Antwoord inzake AOW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

In Archiefby robert

Goede morgen dames en heren,

Op een uitspraak van het Hof van Cassatie dienen we een zeer afwachtende houding aan te nemen. Belgisch gerecht is een zeer langzaam draaiende molen.

U weet, dat ik aan de heer L. van der Feen de Lille van SVB een verklaring heb gevraagd over de opbouw van mijn AOW. Deze verklaring is in mijn geval door de ambtenaar van de administratie terzijde gelegd. Hij vond die verklaring geen bewijs. “Als federaal ambtenaar ben ik één gebonden aan de wetten en twee aan de instructies/interpretaties van de fiscale administratie. De Belgische staat is van oordeel dat een AOW-pensioen belastbaar is en dus moet ik uw AOW-pensioen belasten”.

Daarop heb ik een brief gestuurd naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en kreeg ik een antwoord zoals in de bijlage is aangegeven. Vooral de laatste alinea is van belang. U mag van deze brief een gepast gebruik maken.

Ik heb van mijn 15de tot mijn 65ste levensjaar in Nederland gewoond en er een aantal jaren gewerkt. In mijn geval is dus de AOW opgebouwd op grond van AOW art. 6, lid 1a en dus voor 100% verworven op basis van ingezetenschap zonder enige relatie met werk. Indien u in een gelijkaardige situatie hebt verkeerd, geldt dit ook voor u.

Indien u bij voorbeeld van uw 15de tot uw 50ste levensjaar in Nederland gewoond hebt en eventueel een aantal jaren gewerkt dan geldt voor die periode dat uw AOW is opgebouwd op basis van ingezetenschap en dus voor 100% niet belastbaar in de personenbelasting. Als u vanaf uw 50ste tot uw 65ste levensjaar in België gewoond heeft en in Nederland gewerkt, dan is de AOW die is opgebouwd in deze jaren wel belastbaar voor de personenbelasting. U dient in deze situatie om een pro rata regeling te verzoeken.

Ik hoop, dat ik u weer een duwtje in de rug heb gegeven. Met vriendelijke groet, Wim Harkx

hits=794= / id=3433=