Grensarbeid & Pensioen

In Archiefby robert

Zolang er grenzen zijn hebben mensen al grensoverschrijdend gewerkt. Of het nu gaat om uitbreiding van het werkterrein, avontuurlijk ondernemen, als werknemer graag uitdagingen aangaan of per ongeluk aan de andere kant van de grens een baan vinden.
Daarbij is regelgeving noodzakelijk. Enerzijds om duidelijkheid te scheppen naar werknemers en ondernemers, anderzijds om problemen te voorkomen. Elk land heeft zijn eigen regels op het gebied van vestigen, belastingen en sociale verzekeringen. Voor u het weet betaalt u twee keer belasting of zijn uw werknemers nergens sociaal verzekerd.

Eg-verordening
Regelgeving op het gebied van sociale verzekeringen bij grensoverschrijdende arbeid wordt beheerst door wetgeving vanuit Brussel, de Eg-verordening 1408/71. In deze verordening is bepaald wie er sociaal verzekerd is in Europa, waar die persoon sociaal verzekerd is en voor welke sociale verzekeringswetten die persoon verzekerd is. Het zijn aanwijsregels die de toepasselijke wetgeving bepalen, en landen binnen Europa zijn verplicht zich daaraan te houden.
Als hoofdregel geldt dat een werknemer sociaal verzekerd is in het land waar de werkzaamheden worden verricht. Als een in België wonende werknemer in dienst treedt van een Nederlandse werkgever en in Nederland gaat werken, is hij bijgevolg Nederlands sociaal verzekerd. De werknemer is grensarbeider, want volgens de Eg-verordening is een grensarbeider iemand die woont in de ene lidstaat en werkt in een andere lidstaat, en dagelijks dan wel minimaal één keer per week terugkeert naar zijn woonstaat.

Wat zijn de gevolgen voor de werknemer die in Nederland gaat werken voor een Nederlandse werkgever? De werknemer wordt Nederlands sociaal verzekerd, dus de Nederlandse regels voor sociale verzekering zijn hier van toepassing. De werkgever meldt hem aan bij de belastingdienst en draagt daar de premies voor de werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen af. Natuurlijk wordt ook de belasting afgedragen aan de belastingdienst. Dit wordt de loonheffing genoemd.
Aan de hand van het volgende voorbeeld wordt duidelijk waar een Belgische grensarbeider die in Nederland gaat werken mee te maken krijgt. In dit artikel beperken we ons tot de pensioenrechten.

Voorbeeld:
Dirk is een Belgische werknemer, hij komt per 1-1-2008 in dienst van een Nederlandse werkgever. Hij is 40 jaar oud en ongehuwd.

Pensioen
Wettelijk pensioen
Dirk gaat een Nederlands AOW-pensioen opbouwen à 2% voor elk jaar dat hij in Nederland werkt. Hij bouwt dan alleen aan zijn deel van het gehuwdenpensioen.
Hij kan dan nog 25 jaar AOW-rechten opbouwen. Zijn pensioen bedraagt op 65-jarige leeftijd 25 x 2% = 50 % van het voor hem geldend pensioen.

Vervroegde uittreding
Een grensarbeider is, overeenkomstig de Nederlandse CAO of arbeidsovereenkomst, vaak deelnemer aan een regeling voor vervroegd uittreden (vut) of flexibel pensioen. Steeds vaker wordt dit bij een particuliere verzekeraar verzekerd. Als hij aan de voorwaarden voldoet kan de grensarbeider ook vervroegd uittreden. De voorwaarden staan in het vut-reglement of polisvoorwaarden. Over het algemeen moet men een aantal verzekerde jaren kunnen aantonen. Nederlandse en Belgische verzekeringstijdvakken kunnen daarbij niet worden samengeteld. Dit komt omdat vut-regelingen geen wettelijke sociale zekerheidsregelingen zijn.
Als men niet meer in Nederland werkzaam is, houdt de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving op. Vrijwillige verzekering is wel mogelijk. In een van de volgende magazines zoomen we in op de mogelijkheden van vrijwillige verzekeringen.

Grensarbeiderspensioen
Een grensarbeider die in België woont en in Nederland werkt kan recht hebben op een aanvulling op zijn Nederlands pensioen vanuit België. Bovendien kan een werknemer in België op 60 met pensioen gaan. Hij moet 35 gewerkte jaren kunnen aantonen, waarbij het land van tewerkstelling niet uitmaakt, zolang het maar om een verdragsland gaat.
De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) in België berekent een pensioen op basis van forfaitaire lonen (gemiddeld salaris in België) en betaalt het verschil tussen het Nederlands en Belgische pensioen aan de gepensioneerde. Markant hierbij is dat, als de grensarbeider 60 jaar oud is en 35 jaar of meer heeft gewerkt, hij recht kan hebben op dat grensarbeiderspensioen. Als hij stopt met werken en een Belgisch ouderdomspensioen aanvraagt, zal een volledig Belgisch grensarbeiderspensioen worden toegekend, omdat er nog geen recht is op een Nederlands AOW-pensioen. Het grensarbeiderspensioen en een uitkering wegens vervroegd uittreden kunnen volledig naast elkaar worden ontvangen.

Bedrijfspensioen
De opbouw van het Nederlands bedrijfspensioen is afhankelijk van de bedrijfstak en CAO waarin de werknemer werkt. De meeste bedrijfstakken hanteren een pensioenstelsel gebaseerd op het eindloonsysteem. Dit systeem streeft naar een pensioen van 70% van het laatstverdiende loon. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de grensarbeider 40 dienstjaren bij hetzelfde bedrijf of binnen dezelfde pensioenregeling heeft.
De grensarbeider moet zijn bedrijfspensioen zelf aanvragen bij zijn Nederlandse bedrijfspensioenfonds. Het gebeurt nogal eens dat pensioenfondsen zijn overgenomen door nieuwe organisaties. Als de grensarbeider niet weet tot welk fonds hij zich moet richten kan hij contact opnemen met de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, Helpdesk vergeten pensioenen, tel. 070-311 73 73.
Ook in België wordt steeds vaker een aanvullend pensioen opgebouwd; het extra-legaal pensioen (groepsverzekering).

Overdracht wettelijke pensioenen
Overdracht van het wettelijke Belgische pensioen naar het Nederlandse pensioen is niet mogelijk. Deze twee rechten zijn over verschillende tijdvakken opgebouwd en bestaan naast elkaar.

hits=2= / id=1595=