Bekendmaking aanslagen aan in buitenland wonende belastingplichtige, Hof Arnhem 18 januari 2011

In Archiefby robert

De belastinginspecteur heeft over meerdere jaren aanslagen opgelegd aan een belastingplichtige die niet meer in Nederland woont, maar in Duitsland en daarna in Nieuw-Zeeland. De vraag is of de aanslagen tijdig opgelegd zijn. Daarvoor moeten de aanslagen de belastingplichtige tijdig bereikt hebben. Tijdig is daarbij normaliter binnen drie jaren na het einde van het belastingjaar waar het over gaat. Daarvoor is dan van belang dat de aanslagen door de inspecteur naar een adres worden gestuurd, waar ze de belastingplichtige ook kunnen bereiken.
Het Hof oordeelt dat als een aanslag wordt gestuurd naar een adres waarop de belastingplichtige de aanslag niet kan ontvangen (bijvoorbeeld een adres waar hij niet woont), dit niet aan de belastingplichtige weten kan worden. Op de belastingplichtige rust volgens het Hof niet de plicht om zijn adreswijzigingen in het buitenland oor te geven aan de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens dan wel aan de belastingdienst, in het geval geen sprake is van een lopende briefwisseling met de belastingdienst. Volgens het Hof had de belastingdienst daarom zelf onderzoek moeten doen naar het woonadres van de belastingplichtige. De aanslag die gestuurd was naar een adres waar belastingplichtige niet meer woonde was daarom niet tijdig opgelegd en kan daarom ook niet meer ingevorderd worden.
Dit kan overigens volgens het Hof in bepaalde omstandigheden wel anders zijn. Bijvoorbeeld door de aanslag te sturen naar een binnen Nederland gelegen onderneming van de belastingplichtige. Ondanks dat de belastingplichtige daar niet woont, zijn er dan zulke nauwe banden tussen de belastingplichtige en de onderneming dat, in het geval het adres van de belastingplichtige zelf niet in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is opgenomen, op deze manier de aanslag ook tijdig is opgelegd.
hits=0= / id=1782=