Aanvullende crisisbijdrage niet voor in België wonende grensarbeider

In Archiefby robert

Aanvullende crisisbijdrage niet voor in België wonende grensarbeider
Onlangs heeft het Hof van Beroep te Antwerpen een arrest gewezen in een kwestie met betrekking tot Belgische aanvullende crisisbijdragen. Het Hof heeft aangegeven dat in Nederland werkende grensarbeiders, die in Nederland onder het sociale zekerheidsstelsel vallen, in hun woonstaat België niet onderworpen kunnen worden aan een aanvullende crisisbijdrage. De crisisbijdrage dient te worden aangemerkt als een (alternatieve) financiering van de sociale zekerheid. Dientengevolge mag deze niet worden geheven van de grensarbeider, die volledig in Nederland sociaal verzekerd is.

Premies (aanvullende) particuliere verzekering fiscaal aftrekken
In België wonende grensarbeiders die in Nederland (aanvullende) particuliere verzekeringspremies betalen voor ziektekosten, moeten deze volgens het Hof van Beroep in Antwerpen fiscaal als beroepskost kunnen opvoeren. De Belgisch fiscale voorwaarde dat de bijdrage voor de aanvullende verzekering moet worden betaald aan een Belgische mutualiteit, levert volgens het Hof strijdigheid op met het vrij verkeer van diensten in de Europese Unie. Of deze aftrek ook daadwerkelijk effect heeft, hangt uiteraard af van het feit of de grensarbeider volledig dan wel gedeeltelijk belastingplichtig is in Nederland. Voor de bepaling van de gemeentebelasting kan de aftrek uiteraard wel verschil uitmaken.

Arrest Miethe houdt gemoederen bezig
Per 1 mei 2010 zijn Europese Verordening 1408/771 en het Arrest Miethe (zaak C-1/85) vervangen door Europese Verordening 883/2004. Dit heeft gevolgen voor de inkomenspositie van EU burgers die de afgelopen jaren in aangrenzende EU landen zijn gaan wonen, maar in hun land van herkomst zijn blijven werken. Tot 1 mei konden deze grensarbeiders, bij ontslag, in hun land van herkomst uitzonderlijk een werkloosheidsuitkering aanvragen door zich te beroepen op het arrest- Miethe.

Door de inwerkingtreding van de nieuwe Europese Verordening voor sociale zekerheid (883/2004) is dit niet meer mogelijk, en moeten deze grensarbeiders een werkloosheidsuitkering aanvragen in het woonland, ondanks het feit dat zij jarenlang premies hebben betaald in het werkland. Ook kan het voorkomen dat de werkloosheidsuitkering in het woonland een stuk lager is dan de uitkering in het land van herkomst. De nieuwe regeling kan verder ernstige consequenties hebben voor de pensioenopbouw van deze grensarbeiders in het werkland.

Door mevrouw Sophie in ’t veld is hierover een aantal vragen gesteld aan de Europese commissie. De Europese commissie heeft als volgt geantwoord. De Commissie onderstreept dat de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie met betrekking tot Verordeningen (EEG) nrs. 1408/711 en 574/722 relevant blijft, ook na de inwerkingtreding van de Verordeningen (EG) nrs. 883/20043 en 987/20094. Deze rechtspraak dient dan ook in acht genomen te worden bij de toepassing van de overeenkomstige bepalingen van de nieuwe verordeningen.
In Verordening (EEG) No 1408/71 werden werkloosheidsuitkeringen voor grensarbeiders geregeld in artikel 71. De overeenkomstige bepalingen van de nieuwe verordening zijn te vinden in artikel 65. Het uitgangspunt van de regeling blijft onveranderd, namelijk dat grensarbeiders die werkloos worden in de regel moeten terugkeren naar hun woonland en daar een werkloosheidsuitkering ontvangen uit hoofde van de wetgeving van die staat. De achterliggende gedachte is dat grensarbeiders nauwere banden hebben met hun woonland en daar dus meer kans hebben nieuw werk te vinden.

De enige verandering als gevolg van Verordening (EG) nr. 883/2004 is dat grensarbeiders zich – als een aanvullende stap – kunnen inschrijven bij de arbeidsbemiddelingsdiensten in het land waar zij het laatst gewerkt hebben en daar werk kunnen zoeken. Deze inschrijving is echter niet van invloed op de toepassing van de regel dat het woonland van de grensarbeider een werkloosheidsuitkering verstrekt op basis van de nationale wetgeving.
Het beginsel dat grensarbeiders werkloosheidsuitkeringen ontvangen van hun woonland is bevestigd in het arrest Miethe. Het Hof was van oordeel dat artikel 71, lid 1, onder a) ii), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 werknemers die onder die bepaling vallen geen keuze laat en hen belet een uitkering te verkrijgen van de lidstaat waar zij laatstelijk werkzaam waren, en dat dat artikel aldus moet worden uitgelegd dat een volledig werkloze grensarbeider die onder het toepassingsgebied van deze bepaling valt, uitsluitend aanspraak heeft op de uitkeringen van de lidstaat waar hij woont, ook wanneer hij voldoet aan de voorwaarden die de wetgeving van de lidstaat waar hij laatstelijk werkzaam is geweest, stelt voor het verkrijgen van een recht op uitkeringen.
De geldigheid van de basisregel van artikel 71 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 werd dus niet in twijfel getrokken door het Hof. Daarbij zij opgemerkt dat het Hof verder van oordeel was dat in zeer specifieke omstandigheden, wanneer een grensarbeider privé en beroepsmatig zodanige banden heeft in de lidstaat waar hij laatstelijk werkzaam is geweest dat hij daar de beste kansen op reïntegratie in het beroepsleven heeft, hij of zij van de regeling van artikel 71, lid 1, onder a) ii), kan worden uitgezonderd en zich desgewenst kan inschrijven bij de arbeidsbemiddelingsdiensten van dat land en daar een uitkering kan aanvragen. Het is aan de nationale autoriteiten te bepalen of een grensarbeider zich in een dergelijke situatie bevindt.
Aangezien de bepalingen inzake de regelingen voor werkloosheidsuitkeringen voor grensarbeiders in artikel 71 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en in het overeenkomstige artikel 65 van Verordening (EG) nr. 883/2004 vrijwel identiek zijn, meent de Commissie dat ook na 1 mei 2010 rekening gehouden moet worden met het arrest Miethe bij gevallen die onder de nieuwe verordeningen vallen. Het is echter aan de nationale autoriteiten te bepalen of het arrest Miethe al dan niet van toepassing is, afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van ieder geval.

Door de aanvullende mogelijkheid die Verordening (EG) nr. 883/2004 nu biedt, kunnen grensarbeiders nu profiteren van hulp en ondersteuning bij het zoeken van werk in het land waar zij het laatst gewerkt hebben, ook in gevallen waar zij zich niet op het arrest Miethe kunnen beroepen. Tot nu toe heeft de Commissie geen klachten ontvangen over de toepassing van artikel 65 van Verordening (EG) nr. 883/2004 in samenhang met het arrest Miethe. Zij acht het daarom in dit stadium niet noodzakelijk deze kwestie nader te onderzoeken.

hits=2= / id=1955=