Zorg voor gepensioneerden in Europa

In Archiefby robert

In het artikel van mijn hand over “Zorg voor gepensioneerden in Europa” in het NederBelgisch Magazine van juni 2010 kwam de volgende alinea voor:

Bijzondere situaties
In de oude en de nieuwe Verordening is de positie van de partner van de gepensioneerde van belang. Let op de volgende situaties:
– de partner is jonger dan 65 jaar
Mits de partner geen betaalde baan heeft, is de partner een gezinslid van de gepensioneerde. Wel moet de gepensioneerde de nominale bijdrage voor zijn partner betalen.
– de partner krijgt AOW
De partner is geen gezinslid meer, want zij heeft zelfstandig recht op AOW. In geval de AOW minder is dan € 8.700 per jaar, blijft de partner volgens de Belgische regelgeving een gezinslid en is geen bijdrage verschuldigd aan het CVZ.
– de gepensioneerde overlijdt en de partner is jonger dan 65 jaar
Mits de partner geen betaalde baan heeft, is geen sprake meer van een grensoverschrijdende situatie. In dat geval voorziet de Belgische regelgeving in een directe aansluiting bij een mutualiteit. Aan de hand van de laatste Belgische belastingaanslag wordt de bijdrage bepaald, die aan de mutualiteit betaald moet worden.

Bureau Belgische Zaken van de SVB, Breda, gaf aan, dat de informatie in het onderdeel “de partner krijgt AOW” incorrect was.
Het volgende onderscheid moet gemaakt worden, als de partner van de gepensioneerde AOW krijgt (1):
– De partner heeft buiten de AOW ook een Belgisch pensioen
De partner heeft recht op zorg vanwege België. Het CVZ kan geen bijdrage vragen van de partner.
– De gepensioneerde heeft geen Belgisch pensioen
De partner krijgt een zelfstandig recht op zorg vanwege de AOW en moet een bijdrage betalen aan het CVZ.
– De gepensioneerde heeft een Belgisch pensioen
De partner krijgt een zelfstandig recht op zorg vanwege de AOW, maar in geval de AOW (2) minder is dan € 8.700 per jaar (3) heeft de partner ook een afgeleid recht als gezinslid.
In het laatste geval gaat het erom, welk recht voorgaat: het zelfstandige recht of het afgeleide recht.

Als het zelfstandige recht voorgaat, komt de partner ten laste van Nederland en mag het CVZ een bijdrage aan de partner vragen. Als het afgeleide recht voor zou gaan, is de partner een gezinslid van de gepensioneerde en komt de zorg ten laste van België. Het CVZ mag geen bijdrage vragen.
Onder de oude verordening was het onduidelijk volgens de SVB en het RIZIV(4), of het zelfstandige recht of het afgeleide recht voor zou gaan. Het werd toegestaan, dat de partner met de lage inkomsten gezinslid bleef. Volgens de SVB en het RIZIV gaat bij de invoering van de nieuwe verordening op 1 mei jongstleden het zelfstandige recht voor. Het betekent, dat een partner met een AOW en zonder Belgisch pensioen altijd ten laste van Nederland komt. Het CVZ kan een bijdrage vragen.

De vraag blijft, of de nieuwe verordening (Vo. 883/04) op dit punt duidelijker is dan de oude verordening (Vo. 1408/71).

Rest nog, dat de SVB ook een voorbehoud maakt omtrent “de gepensioneerde overlijdt en de partner is jonger dan 65 jaar”. De SVB stelt terecht, dat in het geval de partner een Anw uitkering uit Nederland krijgt, de partner ten laste van Nederland komt en dat het CVZ een bijdrage mag vragen.

(1) Verondersteld wordt, dat noch de gepensioneerde noch de partner recht had op een pensioen uit een andere EU staat dan Nederland en/of België
(2) Incl. overige pensioenen, uitkeringen, lijfrenten en inkomen uit arbeid
(3) Volgens de SVB gaat het om € 2.120,78 per kwartaal
(4) de Belgische toezichthouder

hits=1= / id=1697=