederen. Op dit moment is het nog niet duidelijk of de rechtbank hiermee akkoord zal gaan. Echter, niet geschoten is altijd mis. Voor meer informatie over de jaarafrekeningen van het CVZ of de procedure kunt u contact opnemen met mevrouw L. Moonen van BDO op telefoonnummer 0031-76-5714900.

 

*** Ten onrechte definitieve jaarafrekening AWBZ en ZVW over 2006 bij Nederbelgen

Recentelijk vallen bij geëmigreerde Nederbelgen met een recht op een Nederlandse uitkering of een wettelijk pensioen, bijvoorbeeld AOW uit Nederland, de definitieve jaarafrekening voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (ZVW) over 2006 op de deurmat.


EG-Verordening
Nederbelgen met een wettelijk pensioen uit Nederland zijn in beginsel belastingplichtig en sociaal verzekerd in België en wel op basis van het inwonerschap in België. Op grond van de EG-Verordening hebben zij echter recht op geneeskundige verzorging overeenkomstig het wettelijke regime van het woonland, maar komen de hieraan verbonden kosten ten laste van Nederland, indien er in het woonland sprake is van een sociale verzekeringsplicht die louter is gebaseerd op het inwonerschap.  Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) betaalt daarvoor jaarlijks een vergoeding aan het woonland van de verdragsgerechtigde. De verdragsgerechtigde dient op zijn beurt een inkomensafhankelijke bijdrage aan het CVZ te betalen. Deze wordt berekend over het zogenoemde wereldinkomen.

Definitieve jaarafrekening
Nederbelgen met een wettelijk pensioen uit Nederland worden dus als zogenoemde bijdrageplichtigen aangewezen voor de ZVW. De meeste (overheids-)instanties zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB) die belast zijn met de uitvoering en uitbetaling van AOW-uitkeringen, houden rekening met de verschuldigdheid van de inkomensafhankelijke bijdragen, en houden deze als voorheffing al in op de AOW-uitkeringen. Indien daarnaast ook nog een pensioen wordt genoten, dan moet de betreffende pensioenverzekeraar wel rekening houden met de hoogte van het inkomen en de af te dragen inkomensafhankelijke bijdragen.
Indien er te weinig inkomensafhankelijke bijdragen zijn ingehouden, zal het CVZ u daaraan herinneren en wel door middel van het uitreiken van een definitieve jaarafrekening. Nu lijkt de tijd enigszins te hebben stilgestaan voor het CVZ en wel omdat zij nu pas is begonnen met het vaststellen en bekend maken van de definitieve jaarafrekening over 2006.

Dagtekening aanslag inkomstenbelasting
De vraag rijst nu of in voorkomende gevallen de definitieve jaarrekening over 2006 wel tijdig is opgelegd, ergo of deze wegens termijnoverschrijding vernietigbaar is.
Op grond van de Regeling zorgverzekering dient het CVZ de definitieve jaarafrekening over 2006 op te leggen binnen zes maanden na het tijdstip waarop zowel de aanslag inkomstenbelasting als de beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen (NINBI) onherroepelijk zijn geworden. Dit houdt in dat de definitieve jaarafrekening na de dag van dagtekening van de aanslag inkomstenbelasting als zowel de beschikking NINBI, vermeerderd met 6 weken dient te zijn vastgesteld. In de praktijk blijkt overigens dat veel verdragsgerechtigden in Nederland niet meer aangifteplichtig zijn zodat aan hen ook geen aanslag inkomstenbelasting wordt opgelegd. Wat dan resteert is het vaststellen van het wereldinkomen via een NINBI-beschikking waardoor het verdedigbaar is dat alleen de datum van de NINBI-beschikking leidend is.

Tijdig bezwaar aantekenen
De praktijk leert dat de Belastingdienst de NINBI-beschikking vaak al lang geleden heeft opgelegd, bijvoorbeeld eind 2008, waardoor de definitieve jaarafrekening 2006 te laat is opgelegd. Wat zijn nu de (rechts)gevolgen van het niet tijdig opleggen van de definitieve jaarafrekening 2006? De termijn die de Wet IB 2001 bijvoorbeeld stelt voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen is drie jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen betrekking hebben.
Vreemd genoeg is dat voor de bijdrageplicht voor de ZVW en AWBZ niet goed geregeld. Indien we hier de jurisprudentie met betrekking tot een te laat opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen volgen, zou de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen vernietigbaar zijn en daarmee zouden de rechtsgevolgen (lees: betalingsplicht) van de definitieve jaarafrekening over 2006 ongedaan kunnen worden gemaakt. Indien er echter niet tijdig bezwaar wordt aangetekend, zal de definitieve jaarafrekening 2006 op grond van de leer van de formele rechtskracht onherroepelijk komen vast te staan en kan het CVZ deze met succes invorderen.

Aan u dus om in ieder geval tijdig bezwaar te maken. Let wel dat indien er uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen is verleend, het CVZ zich op de verlenging voor de beslistermijn kan beroepen en mogelijk alsnog de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (tijdig) kan opleggen en in het kielzog daarvan de definitieve jaarafrekening over 2006. Het blijft overigens vooralsnog de vraag of de jurisprudentie inzake de aanslagregeling voor de inkomstenbelasting in deze mag worden gevolgd. Niet geschoten is in elk geval mis!

 

*** AOW-cassatie arrest Belastingadministratie krijgt een herkansing

Het Hof van Beroep te Antwerpen heeft geoordeeld dat de AOW-uitkering geen uitgesteld beroepsinkomen vormt en dat daarom de uitkering ten onrechte is belast met Personenbelasting. Hiertegen de is de Belastingadministratie in cassatie gegaan. Het Hof van Cassatie heeft op 12 november 2009 uitspraak gedaan. Het cassatiehof is van oordeel dat de uitspraak van het Hof van Beroep geen stand kan houden, daar het is gebaseerd op grond van een door dit Hof verkeerd gegeven uitleg van de Nederlandse AOW-wet. De zaak is verwezen naar het Hof van Beroep te Gent.

Wat hieraan vooraf ging

Onze cliënt is een Nederlander die in België woont en een AOW-uitkering geniet waarvan de rechten tijdens het wonen in Nederland zijn opgebouwd op grond van een verplichte verzekering.

Wij hebben cliënt gewezen dat op grond van het Dubbelbelastingverdrag België-Nederland (DBV) België heffi ngsrecht heeft, doch dat dit heffi ngsrecht er niet is op grond van de Belgische interne fi scale wetgeving. De AOW-uitkering is immers geen uitgesteld beroepsinkomen daar het AOWuitkeringsrecht noch rechtstreeks noch onrechtstreeks verband houdt met en in het verleden genoten beroepsinkomen. Hiermee is het dan ook niet als een Belgisch pensioen te kwalifi ceren. Voorts hebben wij onze visie schriftelijk laten bevestigen door de uitkeringsinstantie SVB. Deze is de Belastingadministratie voorgelegd. Deze meent dat de visie van de SVB niet juist is, doch laten na de SVB hiermee te confronteren. De aangevoerde argumenten waarom wij menen dat de Nederlandse wet juist is uitgelegd, worden van tafel geveegd. Een bezwaarprocedure en daar na een beroepsprocedure voor de Rechtbank van Eerste Aanleg volgt. Deze rechtbank geeft de Belastingadministratie gelijk met betrekking tot haar uitleg van de Nederlandse wet. Dit betekent dat een Belgisch rechtscollege bevestigt dat de SVB als enig erkende uitvoerende instantie van de Nederlandse AOW-wet deze Nederlandse wet verkeerd uitlegt door te stellen dat het verworven recht van de inwoner van Nederland geen enkel verband houdt met een beroepsinkomen. Dit was voor ons aanleiding cliënt te adviseren in beroep te gaan. Bij de beroepsprocedure werd de hulp ingeroepen van een advocaat.

De advocaat heeft het Hof van Beroep te Antwerpen kunnen overtuigen dat de uitleg gegeven door de SVB de enig juiste uitleg was van de Nederlandse AOW-wet. Het Hof van Beroep heeft dan ook beslist dat geen Personenbelasting verschuldigd is over de AOW-uitkering en heeft dit naderhand nogmaals bevestigd bij een AOW-uitkering verkregen op basis van een vrijwillige verzekering.

De Belastingadministratie ziet door deze uitkomst haar inkomsten verdampen en besluit in cassatie te gaan. Verzoeken tot opschorting van de beslissing inzake lopende geschillen worden afgewezen, waardoor iedere AOW-gerechtigde onnodig op kosten wordt gejaagd. Door afwijzing van het verzoek bereikt dat Belastingadministratie haar doel dat velen afhaken om hun belangen te verdedigen daar zij de kosten hieraan verbonden niet willen dragen. Door ons wordt daarom een oproep gedaan om dit probleem collectief aan te pakken daar onze cliënt na de uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen heeft besloten niet langer uitsluitend de kosten te willen dragen van zijn individueel belang waarvan vele, vele anderen gratis profi teren. Deze oproep heeft niet het beoogde succes binnen de gewenste termijn. De cassatie zaak wordt nu gevoerd zonder enig argument van de advocaat van onze cliënt. Op 12 november 2009 heeft het Hof van Cassatie uitspraak gedaan in deze zaak bekend onder nummer F.08.0040.N

Cassatie-uitspraak

De motivering van het Hof van Cassatie is dat het Hof van Beroep in haar uitspraak een verkeerde uitleg van de Nederlandse wet heeft opgenomen waardoor er in alle redelijkheid niet beslist kon worden dat de AOW-uitkering een sociale maatregel is die geen verband houdt met een beroepsactiviteit. Het Hof leidt dit af uit het door het Hof van Beroep verwoorde oordeel waarin zij stelt dat iedere Nederlandse onderdaan – ongeacht of hij ooit een beroepsactiviteit heeft uitgeoefend gerechtigd is op uitkeringen op grond van de AOW.

Wij menen dat het hier gaat om een kleine schoonheidsfout van het Hof van Beroep die na herstel niet zal kunnen leiden tot een andere uitkomst.

Onze visie luidt dat iedere Nederlandse onderdaan (inwoner van Nederland) verplicht verzekerd is voor de volksverzekeringen op grond van zijn inwonerschap en niet op grond van zijn beroepsactiviteiten. De inwoner van Nederland is echter niet verzekerd op grond van zijn inwoner

 

copyright 2010. all right reserved