Zelfstandigen krijgen zwangerschaps- en pensioenuitkeringen op grond van nieuwe EU-wetgeving

In Archiefby robert

Zelfstandigen en hun partners zullen een betere sociale bescherming genieten – waaronder voor het eerst het recht op zwangerschapsverlof – op grond van nieuwe EU-wetgeving die recent in werking is getreden. De richtlijn over zelfstandigen en hun meewerkende echtgenoten (Richtlijn 2010/41/EU) voorziet in de intrekking en vervanging van eerdere wetgeving (Richtlijn 86/613/EEG) en verbetert de sociale bescherming van miljoenen vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwelijk ondernemerschap wordt bevorderd. Momenteel is slechts één op drie ondernemers een vrouw. De vrouwelijke zelfstandigen, meewerkende echtgenoten of levenspartners van zelfstandigen krijgen een zwangerschapsuitkering en wanneer zij dat wensen, 14 weken verlof. Ook de bepaling over sociale bescherming van meewerkende echtgenoten en levenspartners (die als zodanig door de nationale wetgeving zijn erkend) is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de richtlijn van 1986. Zij zullen recht hebben op dezelfde socialezekerheidsdekking (zoals pensioenen) als officiële zelfstandigen, als de lidstaat zelfstandigen een dergelijke bescherming biedt. De EU-lidstaten moeten nu binnen twee jaar de richtlijn in hun nationale wetgeving omzetten. (Bron: De Lage Landen)

Hogere minimumpensioenen en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen
Nieuwe maatregelen voor zelfstandigen zijn op 1 augustus 2010 in werking getreden.
Met ingang van 1 augustus 2010 zijn de minimumpensioenen voor zelfstandigen in België gestegen. Een alleenstaande zal 25 euro meer ontvangen, zodat het minimumpensioen thans 945 euro bedraagt. Voor gezinnen wordt het minimumpensioen verhoogd met 20 euro, tot het bedrag van 1.233 euro. Ook arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werden geïndexeerd. Het dagbedrag ervan schommelt tussen 29,64 euro en 48,44 euro naargelang de situatie van de zelfstandige. Aan te stippen valt dat de andere uitkeringen ten laste van het RSVZ (forfaitaire uitkeringen voor hulp van derde, moederschap en adoptie) onveranderd blijven. (Bron: De Lage Landen)

Ook buitenlandse werknemers kunnen opteren voor tijdsevenredige herleiding premie-inkomen
Hof ’s-Hertogenbosch heeft op 4 juni 2010 (zaak nr. 09/00654) uitspraak gedaan in
een zaak van een in België wonende vrouw die in 2005 een deel van het jaar inkomsten uit dienstbetrekking in Nederland heeft genoten. De inspecteur stelt zowel haar belastbaar inkomen uit werk en woning als haar premie-inkomen vast op € 13.571. De vrouw bepleit echter een tijdsevenredige herleiding van het premie-inkomen. Een dergelijke herleiding is op grond van de artikelen 5 en 6 van de Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen 2002 echter slechts mogelijk voor inwoners van Nederland.Hof ’s-Hertogenbosch is het eens met Rechtbank Breda dat ook een niet-inwoner van Nederland moet kunnen kiezen voor tijdsevenredige herleiding van het premieinkomen. De rechtbank oordeelde dat art. 5 van de Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen 2002 onverenigbaar is met art. 39 van het EG-Verdrag. Dat de vrouw anders dan inwoners van Nederland niet kan kiezen voor de tijdsevenredige herleiding van het premie-inkomen, leidt tot een hoger premie-inkomen zonder dat daarvoor iets wijzigt in het verzekerde pakket. Voor dit onderscheid bestaat volgens de rechtbank geen rechtvaardigingsgrond. In hoger beroep oordeelt het Hof nu dus dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. Voor het bepalen van het premie-inkomen dient daarom aan het vereiste in art. 5 voorbij te worden gegaan. (Bron: De Lage Landen)

Geen premieplicht voor in België wonende Britse consultant die vooral werkzaam is via zijn Nederlandse BV
Op 8 september 2010 heeft Hof Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van een in België wonende Brit die expert is op het gebied van normalisatie van goederen en standaardisatie. Hij adviseert in die functie werkgevers en ondernemers in tal van landen. Hij beschikt in Nederland over een BV waarvan hij enig aandeelhouder en directeur is. Voor die BV heeft hij in 2001 in 17 landen gewerkt, wat 579,5 declarabele uren heeft opgeleverd. Tevens heeft hij in dat jaar in België nog 42 uren bestuurswerk voor de BV verricht en een eenmanszaak als ‘independent consultant’ gedreven. Hij was voorts in België voor 16% aandeelhouder en gedelegeerd bestuurder van een Belgische SA, die dochtermaatschappijen heeft in België, Frankrijk en Duitsland. In dat kader van zijn activiteiten werkte hij voor 2/3 deel in België en Frankrijk. Rechtbank Den Haag besliste aan de hand van EG-verordening 1408/71 dat de Brit in Nederland verzekerd is voor de sociale verzekeringen en de WAZ. Over het gedeelte van het salaris van de BV dat hij geacht wordt in België te verdienen, was hij volgens de Rechtbank echter geen Nederlandse premie verschuldigd. Hof Den Haag concludeert dat de Brit in Nederland een dienstbetrekking vervult, in België krachtens Belgisch recht alleen als een zelfstandige wordt aangemerkt en in Frankrijk deels een dienstbetrekking vervult en deels als zelfstandige werkzaam is.

Na een uitvoerige beschrijving van het dienaangaande toepasselijke recht van de EU concludeert het Hof in tegenstelling tot de Rechtbank, dat de expert uitsluitend in België sociaal verzekerd is. (Bron: De Lage Landen)
hits=1= / id=1950=