Juridische constructies – fiscus moet een eerdere spontane regularisatie honoreren (Brussel 21 januari 2016)

In Archiefby robert

Onlangs oordeelde het Hof van Beroep te Brussel over een betwisting die was ontstaan tussen de fiscus en de belastingplichtige, kort nadat de belastingplichtige was overgegaan tot een spontane regularisatie.
De belastingplichtige was oprichter (“settlor”) en begunstigde van een Cayman trust, de trust is op haar beurt aandeelhouder van een Cayman vennootschap. De inkomsten die door de vennootschap werden verkregen (interesten en dividenden) werden gestort op een rekening aangehouden op naam van de vennootschap bij een buitenlandse bank. De belastingplichtige doet in 2007 spontaan aangifte in de personenbelasting van de inkomsten die door de vennootschap in de periode van 2002 tot 2005 zijn verkregen. De belastingplichtige handelt daarbij alsof hij de inkomsten rechtstreeks had verkregen dat wil zeggen zonder tussenkomst van de trust en de vennootschap. De fiscus stempelt deze bijkomende aangifte af met de vermelding “voor akkoord”. De inkomsten die door de vennootschap in de jaren 2006 en 2007 zijn verkregen, neemt de belastingplichtige op in zijn gewone aangifte in de personenbelasting, alsof hij deze rechtstreeks heeft genoten. Kort na de akkoordverklaring – eveneens in 2007 – repatrieert de natuurlijke persoon alle tegoeden van de Cayman vennootschap naar België, zonder de vennootschap formeel te vereffenen.
Niettegenstaande het akkoord over de fiscaal transparante behandeling van de structuur, meent de fiscus in 2009 dat de repatriëring van de tegoeden van de vennootschap naar de rekening van de belastingplichtige een uitgekeerd dividend vormt. Aangezien het dividend niet werd aangegeven, wordt eveneens een belastingverhoging van 50 % opgelegd. De belastingplichtige vecht dit aan voor de rechtbank. Uiteindelijk geeft het Hof van Beroep de belastingplichtige gelijk. Volgens het Hof kan de fiscus de repatriëring van tegoeden van de buitenlandse structuur niet meer als een dividend belasten als zij de buitenlandse structuur voordien in het kader van een spontane regularisatie als fiscaal transparant heeft behandeld (op basis van simulatie). Door de repatriëring te belasten als een dividend schendt fiscus dan ook het rechtszekerheidsbeginsel.