En nog over art. 33 W.Succ.

In Archiefby robert

Een ongehuwde en kinderloze man zonder inkomsten was jarenlang financieel afhankelijk geweest van zijn samenwonende partner. De man had op grond daarvan drie schuldbekentenissen ondertekend voor een totaal bedrag van ongeveer 195.000 euro. Zowel de moeder van de man (op civielrechtelijk vlak) als de ontvanger der registratie (op fiscaal vlak) betwistten de realiteit van deze schulden. De man had zijn vriendin als algemene legataris aangesteld. In dat geval moet niet alleen het bestaan van de schuld worden bewezen, maar ook de echtheid daarvan (art. 33 Belgisch Wetboek successierechten). Dit betekent dat het steeds de bedoeling moet zijn geweest om tot uitvoering van deze schulden over te gaan. Het Hof van beroep te Antwerpen oordeelt dat die echtheid niet is bewezen. Uit geen enkel stuk bleek dat het geld daadwerkelijk aan de erflater was overhandigd. Een deel van de vermelde kosten voor levensonderhoud (nutsvoorzieningen) waren ook ten laste van de erflater, vermits hij met zijn vriendin feitelijk samenwoonde. Ten slotte oordeelde het Hof dat het niet zeker was dat bij het overlijden de verplichting nog bestond om de schuld terug te betalen. Die verplichting is er niet als het geld dat is aangewend, uit erkentelijkheid, uit verknochtheid, uit menslievendheid, enz. werd overhandigd (Antwerpen 22 mei 2012).
Dit (te) strenge arrest toont andermaal aan dat schuldbekentenissen vaak door de fiscale administratie en de rechter worden genegeerd, omdat de erfgenamen er niet in slagen de echtheid ervan aan te tonen.
hits=0= / id=1505=