Zomerakkoord regering Michel: hervorming vennootschapsbelasting

In Archiefby robert

In het zomerakkoord van de regering Michel is voorzien in een substantiële hervorming van de vennootschapsbelasting. Essentie van deze hervorming is een graduele tariefverlaging voor alle vennootschappen, met extra stimuli voor KMO’s en eenmanszaken. Ter financiering voorziet het akkoord in een uitbreiding van de belastbare basis, waarbij het aantal complexe aftrekposten gereduceerd zal worden. Hierna worden de belangrijkste wijzigingen op een rijtje gezet, onder voorbehoud van eventuele wijzigingen in de uiteindelijke wetteksten.

 

Verlaging van de belastingtarieven

Het algemene vennootschapsbelastingtarief vermindert gradueel: de huidige 33% wordt teruggedrongen naar 29% in 2018 en 25% in 2019. De 3% crisisbijdrage, die maakt dat het effectieve tarief vandaag 33,99% bedraagt, vermindert naar 2% in 2018 en zal in 2020 uiteindelijk afgeschaft worden.

 

Fiscale stimuli voor KMO’s

KMO’s die tot op heden het stelsel van het verlaagd opklimmend tarief genieten, zullen vanaf 2018 belast worden aan een verlaagd tarief van 20% (onverminderd crisisbijdrage) op de eerste 100.000 EUR belastbare winst. De investeringsaftrek zal tussen 2018 en 2020 tijdelijk worden verhoogd van 8% naar 20%, zowel voor KMO’s als voor zelfstandigen.

 

Overige fiscale gunstmaatregelen

Onder meer met het oog op vereenvoudiging van het systeem, wordt een aantal taksen afgeschaft of herzien. Het Zomerakkoord voorziet onder meer in:

  • De geleidelijke invoering van een systeem van fiscale consolidatie vanaf 2020, in navolging van de meeste andere EU-lidstaten. Een vennootschapsgroep zal binnenkort dus ook in België als eenheid belast worden, zodat winsten en verliezen verrekend kunnen worden.
  • De afschaffing van het minimumtarief van 0,40 % op meerwaarden van de aandelen van grote vennootschappen vanaf 2018.
  • De fiscale gelijkschakeling van zelfstandigen met vennootschappen. Ook zelfstandigen kunnen vanaf 2018 aldus genieten van de aftrekbaarheid van autokosten, het stopzettingsregime dat reeds voor vennootschappen geldt, alsook de tijdelijk verhoogde investeringsaftrek.

Maatregelen ter compensatie

De verlaging van het nominale belastingtarief wordt gecompenseerd door de herziening van een aantal (soms complexe) aftrekposten enerzijds, en door een strengere sanctionering anderzijds. De compenserende maatregelen zijn onder andere:

  • Het sleutelen aan de notionele interestaftrek, die vanaf 2018 nog slechts zal worden berekend voor wat betreft de aangroei van het eigen vermogen. Bovendien zal de aftrek niet in één keer gebeuren, maar verspreid over een periode van 5 jaar.
  • Een verstrenging van de voorwaarden voor de vrijstelling van de vennootschapsbelasting op meerwaarden op aandelen, doordat ze gelijkgeschakeld worden met de voorwaarden van het DBI-regime. Vanaf 2018 zal aldus vereist zijn dat de verkrijgende vennootschap over een participatie beschikt van minstens 10 % of van een aanschaffingswaarde van minstens 2.5 miljoen EUR.
  • Het beperken van de bepaalde aftrekposten tot de zogenaamde ‘Korf minimale belastbare basis’, die bestaat uit 1 miljoen euro + 70% van de belastbare winst. Het gaat hierbij om volgende aftrekposten: vorige verliezen, overgedragen aftrek voor definitief belaste inkomsten, overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, overgedragen notionele interestaftrek, alsook de nieuwe notionele interestaftrek. Vanaf 2018 geldt er aldus een minimale belastbare basis, met name 30 % van de belastbare winst die een vennootschap genereert boven 1 miljoen EUR.
  • Het heffen van roerende voorheffing op een kapitaalvermindering indien er nog belaste reserves aanwezig zijn. De voorheffing wordt in dat geval pro rata bepaald in functie van het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het totaal van gestort kapitaal en belaste reserves.
  • De minimumbezoldiging van bedrijfsleiders, vereist om van het verlaagd fiscaal tarief voor kleine vennootschappen te kunnen genieten, wordt opgetrokken van 36.000 EUR naar 45.000 EUR. Deze regel geldt evenwel niet voor startende ondernemingen, of voor ondernemingen met een belastbare winst lager dan 45.000 EUR. Vanaf 2018 zal elke vennootschap – met uitzondering van starters – die te weinig bezoldiging uitkeert, onderworpen worden aan een bijzondere aanslag van 10 procent.

Tot slot voorziet het Zomerakkoord ook in een strenger optreden bij niet-aangifte in de vennootschapsbelasting: de minimum belastbare winst voor sanctionering verhoogt vanaf 2018 gradueel van 19.000 EUR naar 40.000 EUR.