Dubbele belasting op grensoverschrijdend autogebruik

In Archiefby robert

De Nederlandse belasting op personenauto’s en motorrijwielen (hierna BPM) wordt geheven bij registratie van het voertuig in Nederland, maar ook bij feitelijk gebruik door een in Nederland wonende persoon. Dit is problematisch voor iemand die zowel in België als Nederland woont en rijdt, maar zijn verkeersbelasting enkel in België betaalt. Een dergelijk geval is recent voor het Hof van Justitie gekomen, waarop advocaat-generaal Juliane Kokott conclusie heeft genomen ten voordele van een dubbele belasting (conclusie van 5 september 2013 in zaak C-302/12). Het Europees Hof moet in deze zaak haar eindoordeel nog geven.
Er bestaat geen gevaar voor dubbele belasting voor personen die slechts tijdelijk vertoeven in Nederland aangezien een Nederlandse woonplaats vereist is voor de heffing van BPM. Indien de belastingplichtige zowel woonplaats heeft in België als in Nederland, kan hij nog steeds ontsnappen aan de BPM via de vrijstellingsregeling van richtlijn 83/182 indien zijn ‘gewone verblijfplaats’ in België ligt en niet in Nederland. Als laatste redmiddel kan men nog de schending van het recht op vrij verkeer inroepen. De advocaat-generaal was echter in deze zaak van oordeel dat de heffing van BPM – hoewel wel degelijk een beperking – geen schending is van het recht van vrije vestiging, mits er geen benadeling kan worden vastgesteld tegenover diegenen die reeds onder de belasting vielen. Aangezien alle personen die in het binnenland – met of zonder binnenlandse registratie – duurzaam een voertuig gebruiken gelijk behandeld worden, is er geen sprake van een schending van de vrijheid van vestiging.

hits=0= / id=3191=