Einde van de fiscale stiefmoederlijke behandeling van ‘onechte’ stiefkinderen in Vlaanderen

In Archiefby robert

Onlangs wijzigde het Vlaamse Successiewetboek voor wat betreft de vererving tussen samenwonenden en hun niet-gemeenschappelijke kinderen, de‘onechte’ stiefkinderen. Het (lage) tarief dat in rechte lijn toepasselijk is, wordt nu ook aangewend ongeacht de volgorde van overlijden van de samenwonende partner en de natuurlijke ouder.
Vóór het decreet van 5 juli 2013 was het zo dat er op de dag van overlijden een samenwoning moest bestaan tussen de natuurlijke ouder van het kind en zijn of haar partner. Dit betekende dat het lage tarief in rechte lijn niet kon genoten worden door het kind dat zou erven van de partner van zijn of haar natuurlijke ouder, wanneer de natuurlijke ouder overleed vóór die partner. Dit gold eveneens wanneer de partner van de vooroverleden natuurlijke ouder zou erven van het kind. In deze gevallen was er immers geen sprake meer van een samenwoning op het tijdstip van overlijden van die partner of dat kind. Concreet betekende dit dat de volgorde van overlijden doorslaggevend was om te kunnen genieten van betere fiscale regelgeving. Ofwel overleefde de natuurlijke ouder de ‘stiefouder’ en genoot men het gunsttarief, ofwel werd in het andere scenario het tarief tussen vreemden toegepast.
Het Grondwettelijk Hof beslechtte deze discriminatie in een arrest van 20 december 2012. Het verschil in behandeling was volgens het Hof niet redelijk verantwoord, omdat de volgorde van overlijden irrelevant moet zijn bij de toepassing van het gunsttarief.
Het resultaat van de nieuwe Vlaamse regeling is dat het gunsttarief nu ook sinds 20 december 2012 zowel bij overlijden van het ‘onecht’ stiefkind als bij vooroverlijden van de natuurlijke ouder genoten kan worden.

hits=0= / id=3194=