Waarde in box 3 van verhuurde woning is in strijd met EVRM

In Archiefby robert

Een belangrijke uitspraak waartegen al cassatie bij de Hoge Raad is aangetekend.

In Nederland wordt het inkomen uit vermogen aangegeven in box 3. Ook het inkomen uit verhuurde Nederlandse woningen hoort tot het inkomen in box 3. In box 3 wordt 30% belasting geheven over een forfaitair inkomen van 4%. De effectieve heffing is dan 1,2% van het saldo van bezittingen en schulden. Ook niet-inwoners worden in box 3 belast voor in Nederland gelegen onroerende zaken (minus de schulden met betrekking tot die zaken).

De waarde van woningen en andere onroerende zaken wordt sinds 2010 gesteld op de WOZ-waarde en naar die waarde belast in box 3. Bij verhuurde woningen zal de werkelijke waarde in het economisch verkeer woning vaak lager liggen dan deze WOZ-waarde. Hiermee wordt in de wet rekening gehouden door de toepassing van een korting op de WOZ-waarde: dit wordt ook wel de leegwaarderatio genoemd.

Het Hof komt in deze uitspraak tot de conclusie dat bij verhuurde woningen deze korting te weinig kan zijn. De waarde in box 3 na de toepassing van de wettelijke korting was namelijk nog aanzienlijk hoger dan de taxatiewaarde van die woning. Het Hof paste vervolgens zelf de taxatiewaarde toe in plaats van de WOZ-waarde.

Voor inwoners van België kan deze uitspraak zowel voor de Nederlandse inkomstenbelasting als voor de Belgische personenbelasting van belang zijn. Inwoners van België worden belast met Nederlandse inkomstenbelasting in box 3 voor woningen in Nederland. Zij kunnen dus ook een beroep doen op deze uitspraak, waarbij er natuurlijk rekening mee moet worden gehouden dat deze zaak nog voorgelegd gaat worden aan de Hoge Raad.

Daarnaast gebruikt de Belgische administratie de WOZ-waarde steeds vaker om het aan te geven voordeel in de Belgische personenbelasting vast te stellen (onroerende inkomsten). Het in België belastbare inkomen wordt dan vastgesteld op een rendementspercentage van de WOZ-waarde. Deze inkomsten zijn aan Nederland toegewezen en moeten daarom in België worden vrijgesteld. Ondanks deze vrijstelling kan de Belgische voorkomingsberekening tot een hogere aanslag leiden. Ook daarvoor geldt dat de WOZ-waarde dus te hoog kan zijn en dat van een (lagere) waarde in het economisch verkeer uitgegaan zou moeten worden.

Hof Den Haag, 11 februari 2014

hits=169= / id=3578=