Vastgoedconcern heeft recht op de bedrijfsopvolgingsregelingen erfbelasting

In Archiefby robert

Hoge Raad, 15 april 2016

Deze uitspraak van de Hoge Raad gaat over de Nederlandse erfbelasting en kan daarom van belang zijn voor Nederbelgen omdat Nederland nog tot tien jaar na emigratie erfbelasting kan heffen. Maar deze gunstige uitspraak kan ook worden toegepast voor de inkomstenbelasting, en is ook om die reden van belang voor Nederbelgen. Door de wijzigingen in de aanmerkelijk belangreling afgelopen Prinsjesdag kan Nederland emigranten namelijk eeuwig blijven volgen voor de in de Nederlandse periode opgebouwde belastingclaim (in box 2) op de meerwaarde in hun aanmerkelijk belangaandelen.

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) maakt het mogelijk om bij schenken of overlijden onder voorwaarden (1) een heel grote korting te geven op de schenk- of erfbelasting en (2) de belasting op de meerwaarde op de box 2-aandelen door te schuiven naar de opvolger. In de inkomstenbelasting hoeft er dus geen belasting te worden betaald, maar gaat deze claim over naar de verkrijger van de aandelen.

De Nederlandse BOR geldt alleen voor de overgang van ondernemingen en ondernemingsvermogen. Wat een onderneming en wat ondernemingsvermogen is, is niet wettelijk vastgelegd en daarom altijd voer voor discussie gebleven. Een punt van aandacht is daarbij de onroerend goedvennootschap. In beginsel is de exploitatie (verhuur) van onroerend goed op zichzelf geen ondernemingsactiviteit en de BOR is in beginsel ook niet van toepassing. Dit is een gemis omdat juist bij onroerend goedvennootschappen weinig liquide vermogen aanwezig is om belastingclaims bij een overlijden te kunnen betalen. Meestal zit al het geld vast in de stenen en hebben de financiers (banken) eisen gesteld aan de aflossingen op de leningen. De aandeelhouders in onroerend goedvennootschappen kunnen snel in de problemen komen in geval van een overlijden, omdat het geld er dan in veel gevallen niet is om de belastingschulden te betalen. Daardoor zou in het ergste geval onroerend goed verkocht moeten worden, waarna de opbrengst nodig is voor de erfopvolgers om de belastingen te betalen.

De vervolgvraag die zich al snel liet stellen was of het mogelijk was dat een onroerend goedexploitatie naar aard en omvang zo groot kan worden dat het wel kwalificeert voor de BOR. De belastingvoordelen die daarmee samen gaan zijn groot.

In een zaak met een aanzienlijke onroerend goedportefeuille heeft de Hoge Raad onlangs een positieve uitspraak gedaan. De centrale vraag voor de toepassing van de BOR was of de activiteiten met betrekking tot het onroerend goed een dusdanige omvang hadden dat een hoger rendement verwacht kon worden dan bij normaal vermogensbeheer. Ten aanzien van het aanwezige onroerend goed werd een groot deel (gewoon) verhuurd aan derden, en voor een deel betrof het de ontwikkeling van onroerend goed. Het onroerend goed en de activiteiten waren ondergebracht in een groot aantal (dochter)vennootschappen. Er waren een (beperkt) aantal werknemers in dienst en voor de rest werden werkzaamheden uitbesteed. Er werden ook externe deskundigen ingehuurd voor advisering.

Bij deze feiten was de conclusie van de Hoge Raad dat er (1) was vastgesteld dat er een hoger rendement werd behaald dan bij normaal vermogensbeheer het geval zou zijn en (2) dat de verrichte werkzaamheden binnen de vennootschappen naar hun aard en omvang ook normaal vermogensbeheer te boven zijn gegaan. De BOR was daarom van toepassing. Dit arrest biedt goede mogelijkheden en argumenten voor andere soortgelijke situaties met onroerend goedvennootschappen.